Lezersrecensie
Wie is de volmaakte kelner?
In 1953 wordt de Zwitserse schrijver Alain Claude Sulzer geboren in Bazel en hij woont afwisselend in zijn geboortestad en in de Elzas. Met dit boek breekt hij definitief door naar een internationaal publiek en verkrijgt in 2008 de prestigieuze Prix Médicis Etranger.
De titel heeft in ’t Frans (un garçon parfait) een dubbele betekenis, het is eigenlijk een “jeu de mot”. Enerzijds wordt een volmaakte kelner bedoeld en anderzijds een perfecte jongen in de zin van “homoseksueel”.
De verteller vertelt over Erneste, een Fransman, die op 16-jarige leeftijd zijn familie verlaten heeft om er nooit meer terug te keren en sinds 1934 werkt als ober in een groot, luxueus hotel, het Grandhotel in Zwitserland, in Giessbach. Dit historisch paleishotel (1875), met uniek uitzicht op het meer en de legendarische waterval van Brienz, ligt nogal afgelegen van de bewoonde wereld, te bereiken via een 19e-eeuwse spoorlijn en daarna voert een kabelbaan de reiziger naar boven. Even googelen…
Het spreekt bijna voor zich dat de hotelgasten zeer welgestelde burgers zijn, meestal van adel, zakenlui in goeden doen, maar ook gevestigde kunstenaars, schrijvers en intellectuelen met diverse nationaliteiten.
In de jaren 30, in de tijd waarin deze roman zich afspeelt, staan we aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en werd Giessbach een belangrijk en veilig toevluchtsoord in verband met het opkomend nazisme. Vanuit hier regelde men de overtocht naar Groot Brittannië of naar de Verenigde Staten om zich daar al dan niet definitief te gaan vestigen.
Vooral vanaf 1935 vluchten veel joodse, welgestelde families vanuit Duitsland naar Giessbach om voornoemde redenen en verblijven er zelfs geruime tijd. Zo ook Julius Klinger met vrouw en twee kinderen, een zoon en een dochter. Klinger is een gerenommeerd schrijver van middelbare leeftijd.
Erneste krijgt als leerling-kelner Jacob Meier toegewezen. Zij slapen, zoals gebruikelijk onder inwonend personeel, op dezelfde (zolder)kamer van het “paleis”. Erneste neemt Jacob onder zijn hoede, leert hem om ook, zoals hij, een model kelner te zijn. Jacob leert snel. De jongens zijn ongeveer even oud (19 en 17 jaar) en tijdens een wandeling slaat de vonk over en worden ze hopeloos verliefd op elkaar. De eerste liefde voor Jacob. Hun stiekeme geluk is niet van lange duur. Julius Klinger komt ”tussenbeide” om het eufemistisch te zeggen en verleidt Jacob om mee naar de States te emigreren. De lezer heeft al gemerkt dat Jacob nogal opportunistisch en egoïstisch is, dus die pakt zijn koffers.
Zoals herhaaldelijk in deze roman beschreven is Erneste perfect! Onberispelijk van haar, uiterlijk en kleding, verheft nooit zijn stem, weet te zwijgen, altijd ten dienste van de hotelgasten, weet waar hij nodig is, voor hem is het kelner zijn een soort roeping. Hij verandert niet door de jaren heen, hij blijft even stoïcijns en stil en geheimzinnig over zijn privé leven. Niemand vraagt hem bv ooit naar zijn achternaam.
Zelfs wanneer hij 30 jaar later slachtoffer wordt van een gruwelijke homofobe aanval die hij ternauwernood overleeft komt er geen klacht komt over zijn lippen. Zoekt geen hulp. Hij meldt zich ziek omdat hij “gevallen” is en zijn blessures genezen moeten zijn voordat hij zich weer kan vertonen. Erneste telefoneert alleen met zijn nichtje Julie en vertelt wat hem is overkomen. Ook zij hoeft niet te komen. Julie alleen kent al zijn geheimen en E. weet ook alles van haar overspel en Engelse minnaar. Zij vertrouwen elkaar. Slechts één keer per jaar praten ze in Giessbach bij. Julie woont in Parijs. Eigenlijk is nicht Julie een verwaarloosbare bijpersoon. Zoals er nog een paar zijn.
Toch, is deze aanval (1966) de aanleiding voor Erneste om uit zijn lethargie te ontwaken en tot actie over te gaan en wel door Julius Klinger op te zoeken die destijds zijn liefdesleven met Jacob totaal heeft verwoest. Hij is niet alleen naar de States vertrokken met zijn gezin, maar heeft ook Jacob meegenomen, als zijn “persoonlijke secretaris”. Erneste heeft dat verraad nooit weten te verwerken. “Hij was hem dan wel uit het oog verloren, maar had hem nooit uit zijn herinnering verbannen”, lezen we al op bladzijde 7.
Door de schrijfstijl lijkt het vertrek van Jacob min of meer gladjes verlopen te zijn, maar niets is minder waar. Wat een verdriet en pijn door het verraad! En dus vanaf de eerste bladzijde weet de lezer dat er nog een andere reden is waardoor Erneste ontzettend zenuwachtig is geworden.
Erneste heeft 30 jaar lang niets meer van Jacob, de liefde van zijn leven, gehoord totdat hij ineens een luchtpostbrief van hem krijgt op 15 september 1966… Een smeekbrief om geld en om daarvoor contact op te nemen met Julius. Daarna ontvangt hij nog een brief. Hij maakt ze niet meteen open. Hij schrijft ook niet terug. Hij gaat eerst naar Julius Klinger die terug is uit NY en niet al te ver weg woont.
En dan komt na een traag begin met veel noodzakelijke flashbacks met meestal pijnlijke herinneringen en zelf-reflecties de stroomversnelling in het verhaal. Verrassend en vooral heftig. Wie is/was Jacob? Welke rol speelde hij? Wat heeft hij allemaal op zijn geweten en waarom? Is hij de kwade genius? Of toch Julius? Het boek wordt een pageturner en heeft een onverwacht einde voor alle drie de hoofdpersonen. “Wie is de volmaakte kelner?”, denk ik.
De schrijfstijl van Sulzer is heel klassiek: bedacht en minutieus geconstrueerd. Op onnavolgbare wijze, eenvoudig doch nauwkeurig en toch discreet weet hij de sfeer te beschrijven van het hotel, maar zeker van de hartstocht en erotische scènes van de twee geliefden en de drama’s die volgden… De tijd van het opkomende nazisme wordt door het verhaal heen voelbaar beschreven, zowel in Zwitserland als in New York waar het gezin Klinger uiteindelijk gaat wonen.
Triest zijn de dertig jaren die Erneste, zogenaamd onbewogen in een onbeduidende eenzaamheid, heeft geleefd na het vertrek van Jacob. “Jacob volgde hem en zijn familie, in het kostuum van een bediende, als minnaar naar Amerika. Toen Erneste onder ogen zag wat de reikwijdte van deze veranderingen zou zijn, dacht hij dat hij zijn verstand verloor. Maar die toestand zou niet lang duren. Hij verloor zijn verstand niet. Hij werkte door alsof er niets was gebeurd (blz. 164-165). Gestructureerd leven als een autist.
De schrijver laat niet alleen de lezer, maar ook Erneste en Julius heel lang in onwetendheid. Maar het is de moeite van het wachten waard. De laatste bladzijden onthullen uiteindelijk de harde waarheid voor de achtergeblevenen. Een thriller met verliezers.
Prachtige citaten heb ik genoteerd. Dit was de “mooiste” ter illustratie van Sulzers stijl! Na de aanslag in het stadspark lezen we: “Hij was niet dood. (…) Het was de afschuw van zichzelf die hem uiteindelijk de kracht gaf om op te staan. (…) hij moest zich wassen, douchen en in de badkuip gaan liggen net zo lang blijven liggen (…) tot de geur van zeep die van de vernedering had verdrongen” (blz. 91).
VIJF STERREN. In twee dagen gelezen.
Zeist, 5 februari 2026
Wil
De titel heeft in ’t Frans (un garçon parfait) een dubbele betekenis, het is eigenlijk een “jeu de mot”. Enerzijds wordt een volmaakte kelner bedoeld en anderzijds een perfecte jongen in de zin van “homoseksueel”.
De verteller vertelt over Erneste, een Fransman, die op 16-jarige leeftijd zijn familie verlaten heeft om er nooit meer terug te keren en sinds 1934 werkt als ober in een groot, luxueus hotel, het Grandhotel in Zwitserland, in Giessbach. Dit historisch paleishotel (1875), met uniek uitzicht op het meer en de legendarische waterval van Brienz, ligt nogal afgelegen van de bewoonde wereld, te bereiken via een 19e-eeuwse spoorlijn en daarna voert een kabelbaan de reiziger naar boven. Even googelen…
Het spreekt bijna voor zich dat de hotelgasten zeer welgestelde burgers zijn, meestal van adel, zakenlui in goeden doen, maar ook gevestigde kunstenaars, schrijvers en intellectuelen met diverse nationaliteiten.
In de jaren 30, in de tijd waarin deze roman zich afspeelt, staan we aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en werd Giessbach een belangrijk en veilig toevluchtsoord in verband met het opkomend nazisme. Vanuit hier regelde men de overtocht naar Groot Brittannië of naar de Verenigde Staten om zich daar al dan niet definitief te gaan vestigen.
Vooral vanaf 1935 vluchten veel joodse, welgestelde families vanuit Duitsland naar Giessbach om voornoemde redenen en verblijven er zelfs geruime tijd. Zo ook Julius Klinger met vrouw en twee kinderen, een zoon en een dochter. Klinger is een gerenommeerd schrijver van middelbare leeftijd.
Erneste krijgt als leerling-kelner Jacob Meier toegewezen. Zij slapen, zoals gebruikelijk onder inwonend personeel, op dezelfde (zolder)kamer van het “paleis”. Erneste neemt Jacob onder zijn hoede, leert hem om ook, zoals hij, een model kelner te zijn. Jacob leert snel. De jongens zijn ongeveer even oud (19 en 17 jaar) en tijdens een wandeling slaat de vonk over en worden ze hopeloos verliefd op elkaar. De eerste liefde voor Jacob. Hun stiekeme geluk is niet van lange duur. Julius Klinger komt ”tussenbeide” om het eufemistisch te zeggen en verleidt Jacob om mee naar de States te emigreren. De lezer heeft al gemerkt dat Jacob nogal opportunistisch en egoïstisch is, dus die pakt zijn koffers.
Zoals herhaaldelijk in deze roman beschreven is Erneste perfect! Onberispelijk van haar, uiterlijk en kleding, verheft nooit zijn stem, weet te zwijgen, altijd ten dienste van de hotelgasten, weet waar hij nodig is, voor hem is het kelner zijn een soort roeping. Hij verandert niet door de jaren heen, hij blijft even stoïcijns en stil en geheimzinnig over zijn privé leven. Niemand vraagt hem bv ooit naar zijn achternaam.
Zelfs wanneer hij 30 jaar later slachtoffer wordt van een gruwelijke homofobe aanval die hij ternauwernood overleeft komt er geen klacht komt over zijn lippen. Zoekt geen hulp. Hij meldt zich ziek omdat hij “gevallen” is en zijn blessures genezen moeten zijn voordat hij zich weer kan vertonen. Erneste telefoneert alleen met zijn nichtje Julie en vertelt wat hem is overkomen. Ook zij hoeft niet te komen. Julie alleen kent al zijn geheimen en E. weet ook alles van haar overspel en Engelse minnaar. Zij vertrouwen elkaar. Slechts één keer per jaar praten ze in Giessbach bij. Julie woont in Parijs. Eigenlijk is nicht Julie een verwaarloosbare bijpersoon. Zoals er nog een paar zijn.
Toch, is deze aanval (1966) de aanleiding voor Erneste om uit zijn lethargie te ontwaken en tot actie over te gaan en wel door Julius Klinger op te zoeken die destijds zijn liefdesleven met Jacob totaal heeft verwoest. Hij is niet alleen naar de States vertrokken met zijn gezin, maar heeft ook Jacob meegenomen, als zijn “persoonlijke secretaris”. Erneste heeft dat verraad nooit weten te verwerken. “Hij was hem dan wel uit het oog verloren, maar had hem nooit uit zijn herinnering verbannen”, lezen we al op bladzijde 7.
Door de schrijfstijl lijkt het vertrek van Jacob min of meer gladjes verlopen te zijn, maar niets is minder waar. Wat een verdriet en pijn door het verraad! En dus vanaf de eerste bladzijde weet de lezer dat er nog een andere reden is waardoor Erneste ontzettend zenuwachtig is geworden.
Erneste heeft 30 jaar lang niets meer van Jacob, de liefde van zijn leven, gehoord totdat hij ineens een luchtpostbrief van hem krijgt op 15 september 1966… Een smeekbrief om geld en om daarvoor contact op te nemen met Julius. Daarna ontvangt hij nog een brief. Hij maakt ze niet meteen open. Hij schrijft ook niet terug. Hij gaat eerst naar Julius Klinger die terug is uit NY en niet al te ver weg woont.
En dan komt na een traag begin met veel noodzakelijke flashbacks met meestal pijnlijke herinneringen en zelf-reflecties de stroomversnelling in het verhaal. Verrassend en vooral heftig. Wie is/was Jacob? Welke rol speelde hij? Wat heeft hij allemaal op zijn geweten en waarom? Is hij de kwade genius? Of toch Julius? Het boek wordt een pageturner en heeft een onverwacht einde voor alle drie de hoofdpersonen. “Wie is de volmaakte kelner?”, denk ik.
De schrijfstijl van Sulzer is heel klassiek: bedacht en minutieus geconstrueerd. Op onnavolgbare wijze, eenvoudig doch nauwkeurig en toch discreet weet hij de sfeer te beschrijven van het hotel, maar zeker van de hartstocht en erotische scènes van de twee geliefden en de drama’s die volgden… De tijd van het opkomende nazisme wordt door het verhaal heen voelbaar beschreven, zowel in Zwitserland als in New York waar het gezin Klinger uiteindelijk gaat wonen.
Triest zijn de dertig jaren die Erneste, zogenaamd onbewogen in een onbeduidende eenzaamheid, heeft geleefd na het vertrek van Jacob. “Jacob volgde hem en zijn familie, in het kostuum van een bediende, als minnaar naar Amerika. Toen Erneste onder ogen zag wat de reikwijdte van deze veranderingen zou zijn, dacht hij dat hij zijn verstand verloor. Maar die toestand zou niet lang duren. Hij verloor zijn verstand niet. Hij werkte door alsof er niets was gebeurd (blz. 164-165). Gestructureerd leven als een autist.
De schrijver laat niet alleen de lezer, maar ook Erneste en Julius heel lang in onwetendheid. Maar het is de moeite van het wachten waard. De laatste bladzijden onthullen uiteindelijk de harde waarheid voor de achtergeblevenen. Een thriller met verliezers.
Prachtige citaten heb ik genoteerd. Dit was de “mooiste” ter illustratie van Sulzers stijl! Na de aanslag in het stadspark lezen we: “Hij was niet dood. (…) Het was de afschuw van zichzelf die hem uiteindelijk de kracht gaf om op te staan. (…) hij moest zich wassen, douchen en in de badkuip gaan liggen net zo lang blijven liggen (…) tot de geur van zeep die van de vernedering had verdrongen” (blz. 91).
VIJF STERREN. In twee dagen gelezen.
Zeist, 5 februari 2026
Wil
1
Reageer op deze recensie
