Extra: Les oncles

op 01 augustus 2018 door

Gabrielle Deman groeit op in een heel liberaal denkend Brussels gezin. Haar vader Edmond Deman (1857-1918) is uitgever van literatuur en kunstboeken, en boekhandelaar. In zijn kennissen- en vriendenkring zitten heel wat bekende namen van kunstenaars en auteurs. Gabrielle mag hen allemaal oncle of oom noemen, ze kwamen bij haar thuis geregeld over de vloer. Misschien zijn ze niet allemaal even bekend en daarom volgt hieronder een overzicht. Het is zeker niet volledig: wil je meer weten over deze mannen, ga dan vooral zelf op zoek naar informatie.

Emile Verhaeren (1885-1916)

In het boek kunnen we lezen dat hij de beste vriend was van Edmond Deman. Oncle Emile was een Franstalig Belgisch auteur en een vertegenwoordiger van het symbolisme. Hij was dichter, kunstcriticus en ook schrijver van kunstkritieken en toneel. Hij woonde in Brussel, Parijs en vluchtte tijdens de Eerste Wereldoorlog een tijdlang naar Groot-Brittannië. De werken die uitgegeven werden bij Deman, worden gekenmerkt door een duistere fin-de-siècle sfeer van zwaarmoedigheid en zelfkwelling.

4345b32c433c00977ef701aba2fb34f0.jpgVerhaeren wordt in Vlaanderen ook steeds in verband gebracht met de Eerste Wereldoorlog. De oorlog zorgde voor een grote verandering in zijn literaire werk. Zijn haat voor Duitsland was groot, zijn bewondering voor koning Albert en koningin Elisabeth evenzeer. Hij gebruikte zijn pen om België en het koningspaar een hart onder de riem te steken. In zijn oorlogsessays en oorlogsgedichten gaat hij heftig te keer tegen de Duitse agressor. 

Verhaeren komt op 27 november 1916 om het leven bij een tragisch treinongeval in het station van Rouen. Na eerst begraven te zijn geweest in Adinkerke en in Wulveringem, kreeg hij in 1927 een monumentaal grafmonument in een bocht aan de Schelde te Sint-Amands, zijn geboortedorp. Daar is ook een museum aan hem gewijd.

(foto door Charles Bernier, bron Wikipedia)

Het schilderij in de banner is De lezing door Emile Verhaeren door Théo Van Rysselberghe. Verhaeren is de man met het rode jasje. Het schilderij is te bewonderen in het MSK in Gent.

Stéphane Mallarmé (1842-1898)

Ook de Franse oncle Stéphane was een dichter en criticus. Hij wordt een voorloper van de symbolistische beweging genoemd. Zijn stijl is hermetisch, daardoor zijn zijn gedichten zeker niet makkelijk voor het grote publiek, maar ze wekken een grote bewondering van zijn tijdgenoten op. Volgens Mallarmé moet dichtkunst suggereren en onbewust op de lezer inwerken. Hij is niet echt in één vakje te stoppen, hij bevindt zich op een kruispunt van stijlen, maar ook bij hem is het fin- de-sièclegevoel aanwezig.

71ce7c9fa9ae17af7e2cb88c29cc07b7.jpgHij is opgenomen in de bloemlezing Les poètes maudits van Paul Verlaine. Al snel begonnen deze en een hele generatie dichters na hen, zich onder deze noemer te presenteren en werd het bijna een soort van literaire stroming. Een poète maudit staat voor een miskende of maatschappelijk onaangepaste dichter die wordt gezien als een verschoppeling die niet thuishoort in de maatschappij. Deze groep werd erg beïnvloed door de Parnasse, een beweging van Franse dichters uit de tweede helft van de 19e eeuw die zich vooral afzetten tegen de Romantiek en het principe van 'l'Art pour l'Art' (kunst omwille van de kunst) propageerden: alleen dat wat zonder enig nut is, kan mooi zijn. Gestreefd werd naar een poëzie met een zuivere vormschoonheid, zonder morele bekommernissen.

 (Afeelding: Portret van Stéphane Mallarmé uit 1876 door Eduard Manet.) 

