Friese portretten - hoe een Vlaming Friesland ontdekt

op 20 juni 2019 door

Friese portretten - hoe een Vlaming Friesland ontdekt is een boek dat op twee manieren onmiddelijk mijn aandacht trok. Allereerst door de schitterende oude landkaart op de cover, maar daarnaast ook zeker door de titel; want waarom heeft een Vlaming zoveel interesse in Friesland dat hij een heel boek met portretten over bekende Friese taalstrijders schrijft?

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

Schrijver Pieter Jan Verstraete bracht tussen 1988 en 2009 jaarlijks samen met zijn vrouw een bezoek aan Friesland, vaste prik op de agenda tijdens deze periodes in Friesland was een bezoek aan het Fries Letterkundig Museum, tegenwoordig Tresoar genoemd, in Leeuwarden. Hier verzamelde hij het benodigde materiaal over allerlei verschillende Friese taalstijders om een reeks van maar liefst 20 portretten te schrijven die verschenen in het Vlaams-Nederlandse jaarboek Zannekin.

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

Pieter Jan Verstraete

Pieter Jan Verstraete (1956) is een Vlaams historicus en biograaf die na zijn geschiedenisstudie bibliothecaris werd in de stadsbibliotheek van Kortrijk.
Hij heeft een grote interesse in de Vlaamse beweging en de Tweede Wereldoorlog, deed hier veel onderzoek naar en publiceerde omvangrijke biografieën en studies over deze onderwerpen. Verder publiceerde hij kleinere brochures en leverde bijdragen aan tijdschriften en jaarboeken, waaronder dat van Zannekin.

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

Tresoar

Tresoar, Fries voor 'schat', is de nieuwe naam van het Fries Letterkundig Museum in Leeuwarden.
Op de website van Tresoar valt het volgende te lezen:

Tresoar is de bewaarplaats van de geschiedenis van Fryslân. Hier vindt je talloze in Fryslân verschenen kranten en tijdschriften, honderduizenden boeken waaronder exemplaren uit de bibliotheek van Erasmus, tienduizenden foto's, films, geluidsopnamen, rechtbankverslagen, notariële akten, de Atlas van Blaeu, handschriften en brieven van bekende Friezen, bedrijfsarchieven van Douwe Egberts en archieven van de Elfstedenvereniging, cd's van Friese punk tot klassiek, het monnikenwerk de "Attische Nachten"uit 836 na Christus en de meer dan 150 bibliografieën gemaakt door J.J. Kalma, de oudste en nieuwste (Friese) literatuur, wetenschappelijke publicaties, digitale bestanden. En nog veel meer.

De ideale plek dus om informatie te vinden over de bekende en onbekendere Friese taalstrijders.

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

Zannekin

Zannekin is een in Vlaanderen gevestigde vereniging annex stichting die informatie biedt over de geschiedenis en de cultuur van de grensgebieden van de Lage Landen die niet behoren tot Nederland of België maar die in handen gevallen zijn van Duitsland, Frankrijk en uiteraard het land Luxemburg. De stichting organiseert o.a. studiereizen en -bijeenkomsten. 
Zannekin is vernoemd naar de Vlaamse opstandelingenleider Nicolaas Zannekin, die werd geboren in het Frans-Vlaamse Kassel.
(info: Wikipedia)

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

De Friese portretten

3b33d0742345ef0633f415c7a1bae8df.jpgHet boek begint heel toepasselijk met een schitterend sonnet van Bertus Aafjes. Dit is één van de elf sonnetten waarin hij een ode brengt aan Friesland. Waarna de Verstraete in het kort stilstaat bij het feit dat het Fries door slechts een half miljoen mensen wereldwijd gesproken wordt en dat de kracht van het Fries nationalisme daarom verbazing wekt. Een kracht die  zijn oorsprong heeft in de vroege Middeleeuwen toen er een voortdurende strijd was tegen het verlies van vrijheid door het oprukkende Holland. 
Hierin ziet Verstraete een duidelijke parallel met het Vlaams, het Vlaams werd in de 19e en 20e eeuw onderdrukt door het Frans, net zoals het Fries onderdrukt werd door het Nederlands. Hiermee is gelijk een thema verwoord dat regelmatig terug zal keren in het boek; Verstraete maakt meerdere keren een vergelijking met de Vlaamse beweging. Dit doet ook vermoeden dat hierdoor zijn interesse voor de Friese taalstrijders gewekt is.

De reeks portretten wordt begonnen met Gijsbert Japicx, die ook wel de prins van de Friese literatuur genoemd wordt.
Het Fries was tot 1496 een officiële taal maar werd daarna gedegradeerd tot volkstaal doordat Friesland vanaf dat moment onder het Habsburgse rijk kwam te vallen 
Japicx is de schrijver die in de 17 eeuw aantoont dat Fries ook als cultuurtaal geschikt is en dat Friese literatuur mogelijk is. hij brengt een eigen geschreven Fries tot stand gebruikmakend van zijn uitzonderlijk geheugen en een voor klank- en taalnuance gevoelig gehoor. Hiermee tilt hij de verarmde volkstaal op tot een volwaardige cultuurtaal.
De kwaliteit van zijn werk kan vergeleken worden met die van Hooft, Vondel en Huygens.

De opleving van de Friese taal duurt echter niet lang, in de 18e eeuw is men Japixcx alweer vergeten, de opkomst van de Romantiek brengt hier verandering in, een hergeboorte van het werk van Japicx is te danken aan Everwinus Wassenbergh, de hoge kwaliteit wordt erkent, zijn werk wordt opnieuw uitgegeven en in 1946 wordt de belangrijkste Friese literatuurprijs naar hem vernoemd, deze is vergelijkbaar met de P.C. Hooftprijs voor de Nederlandse literatuur.

Toch staat het Fries als erkende taal niet zo maar op de kaart, hier is een langdurige strijd voor nodig die zowel in de literatuur als op sociaal-economisch gebied en in de politiek gevoerd zal gaan worden door verschillende prominente Friese schrijvers.

Het valt op dat, hoewel velen van hen een eenvoudige boerenafkomst hebben, ze de mogelijkheid gekregen hebben om in meer of mindere mate te gaan studeren. Toch is ook een groot aantal wat betreft de Friestalige literatuur autodidact, ze kwamen bijna bij toeval in aanraking met het geschreven Fries en werden hierdoor gegrepen, wilden alles lezen wat er maar gepubliceerd was en vervolgens was de drempel om zelf ook in het Fries te schrijven en publiceren al snel verdwenen.
Het grote aantal autodidacten kan verklaard worden door het feit dat er op de scholen geen Friese les gegeven werd, dit is dan ook een punt dat hoog op de agenda staat van de verschillende Friese taalstrijders; het recht op Fries onderwijs.

Er ontstaat een Friese beweging die zichzelf tot doel gezet heeft om Friesland weer Fries te maken, en te waarschuwen tegen de dreigende vernederlandsing, ze strijden voor de eigen Friese identiteit van het volk, voor de taal en willen de Friese gedachte uitdragen over de grenzen heen.
Harmen Sytstra is één van de eersten die zich doelbewust inzet voor een eigen Friese beweging, en na hem zullen er nog velen volgen. Hun belangen en wensen steeds weer onderstrepend met Friestalige publicaties die de kracht van de taal benadrukken.

Gedurende lange tijd was het schrijven van literatuur in het Fries verweven met het zoeken naar een Friese identiteit; de legitimatie van de taal en de Friese cultuur vormden dikwijls inzet van strijdbare verzen. Ze maakten deel uit van de Friese taalstrijd.

In de jaren 30 en daarna ontstaat het besef dat het waarschijnlijk nodig is voor Friesland om zich helemaal los te maken van Holland, anders zal het doel nooit bereikt kunnen worden, dit alles in samenloop met het opkomende fascisme en nationalisme. Zoekend naar manieren om volledige erkenning voor het Fries te krijgen wordt er zelfs een mogelijkheid gezien in het oprukken van het Duitsland van Hilter, misschien kan daar de benodigde hulp gevonden worden voor de lastige strijd. Een aantal van de bekende taalstrijders sluit zich dan ook aan bij de NSB en later zelfs bij de SS, maar ontdekt nog tijdens de bezetting dat dit niet de juiste weg is om de gewenste erkenning voor het Fries te krijgen.

