Advertentie

De Egyptische Albert Cossery (1913-2008) schreef zijn sluitstuk aan het einde van de negentiger jaren en het verscheen in 1999 onder de titel; Les Couleurs de l'infamie. Uitgeverij Jurgen Maas bracht het onlangs uit als Grote dieven kleine dieven.

Het decor van deze kleine roman is de stad waar de auteur zijn jeugd heeft doorgebracht; al-Kahira, het hedendaagse Cairo dat door een snelle expansie van het aantal inwoners, navenante toename van het verkeer en de bouw van luxe villa's en beleggingspanden onherroepelijk van karakter is veranderd.

'In de zwaar vergiftigde atmosfeer raasden auto's voorbij als stuurloze projectielen, zonder acht te slaan op de stoplichten, en veranderden zo voor de voetganger iedere wens om de straat over te steken in een zelfmoordpoging. Langs de door de reinigingsdienst verwaarloosde verkeerswegen spreidden gebouwen die gedoemd waren binnenkort in te storten (en waarvan de eigenaars al lang iedere bezitterstrots hadden laten varen) op de gammele balkons en terrassen de kleurige lompen van de armoede uit als overwinningsvlaggen.'

Te midden van deze chaos, waar hoertjes lonken naar hun klanten, kinderen in hun blootje - op zoek naar verkoeling - door het bedorven water uit gesprongen rioolbuizen banjeren en armelui in lompen gehuld het straatbeeld vormen van het oude centrum, waar menig gebouw op instorten staat door ondeugdelijke bouw, voltrekt zich een gebeurtenis die aan zo'n vijftig mensen het leven kost.

Dit alles wordt gadegeslagen door Oessama, een drieëntwintigjarige dromerige, flamboyante en in eersteklas kleding gehulde zakkenroller. Door zijn extravagante en zwierige stijl van kleden kan hij zich onopgemerkt bewegen tussen de rijkelui in de wijken die bevolkt worden door notabelen. Zo heeft de ervaring hem geleerd. Hij ziet zijn diefstallen als terugvordering van gewetenloze schurken die hun rijkdom vergaren over de ruggen van minderbedeelden. 'Zijn beroepsethiek verbood hem om zijn beroep uit te oefenen onder de armen'.

Hij besteelt de rijken met een schoon geweten, omdat hij het geld weer spendeert in de winkels van de armen, opdat deze niet aan een faillissement ten onder zullen gaan. Cossery lijkt hier een beeld te scheppen van zichzelf. Ook hij kleedde zich het liefst als een dandy en liep graag te lanterfanten door de stad of voegde zich in koffiehuizen bij existentialisten en surrealisten.

Wanneer Oessama een portefeuille rolt van de projectontwikkelaar Soelaiman, treft hij hierin een brief aan, waarin hij leest dat deze verantwoordelijk wordt gehouden voor de vijftig doden door het instorten van een gebouw met sociale huurwoningen. Het epistel maakt de geadresseerde duidelijk dat hij niet meer hoeft te rekenen op de steun van de briefschrijver, zijn partner in crime, wasgetekend de broer van de minister van Openbare Werken.

'Hij herlas de brief een paar keer met een meedogenloze voldoening tot hij begreep dat hij een bom in handen had maar niet wist hoe hij die tot ontploffing kon brengen.'

Oessama gaat te rade bij Nimr, zijn leermeester in het dievengilde. Tezamen dalen ze af naar een van de dodensteden, waar Nimr's vriend uit zijn gevangenistijd - de intellectuele Karamalla - zich heeft verschanst in een familiemausoleum en zich, vervuld van geluk, in de nabijheid voelt van zijn overleden ouders.

Gedrieën beramen ze een plan en er volgt een nachtelijke ontmoeting met Soelaiman, die door het drietal stroop om de mond wordt gesmeerd. Maar de vastgoedman is er vanzelfsprekend op gebrand om de belastende brief terug te krijgen.

Cossery's warmhartige stijl is die van veel bijvoeglijke naamwoorden, bloemrijke beschrijvingen en met humor doorspekte zinnen die wisselen van tongue-in-cheek tot grimmig en spottend. De opzet van de roman is to-the-point en zonder oeverloze uitweidingen speelt hij het klaar om de lezer voldoende stof te geven voor een compleet verhaal. Het resultaat is een charmant, soms venijnig, maar zéér goed verhaal over de verdorvenheid van een corrupte maatschappij, van de auteur met een 'gezonde woede tegen de domheid van de wereld' en het leven zag als 'een rijke bron van verwondering en plezier'.

Zijn grootste (on)deugd was genieten van het nietsdoen, echter niet te verwarren met luiheid, zo zei hij zelf. Om een boek te voltooien had hij veel tijd nodig. Kieskeurig en veeleisend als hij met betrekking tot zijn schrijfwerk was, schreef hij soms lange tijd niet of slechts weinig, omdat hij lang zocht naar de juiste woorden en inspiratie kreeg door wat hij zag en hoorde op straat. Veel tijd kon hij besteden aan het observeren van de mens. De laatste zestig jaar van zijn leven bracht hij door in een Parijse hotelkamer, waar hem alle huishoudelijke beslommeringen uit handen werden genomen, precies zoals hij dat het liefste had.

Dat de eigenzinnige auteur een bescheiden oeuvre bij elkaar schreef - een verhalenbundel en zeven romans - verklaart de vertaler Mirjam de Veth in het informatieve nawoord, waarin Cossery weer tot leven komt.

Voor hem was het zo klaar als een klontje dat Grote dieven kleine dieven zijn laatste werk was. Hij was klaar en besloot dit werk met één woord; Einde.

Liefhebbers van Cossery´s kleurrijke proza kunnen uitkijken naar een volgend vertaald werk van zijn pen. Bij Jurgen Maas zal in mei 2020 De luiaards in de vruchtbare vallei verschijnen. Evenals Grote dieven kleine dieven zal deze verschijnen in de nieuwe aanbieding van Schwob.

Reacties op: Dief van de toekomst

15
Grote dieven kleine dieven - Albert Cossery
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker