Lezersrecensie
Ineens menens
Daan en Wubbe wonen op Texel en zitten in de zesde klas van de lagere school. Waarschijnlijk scheiden hun wegen na de zomer. Wubbe kan goed leren en weet wat hij later wil worden. Daan heeft geen idee welke kant hij op wil. Wat hij wel weet is dat hij het vooruitzicht om na de zomer zonder Wubbe naar school te moeten gaan vreselijk vindt. Hij wil ook naar het lyceum in Den Helder. Toch is iets wat Daan wel heel goed kan, namelijk tekenen. In de vakantie krijgt hij tekenles van het ‘geitenwijf’, een wat zonderlinge vrouw, die aan de rand van het dorp woont. Hij leert dat veel oefenen kunst oplevert. De vakantie, die eindeloos leek, vliegt voorbij. Daan gaat toch naar het lyceum, net als Wubbe. Iedere dag vroeg op en met de boot naar Den Helder, samen met nog zo’n tachtig scholieren. Het valt mee, hij vindt er zijn draai en blijkt helemaal niet zo’n beroerde leerling. Volgens het geitenwijf is Daan gewoon een laatbloeier. En een gevoelige puber, met af en toe een pittige storm in de kop.
De zomer van dat jaar is een beetje een ‘vergeten’ boek en alleen nog tweedehands verkrijgbaar. De setting is duidelijk ‘niet vandaag’, maar het verhaal is tijdloos en bovendien soepel geschreven. Ik ben nog geen achtstegroeper tegengekomen die niet op zijn minst een tikkeltje opkijkt tegen de overgang naar de middelbare school. ‘In de zomer van dat jaar werd het ineens menens,’ zo luidt de eerste zin van het boek en daarin zit alles besloten: het begin aan van een nieuwe fase - waar de één al een tijd naar uitkijkt en de ander pijn van in zijn buik krijgt-, loslaten en het zoeken naar een nieuw evenwicht. Dit neemt niet weg dat de setting misschien wel wat uitleg vergt, want zelfs ik heb, als eilander, gewoon de middelbare school op Texel bezocht en ik was allang niet meer zo aan mijn eigen dorp gehecht als Wubbe en Daan. Maar netten boeten (‘netten wat?’) doen ze vast nog steeds in menig Skilder (‘waar?’) huiskamer.
Leesbaar is het boek nog steeds, zeker als een verhaal over een overgang naar een nieuwe levensfase, waarin alles nog uitgevonden moet worden en niks vast staat. Dat verpletterende gevoel van ruimte, met alle verwachtingen en onzekerheid van dien, zullen de meeste kinderen wel herkennen.