Die erkenning en ook het recht op onderwijs in het Fries en om zelfs in de rechtbank de eigen taal te spreken worden uiteindelijk pas in 1955 verkregen. Kneppelfreed, knuppelvrijdag, was hiervoor de aanleiding. Een hardhandig uiteengeslagen demonstratie voor het gerechtsgebouw in Leeuwarden waar op dat moment Fedde Schurer en collega Tjebbe de Jong ter verantwoording werden geroepen voor het beledigen van een ambtenaar. 
Fedde Schurer had het lef om in het Fries zijn verhaal te doen, en tot verbazing van iedereen werd dit door de politierechter, die enige kennis van het Fries bezat, toegelaten.
N.a.v. de geweldadig uiteengeslagen demonstratie werd de Friese kwestie ter sprake gebracht in de Tweede kamer en werd er een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld die onderzoek moest gaan doen naar de Friese taalbelangen. 
Het advies van deze commissie leidde ertoe dat het gebruik van het Fries in het onderwijs en de rechtbank toegestaan werd.

bc5c855b388246a08753849b3d3a1224.jpg

Mijn bevindingen

f637dfd83f2962bce040d846057a13be.jpgDeze lange strijd voor de erkenning van de Friese taal kunnen we lezen in de twintig portretten die Verstraete opgesteld heeft van de Friese schrijvers, door de overlappende inzet voor de verschillende Friese bewegingen, het deelnemen aan de publicatie van nog veel meer tijdschriften, en doordat de schrijvers bekenden van elkaar waren, wordt er steeds weer een link gelegd van het ene naar het andere portret. Zo vloeien de verhalen mooi ineen en ontstaat er een mooi geheel.

Behalve de hierboven al genoemde schrijvers maken we ook kennis met o.a.:
De gebroeders Halbertsma waarbij we leren dat  De Alde Friezen, het Friese volkslied, geschreven is door Eeltje Halbertsma. Met Waling Dijkstra die bekend geworden is als de volksschrijver van Friesland, Obe Postma die als eerste de beroemde buitenlandse dichters in het Fries vertaalde, Simke Kloosterman de baanbreekster van de Friese roman, Douwe Kalma de Friese taalstrijder bij uitstek en Halvard Hettema de pater die zich inzette voor de Friese beweging.

Mijn aandacht bleef hangen bij Douwe Hermans Kiestra, een Friese boer en dichter. Zijn eerste roman De froulje fan de fetweider (Het vrouwvolk van de vetweider) verscheen in 1939, hiermee bracht hij het Fryslân en de Wrâld waar Kalma zo voor streed in de praktijk. De roman was naturalistisch getint en gaf blijk van een grote taalbeheersing. Met deze roman werden de vensters opengezet en keek men ook naar de wereld buiten de Friese grenzen. Een nieuwe tendens in de Friese roman was hiermee gezet.
Het naturalisme in de literatuur is een stroming die ik al een aantal keren in bekende klassiekers tegengekomen ben (Emile Zola, Gustave Flaubert, Louis Couperus, Frederik van Eeden) en die mij wel aanspreekt. Daarom werd mijn nieuwsgierigheid gelijk gewekt naar deze eerste naturalistische Friese roman.

Ik heb het boek Friese portretten met veel interesse gelezen, een aantal taalstrijders kende ik enkel bij naam, doordat er bijvoorbeeld straatnamen naar vernoemd zijn in Heerenveen, waar ik tot mijn 22e gewoond heb. Het is leuk om te ontdekken waarom die personen een straatnaam verdiend hebben. Wat hebben ze precies gedaan of betekend voor Friesland dat we hun naam nog altijd kennen?
Al met al is Friese portretten een leerzaamboek dat op een toegankelijke manier geschreven is en waarbij er steeds weer een verbinding gelegd wordt tussen de verschillende portretten. Doordat het oorspronkelijk als afzonderlijke opstellen geschreven zijn komt er nogal eens wat herhaling in voor, een herhaalde uitleg over een organisatie, beweging of tijdschrift, dit werkte voor mij niet storend. Juist door deze herhaling bleef het verhaal beter hangen omdat het voor mij toch vaak onderwerpen betrof waar ik weinig tot niets vanaf wist.
Het is geen boek om in één ruk uit te lezen maar eerder om rustig, met één of enkele hoofdstukken per keer, van te genieten en vooral te leren.



Reacties op: Friese portretten - hoe een Vlaming Friesland ontdekt

Meer informatie

Gerelateerd

Over