Iwan Gilkin (1858-1924)

Oncle Iwan, voluit Florimond Jean ("Iwan") François Thomas Gilkin, behoort ook tot de symbolisten. Hij was een Franstalige Belgische dichter, toneelschrijver en journalist. Hij is directeur geweest van het literaire tijdschrift La jeune Belgique. Ook hij stond erg achter het principe ‘L'art pour l'art’ van de Parnassebeweging. Als dichter werd hij heel erg beïnvloed door Baudelaire, Schopenauer en comte de Lautréamont. Zijn eerste gedichten werden gekenmerkt door een pessimistische blik op de maatschappij. Later, na het overwinnen van een zware ziekte, werden zijn gedichten milder. Hij stapte over op een meer filosofische poëzie en in navolging van Joséphin Péladan bracht hij een eigen, metrische, doch rijmloze versie van de Prometheusmythe. Ook schreef hij toneelstukken over historische gebeurtenissen. In 1920 werd hij door koning Albert I benoemd tot lid van de pas door hem opgerichte Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. Gilkin was trouwens de allereerste voorzitter van de academie van 28 oktober 1920 tot 5 maart 1921.

Maurice Maeterlinck (1862-1964)

Oncle Maurice was van Gent afkomstig. Hij was dichter, toneelauteur, essayist en vertaler. In 1911 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur, de enige Belg tot nu die deze onderscheiding in de wacht kon slepen. Maeterlinck mocht dan wel afkomstig zijn uit Gent en ook wel een mondje Nederlands spreken (aldus Cyriel Buysse), hij schreef zijn boeken in het Frans.

Ook deze oom kunnen we onderbrengen bij het symbolisme. Hij nam een belangrijke plaats in de Europese literatuur in. Als avant-gardist brak hij met de traditie van het realisme en probeerde hij de werkelijkheid te vatten met symbolen. Hij werd een voorloper van het 20ste-eeuwse theater met figuren als Samuel Beckett. Het werk van Maeterlinck zelf doorstond de tand des tijds niet goed, maar hij inspireerde wel wel veel anderen, onder wie Rainer Maria Rilke. Ook Maeterlinck kunnen we typeren als een man met een pessimistische kijk op het leven.

2749c4598c969219574171892dcdbb67.jpg“Zijn gedichten worden gevormd door droomflitsen, fantasma's, nachtmerries, ijlkoortsen van een waanzinnige geest, die wanhopig probeert uit zijn besloten wereld te komen, maar daar niet in slaagt. Hij maakt hierbij gebruik van de écriture automatique van de surrealisten, waardoor zijn gedichten in zijn tijd zeer modern zijn. Zijn toneelwerk is dat van een dichter die zijn dramatische conflicten poëtisch tracht weer te geven en dat van een essayist die dat filosofisch probeert te doen. Zijn toneelstukken worden beheerst door het menselijk noodlot. Zijn hoofdpersonen zijn geboren onder een ongelukkig gesternte en zijn meestal bang voor het leven, de liefde en de toekomst. In dit toneel is geen plaats voor innerlijke rust en geluk. In zijn latere toneelwerk grijpt het noodlot niet meer zo tragisch in het leven van de hoofdfiguren in en komt er wel ruimte voor wat geluk. ” (Wikipedia – Maurice Maeterlinck)(Afbeelding: Uit het boek ‘Les aveugles’ (De blinden) met afbeeldingen van Léon Spilliaert)

In 1920 werd Maeterlinck verkozen tot lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. Op het schilderij van Théo Van Rysselberghe helemaal bovenaan, is hij de zittende man rechts onderaan.

Gustave Kahn (1859-1936)

Nog een dichtende Franse oncle die we onder het symbolisme mogen catalogeren. Hij schreef ook essays, romans en toneelstukken. Hij zou het ‘vers libre’ of vrije vers hebben uitgevonden. Of dat ook zo is, is onduidelijk, maar hij was er zeker een groot verdediger van. Hij brak daarmee met de traditie van het alexandrijn en van de gangbare regels van het ritme in een gedicht. Stéphane Mallarmé was een van zijn voorbeelden.

Hij had uitgesproken meningen over antisemitisme, anarchisme, feminisme, socialisme en zionisme. Tijdens de Dreyfus-affaire neemt hij het op voor de onterecht beschuldigde. Op basis van de affaire besluit zijn vrouw om zich tot het jodendom te bekeren, ze veranderde toen haar naam van Elisabeth in Rachel.

Odilon Redon (1840-1916)

38b48b77859ecf1b279bae3454b837ad.jpgMet Odilon Redon zijn we toe aan onze eerste schilderende oom. Ook deze Fransman kan tot het symbolisme worden gerekend, want ook de beeldende kunst kent deze stroming. Zijn eerste werken waren alleen in zwart-wit, met houtskool en in steendrukken. Hij lijkt zich in een droomwereld te wanen, vol feeën, monsters, geesten en andere fantasiefiguren. Op zijn werken zien we amoeben, insecten, planten met een mensenhoofd en cyclopen. Bij zijn werk werd hij onder meer beïnvloed door de schrijver Edgar Allan Poe. Redon illustreerde onder meer boeken van Gustave Flaubert, Edgar Allan Poe, oncle Iwan Gilkin, Jules Destrée, Edmond Picard en oncle Emile Verhaeren. Na een ernstige ziekte werd hij veel vrolijker wat zich uitte in schilderijen met stralende kleuren.

2da61c09c0bdf8d6d05e6e1d5f00c998.jpgVeel van Redons werken bevinden zich in Nederland. Andries Bonger en Helene Kröller-Müller waren verzamelaars van zijn werk. Momenteel loop in het Kröller-Müllermuseum een tentoonstelling met zijn werk: “Thema van de tentoonstelling is de belangrijke rol die literatuur en muziek spelen in Redons leven en werk. De tentoonstelling is te zien van 2 juni tot en met 9 september 2018.”

(Afbeeldingen: Zelfpotret/Woman with veil)

Eduard Manet (1832-1883)

45c8e478fd829f16a7d2ca06b5c35300.jpgOncle Eduard is wellicht een van de bekendste van de schilderende ooms die kind aan huis waren bij Edmond Deman. Deze Fransman bevindt zich in de overgang van het realisme naar het impressionisme - tot nu dus de enige in ons lijstje die niet onder het symbolisme valt. Schilderijen zoals Déjeuner sur l’Herbe waren in zijn tijd nogal controversieel.

(Afbeelding: Déjeuner sur l'Herbe -1863)

Fernand Khnopff (1858-1921)

Deze oom was een Belgische symbolistische schilder, beeldhouwer en ontwerper.

“De technisch veelzijdige kunstenaar Fernand Khnopff is één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het symbolisme in België. Zijn Brugge – de stad waar hij zijn prille kinderjaren heeft doorgebracht – en Fosset – het familiale vakantieverblijf in de Ardennen – zijn hoofdthema’s in zijn werk; zijn zuster Marguerite is zijn lievelingsmodel en muze. Literatuurfreak, anglofiel, medestichter van Les XX en later van La Libre Esthétique, ontwerper van decors en kostuums voor de opera, steeds zoekt hij naar het ‘schoonheidsideaal’. Khnopff doet zich gelden als de schilder van dé vrouw: engel, vamp of duivel. Vanaf 1900 spitst hij zich toe op de bouw van zijn huis, ‘de tempel van het ik’ (ondertussen is dit gebouw afgebroken).” (Bron: https://www.fin-de-siecle-museum.be/nl/het-musee-fin-de-siecle-museum/khnopff)

84b3971dc5939606c626e18b6847d636.jpg(Afbeelding: Liefkozingen - 1896)

Een van zijn bekendste werken is Liefkozingen, een afbeelding van Oedipus die zich tegen de sfinx aanvlijt.                                                                                                                                                                                                                 

Félicien Rops (1833-1898)

"8dfa01d9467e93769b559550bfd809c6.jpgFélicien Rops, Belgisch schilder, graveur en illustrator is geboren in Namen in 1833. Tijdens zijn studies Schone Kunsten in Namen legt hij zich toe op de tekenkunst, in het bijzonder de karikatuur, waarin hij een uitlaatklep vindt en waarmee hij zich laat opmerken. Tijdens zijn vele reizen naar Parijs leert hij graveren en studeert alle technieken: etsen, vernis, droge punt, aquatint. In Parijs, waar hij zich in 1874 uiteindelijk vestigt, gaat hij om met Baudelaire en wordt een van de meest opmerkelijke illustrators van de stad. Zijn provocerende en soms erotische werk choqueert de burgerlijke kringen, waar hij kritiek op uit en de spot mee drijft.”(Bron: Bezoekersgids tentoonstelling Melancholia – Boghossianstichting -Villa Empain Brussel, nog tot 19 augustus 2018)

(Afbeelding: Pornocrates - 1896)

Auguste Renoir (1841-1919)

Nog een heel bekende Franse oom van Gabrielle. Hij kende onder meer Manet, Monet, Delacroix, Sisley en Bazille. Belangrijk in zijn ontwikkeling als schilder was dat hij samen met zijn schilderende vrienden ging schilderen in de open lucht, iets wat nieuw was in die tijd. Typisch voor de vroegere schilderijen zijn de scènes met vrouwen, kinderen en tuinen.

dc4fae1e042dff41db6af929cb22acdc.jpgVanaf 1874 ging Renoir lichtere kleuren gebruiken. En hij mengde zijn kleuren niet op het palet, maar bracht toetsen verf naast en over elkaar aan op het doek: een manier van schilderen die een kenmerk werd van hem en zijn tijdgenoten, de impressionisten. 

