Advertentie
    Inge Sparrius Genreclub

Het is een wonderlijke verzameling korte verhalen, Good Trouble van Joseph O’Neill. In eerste instantie lijken het de gebruikelijke intelligente scherp geformuleerde observaties van hedendaagse mensen in alledaagse situaties, zoals we die gewend zijn bij korte verhalen die gepubliceerd zijn in The New Yorker of Harper’s Magazine. Maar toch is hier meer aan de hand. Naarmate je vordert in de bundel hoor je jezelf bij ieder abrupt einde en ieder nieuw verhaal denken: “Huh?”  Wat is hier nu eigenlijk aan de hand? Waar gaat dit over, wat gebeurt er? Snap ik dit als lezer wel? Wat ontgaat me?

We lezen over een niet zo succesvolle, lichtgeraakte dichter die ieder poëtisch woord op een goudschaaltje weegt, en vooral de woorden van andere dichters worden door hem te licht bevonden. Hoe kan het toch dat Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur krijgt, terwijl hijzelf de kost moet verdienen als leraar op een middelbare school in de provincie?

En over drie mannen die elkaar lang niet gezien hebben en samen een weekendje gaan golfen, ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van één van hen, Tom. Het weekend sleept zich voort. Tom ziet op het nieuws iets over Billy Joel, vijfenvijftig jaar oud. Hij denkt dat Billy Joel is overleden.

“In the shower, Tom takes an interest in his feelings about the dead Joel. He notes, first, that there’s something triumphant about the business of lathering shampoo into his scalp: he is here, applying the anti-flake lotion and submitting to a hot adjustable waterfall, and Billy is not. Second, he detects relief, the relief you feel when you reach the end of a roll of toilet tissue, or – he is unwrapping a square of complimentary soap – when you finally throw out a withered nugget of soap. Yes, Billy was like a shrunken old bar of soap.”

De volgende ochtend, onderweg naar zijn werk, hoort hij van zijn vrouw dat Joel niet dood is, maar zich verloofd heeft met een twintiger.

“Tom continues walking down Fifth Avenue. It’s cold. Ice is piled up everywhere. He has twelve days left before he’s forty. Tom perceives – as, apprehending the anniversary as a deadline, he begins to walk faster – that he must in the meantime understand, somehow or other, to soap himself with the shriveling world.”

Onvergetelijk is het verhaal The Poltroon Husband over een oudere man die bij het horen van vreemde geluiden beneden in huis, midden in de nacht, bevangen raakt door een “dreamlike inertness”, geen angst, denkt hij zelf. Zijn vrouw gaat naar beneden om te kijken wat er aan de hand is. Hij hoort nog meer geluiden, zachte stemmen, maar blijft op de rand van zijn bed zitten tot hij hoort hoe de koelkast opengaat en er iets ingeschonken wordt. Dan gaat hij ook naar beneden, zijn vrouw zit melk te drinken, hij schenkt zich ook een glas in. Zij vertelt hem niet wat er was, ook niet als hij ernaar vraagt. Hij blijft denken dat hij voor haar veiligheid zorgt.

De meeste van deze verhalen gaan over mannen, en de enkele keer dat de hoofdpersoon een vrouw is, gaat het verhaal toch over een zoon of een oudere man. Het zijn kwetsbare mannen die bezig zijn met zichzelf, met hoe ze overkomen, die geen figuur willen slaan, die zich in een vaag soort mini-crisis bevinden, kleine drama’s beleven maar niet verder komen dan een vaag gevoel van “huh?”.

De verhalen zijn mooi compact geschreven met een fijn gevoel voor ironie. Nergens wordt uitleggerig of moralistisch toegelicht wat er gebeurt. Als lezer ga je beseffen dat je eigen gevoel van “huh?” precies datgene is dat O’Neill bij zijn protagonisten signaleert zonder het te benoemen.

Ze zijn zo druk bezig met zich overeind houden in hun ontwortelde bestaan, hun oppervlakkige relaties of vriendschappen, het ouder worden, dat ze niet toekomen aan de vraag wat ze kunnen doen om wat meer grond onder hun voeten te voelen. Ze worden geconfronteerd met het menselijk tekort en de zinloosheid van dat waarnaar ze streven, zonder dat ze het zelf lijken te beseffen. Als ze er al over denken, komen ze niet tot daden.

Deze bundel nodigt uit om meer te gaan lezen van O’Neill (1964), een interessante romanschrijver met Turkse en Ierse ouders, die in New York woont en een deel van zijn jeugd in Nederland doorbracht.        

Reacties op: 'Huh?' Mannen in verwarring

1
Good trouble - joseph o'neill
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker