Meer dan 4,0 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
    Eric Herni Boekverkoper

De fans van Ajax hadden in 1995 de tijd van hun leven. Het Ajax van Louis van Gaal was dat jaar onoverwinnelijk en won zo’n beetje alles wat er maar te winnen viel. Met als hoogtepunten de Champions League en de Wereldbeker. Het talent won het dat jaar van het grote geld. Een pure overwinning voor het voetbal. Voor het opleiden van spelers. Voor het aanvallende voetbal. Voor de toen nog volledig operationele Hollandse School. Amsterdamse bluf tegenover het Duitse, Spaanse en Italiaanse geld. Amsterdamse bluf, verstevigd met Finse genialiteit, Nigeriaans vernuft en Surinaamse trots. Een onvoorstelbaar elftal waarin doelman Edwin van der Sar de enige was die nog geen enkele interland had gespeeld.

“BAYERN! BAYERN! WHO THE F*CK IS BAYERN?”

Je kan het je vandaag de dag gewoon niet meer voorstellen. Ajax speelde in 1995 (en een deel van 1996) iedere tegenstander moeiteloos en bijna achteloos van de mat. Real Madrid werd in hun eigen stadion vernederd en had het voornamelijk aan een hele slechte en bijziende grensrechter te danken dat het niet met nog grotere cijfers werd afgedroogd. Bayern München kreeg in Amsterdam maar liefst vijf treffers om de oren. Het grote AC Milan werd als Champions League winnaar van 1994 twee keer kansloos naar huis gestuurd en verloor vervolgens ook nog eens de finale. Drie keer op rij. In één seizoen. Fantastisch! Het Ajax van 1995 was een machine, een levend mechanisme, een verzameling van unieke talenten die allemaal op exact hetzelfde moment tot grote hoogte wisten te stijgen. Onder leiding van Louis van Gaal. Met een zeer belangrijke bijrol voor Gerard van der Lem en – uiteraard – de onvergetelijke Bobby Haarms. Werkelijk alles klopte. De snelheid op de flanken met Overmars en Finidi George. De doelgerichtheid van spitsen als Kluivert, Kanu en Ronald de Boer. Het ijzersterke en onverzettelijke middenveld met Davids, Seedorf en Jari Litmanen. De Fin die uitgroeide tot publiekslieveling nummer 1. Een levende legende, een held. De man die symbool stond voor alles wat Ajax in 1995 was. Ongrijpbaar, doelgericht, technisch begaafd en vooral een speler voor het team. Hij speelde centraal op het middenveld, voor een verdediging die hem daartoe ook in staat stelde. Michael Reiziger en Frank de Boer als zeer betrouwbare backs. Danny Blind en Frank Rijkaard in het centrum. Onaantastbaar. Frank Rijkaard. De verloren zoon. De man die afscheid wilde nemen bij Ajax, het elftal bij zijn hand nam en in de rust van de finale tegen Milan zijn medespelers toesprak. Van Gaal deed een stapje naar achteren. Rijkaard nam het woord. De rest is geschiedenis.

“MILAN! MILAN! WHO THE F*CK IS MILAN?”

Het publiek op de tribunes leefde zich anderhalf jaar lang uit. Amsterdamse bluf. Ook daar. Amsterdamse overmoed. Want iedereen wist dat het niet lang kon voortduren. Het grote geld zou toeslaan en Ajax zou als een kale kip achterblijven. Zolang het kon besloot het publiek er echter alles uit te halen wat er uit te halen viel. Tegenstanders werden niet alleen op het veld verslagen. De Ajax fans lieten zich ook verbaal volledig gaan. Het publiek van de tegenstander werd volledig weggeblazen en soms zelfs vernederd. Niet altijd even fraai, maar te begrijpen viel het wel. De euforie kende tenslotte geen grenzen.

1995. Het is alweer zo lang geleden. Een sprookje uit de vorige eeuw. Journalist Mike van Damme brengt het echter allemaal weer terug in zijn boek “1995”. Alle achtergronden, alle feiten, alle doelpunten, de mooie en minder mooie momenten. Ze komen allemaal voorbij. Voor de fans van Ajax en voor de neutrale voetballiefhebber is dit een onmisbaar boek. De grootsheid van het Nederlandse voetbal, waar we anno 2016 allemaal weer zo naar verlangen, druipt er vanaf. Van Damme laat zien hoe het succes is ontstaan, wat spelers en coaches er allemaal voor hebben moeten doen en laten. Hij maakt zichtbaar dat het soms gewoon om puur geluk gaat. Niet alles laat zich namelijk regisseren. Het is echter vooral een portret van een unieke generatie voetballers die gezamenlijk de kracht hadden om alles voor elkaar over te hebben. Zelfs reservespelers als Winston Bogarde, Peter van Vossen en John van de Brom waren van groot belang. Gouden Tijden. Ruim twintig jaar geleden. Het voelt na het lezen van dit boek nog altijd een beetje als gisteren.

Geweldig!

Reacties op: Een sprookje uit de vorige eeuw

4
1995. Het seizoen waarin Ajax niet verloor - Mike van Damme
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners