David Mitchell is een van de weinige auteurs die kans zien om aan beide zijden van de kloof tussen sciencefiction en literaire fictie bewondering te oogsten. Zijn roman Cloud Atlas werd genomineerd voor de Man Booker Prize, een prestigieuze Britse literaire prijs, maar ook voor de Arthur C. Clarke Award en de Nebula Award, twee vooraanstaande prijzen uit de sciencefictionwereld. Het zal waarschijnlijk voor de mensen met wat meer conservatieve opvattingen over wat literatuur en/of sciencefiction zou moeten zijn niet puur genoeg geweest zijn. Uiteindelijk ving Mitchell drie keer achter het net.

Mitchell zelf heeft heel duidelijke ideeën over deze toch wat geforceerde scheiding in de schrijverswereld. In een recent interview noemt hij het scheiden van de twee zelfs automutilatie. Voor mensen die eenzelfde mening zijn toegedaan is Cloud Atlas werkelijk een verademing. Veel lezers zullen echter toch met het gevoel achterblijven dat hij er niet helemaal in slaagt het beste van de twee tradities te verenigen.

De roman is samengesteld uit zes novellen. De eerste start omstreeks 1850 op de Chatham eilanden in de Stille Oceaan en via het Belgische Zedelgem in 1931, de fictieve Californische stad Buenas Yerbas in 1975, het hedendaagse Groot-Brittannië en een futuristisch Korea komt de lezer uiteindelijk aan in post-apocalyptisch Hawaii, waarna Mitchel rechtsomkeert maakt en zich in stappen weer naar de Stille Oceaan begeeft.

Cloud Atlas is een buitengewoon ambitieus boek. Mitchell kiest voor elke novelle een andere vorm. De eerste is geschreven als dagboek, de tweede in de vorm van brieven. Voor de derde novelle kiest Mitchell voor meerdere perspectieven in de derde persoon, om vervolgens in de vierde over te stappen naar de eerste persoon. De vijfde is geschreven in de vorm van een vraaggesprek en tot slot wordt de lezer getrakteerd op een kampvuurverhaal. Dit laatste is als het ware het centrum van de roman en het enige dat niet in twee delen gesplitst is. De overige delen worden vaak vrij abrupt onderbroken, om plaats te maken voor een deel van de volgende novelle.

Het blijft niet alleen bij vorm, ook qua proza is Cloud Atlas buitengewoon divers. Hij geeft elke novelle eigenaardigheden die door het contrast met de andere delen duidelijk opvallen. Zo is de dagboekschrijver dol op het gebruik van de puntkomma en de ampersand. De stijl van de brievenschrijver is lui. Zo slaat hij met grote regelmaat persoonlijke voornaamwoorden over en gebruikt hij bijvoorbeeld ½ in plaats van half. In de zesde novelle bereikt Mitchells taalkundige acrobatiek een hoogtepunt. Het is volledig geschreven in een bijna onleesbare spreektaal die de vertaler tot wanhoop moet hebben gedreven.

Old Georgie’s path an’ mine crossed more times’n I’m comfy mem’ryin’, an’ after I’m died, no sayin’ what that fangy devil won’t try an’ do to me ... so gimme some mutton an’ I’ll tell you ‘bout our first meetin’. A fat joocesome slice, nay, none o’your burnt wafery off’rin’s...

Openingszinnen van Sloosha’s Crossin’ an’ Ev’rythin’ After. En daar dan 75 pagina’s van.

Op sommige lezers zal het voortdurend wisselen van stijl en vorm nogal pretentieus over komen. Tijdens het lezen komt toch regelmatig de vraag naar boven in hoeverre al dat tonen van de literaire spierballen van de schrijver echt noodzakelijk is in de roman. Het voelt af en toe meer als een oefening in het schrijven dan een poging om uit al deze onderdelen een roman te vormen die meer is dan de som der delen. Dat neemt niet weg dat er voor de lezer die geniet van taalbeheersing een hoop te halen valt in Cloud Atlas.

Zoals eerder aangegeven zijn de novelles met elkaar verbonden, maar slechts minimaal. Er is niet echt sprake van een doorlopende verhaallijn. De hoofdpersonen zijn eigenlijk meer reïncarnaties van elkaar. Aan de hand van een moedervlek die elk van de hoofdpersonen heeft, kan de lezer de volgende reïncarnatie herkennen. Het is een techniek die doet denken aan de epische alternatieve geschiedenis The Years of Rice and Salt van Kim Stanley Robinson. De hoofdpersonen hebben met elkaar gemeen dat ze elk op hun eigen wijze hun verhaal vastleggen en dat verhaal doorgeven aan de volgende generatie. Ook thematisch is er een duidelijke link tussen de verschillende karakters. Alle verhalen kennen in feite een jager/prooi-dynamiek, waarbij de hoofdpersoon doorgaans de prooi is. De jager neemt in het boek zeer verschillende vormen aan. Mitchell beschouwt deze dynamiek in de roman als universeel. Een vrij cynische kijk op de menselijke natuur maar het valt niet te ontkennen dat deze vorm van interactie overal aanwezig is.

Waar de meer literaire aspecten van de roman eigenlijk door het hele boek te vinden zijn, beperkt Mitchell de sciencefiction tot de vijfde en zesde novelle. In de vijfde novelle creëert hij een buitengewoon verontrustende toekomst. De lezer wordt meegenomen in een Korea waar de Noord-Koreaanse Juche ideologie zich vermengd heeft met een hyperkapitalistische economie. Het is een systeem dat in rap tempo het natuurlijk kapitaal dat de economie ondersteunt er doorheen jaagt en dus is de post-apocalyptische toekomst in de zesde novelle niet echt een verrassing.

Mitchells toekomstvisie is niet bepaald origineel te noemen. De elementen die hij gebruikt zijn vrij standaard in het genre en door veel schrijvers beter uitgewerkt dan Mitchell hier doet. Hij is niet op zoek naar de consequenties die geavanceerde technologieën op de samenleving hebben of hoe ze omgangsvormen, ethiek, normen en waarden en cultuur zullen beïnvloeden. Hij gebruikt deze toekomst om het jager/prooi-thema te herhalen maar doet verder vrij weinig met de setting. Het zal dus bij de doorgewinterde sciencefictionlezer niet tot al te veel enthousiasme leiden.

Al met al is Cloud Atlas een boek dat er niet helemaal in slaagt om alle ambities waar te maken. Het is een bewonderenswaardige poging de barrière tussen literaire fictie en sciencefiction te slechten, een boek waarin de schrijver een breed spectrum van literaire technieken tentoonspreidt en een boek waarin Mitchell een buitengewone taalbeheersing toont. Maar op de vraag of deze roman er nu in slaagt om literaire fictie en sciencefiction uit hun respectievelijke culturele getto’s te slepen en te vermengen tot een kustwerk dat genres overstijgt, moet het antwoord toch ontkennend luiden. Het zal veel lezers toch met een enigszins onbevredigd gevoel achterlaten.

Deze recensie is gebaseerd op de Engelstalige editie van dit boek, Cloud Atlas.

Reacties op: Literaire spierballen

311
Wolkenatlas - David Mitchell
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners