Lezersrecensie
Van alle tijden, tot in het derde geslacht.
Een suikerspin of Liefde en Zwaartekracht is ogenschijnlijk een lichtvoetige roman, maar schijn bedriegt. Zoals de titel botst, botst in deze roman alles, en dan vooral: verwachting en realiteit.
Ook toon en inhoud botsen en laten de lezer licht verbijsterd achter, zich afvragend of hij nu moet huilen of lachen om wat hij zojuist heeft gelezen.
Deze nieuwe roman van Jan P. Meijers vertelt het verhaal van Meta van de suikerspinkraam, ambtenaar Brent en badjuffouw Lola. Drie personen die je zomaar in het dagelijkse leven kunt tegenkomen zonder iets bijzonders aan hen op te merken. Tenzij ze zich op de openbare weg in een botsauto of een gondel van het reuzenrad zouden bevinden. Dan zouden ze opvallen.
De roman opent gedurfd met een fictief personage, James. James de existentialist, om precies te zijn. Zie hier de eerste botsing met de werkelijkheid. James slijt zijn leven op een paneel bij de botsauto's op de kermis en binnen die begrenzing brengt Jan P. Meijers hem tot leven.
Het tweede personage is Meta. Meta werkt in de suikerspinkraam op de kermis, ze houdt van toverballen - tot er iets onherstelbaars gebeurt in haar leven. In het derde hoofdstuk maakt de lezer kennis met de sociaal wat onhandige Brent. Brent leeft vooral in zijn hoofd en fantaseert over Meta. Halverwege de roman maakt de lezer kennis met de praktisch aangelegde Lola die haar zinnen heeft gezet op Brent.
Het verhaal speelt zich grotendeels af op de kermis in het fictieve plaatsje Drechtum, twintig jaar na de landing op de maan waar intussen 150 mensen wonen. De mens is nu onderweg naar Mars, de rode planeet.
Jan P. Meijers heeft ervoor gekozen het verhaal te vertellen vanuit diverse personages met af en toe een uitstapje naar een zogenaamde alwetende verteller.
Hoewel de schrijfstijl enigszins lijkt op die van de 'oude meesters' en het verhaal zich in de jaren tachtig afspeelt, is de diepere laag van deze roman uiterst actueel. Bovendien zijn sommige dingen van alle tijden.
De roman zit vernuftig in elkaar en is een mix van een fictieve werkelijkheid en fantasie. De personages komen er goed in tot hun recht. Zoals van hem gewend, schrijft Jan P. Meijers dicht op de huid en gedetailleerd zodat je als lezer mee kunt leven met de personages. Hij heeft zich goed ingeleefd in de kleine wereld van de kermis.
Kern van het verhaal zijn voor mij twee werelden die botsen: de wereld van de verwachting en die van de werkelijkheid, maar ook de wereld van het grote geld en de wereld van 'de gewone man'.
´Weet je wel wie je voor je hebt,´zei hij. ´Ik ben Lucas Murdok, ja, die Murdok, mijn vader is de eigenaar van de Betaalzender.´
Hier spreekt de macht van het kapitaal. Macht die corrumpeert, zoals duidelijk blijkt uit een aantal scènes in dit boek.
Verschilt de kermis eigenlijk wel zoveel van het gewone leven, of is het leven eigenlijk één grote kermis? Beide zijn uiteindelijk tijdelijk.
Een boek om te lezen en te herlezen. Wat mij betreft een parel, al zal de schrijfstijl niet iedereen aanspreken. De personages zullen nog lang in je gedachten blijven zweven.