De impressionisten waren erg vernieuwend in hun tijd en werden niet meer toegelaten om werk te tonen in de Salon, een heel belangrijke jaarlijkse tentoonstelling met jury. Samen met andere kunstenaars organiseerde Renoir in 1874 een eigen tentoonstelling. Monet bracht het schilderij ‘Impressie: zonsondergang’ mee. In een satirisch tijdschrift werd de spot gedreven met die naam, maar zo ontstond wel de naam voor deze nieuwe kunststroming impressionisme. De tentoonstelling betekende meteen ook het begin van het succes voor Renoir, die er zo’n 30 schilderijen toonde.

In latere jaren hechtte hij meer belang aan vastere vormen en compositie, maar hij blijft vooral bekend als een leider van de impressionistische beweging. 

(Afbeelding: Bal du moulin de la Galette - 1876) 

Théo Van Rysselberghe (1862-1926)

Oncle Théo was een Belgische neo-impressionistische kunstschilder, graficus en ontwerper. Hij speelde een sleutelrol in de Europese kunstwereld, onder meer als mede-oprichter van de avant-gardegroep Les Vingt (Les XX) in 1883. Het was een groep jonge radicale artiesten die rebelleerden tegen het verouderde academisme en de heersende artistieke standaarden. Ook Fernand Khnopff, Félicien Rops en Auguste Rodin behoorden tot de groep.

Zijn eerste werken kenden een oriëntalistische inslag, geïnspireerd door een paar reizen naar Marokko. Maar hij ontdekte al snel het impressionisme en het pointillisme (neo-impressionisme), iets waarin hij erg bedreven was. Ook al liet hij de puntjes een tijdlang achter zich, het pointillisme zou echt zijn handelskenmerk worden.

4717d25f0199a3fc4b61b43780e97f20.jpgBelangrijk voor ons in een werk dat in het boek voorkomt: La Promenade uit 1901. Op pagina 80-81 kun je de scène nalezen die eindigt met:

“Zo legde oncle Théo Van Rysselberghe ons vast in La Promenade. Het meisje op de voorgrond dat hem frank aankijkt, terwijl ze haar witte hoed vasthoudt vanwege de zoute tegenwind, dat is Marie. Met die blik moedigde ze me aan om het beste uit mezelf te halen en op eigen vrouwenbenen te staan.”

Het gezelschap bestaat uit tante Maria, P’tite mère, Gabrielle en Marie. Edit: In het boek dan toch, zie voor een verheldering de opmerking van Herlinde Leyssens onder dit artikel!

George Minne (1866-1941)

6d98a915096387959937278deb6b6666.jpgMinne was een Belgische beeldhouwer, schilder en tekenaar. Hij kende heel wat ooms van Gabrielle. Hij was bevriend met de schrijver Maurice Maeterlinck, hij illustreerde boeken van Maeterlinck en Emile Verhaeren. In 1890 exposeerde hij enkele van zijn beelden bij Les XX te Brussel en in 1891 werd hij lid van deze belangrijke kunstenaarsgroep. In datzelfde jaar trok hij naar Parijs om er Rodin op te zoeken. Minne kreeg veel erkenning in kringen van art nouveau en symbolisme : “Het kwam erop aan het kunstwerk een subjectieve zeggingskracht te geven rond de menselijke figuur, in een raadselachtig-magische samenhang van erotiek en dood.” (Bron: Wikipedia - George Minne)

(Afbeelding: De fontein der geknielden -1898)

Georges Lemmen (1865-1916)

Hij was een Belgisch kunstschilder, graveur en illustrator. Zijn stijl was het impressionisme en het pointillisme. Hij vervaardigde stillevens, stadsgezichten, portretten en landschappen. Hij was lid van Les XX. Hij evolueerde in de richting van het post-impressionistische Les Nabis.

Armand Rassenfosse (1862-1934)

550b755716d0a067107a1ff0599b22b5.jpgHij was een Belgisch graficus, boekillustrator en schilder. Etsen van Rops zetten hem op weg. Later leerden ze elkaar kennen en werden goeie vrienden. Ze experimenteerden volop met verschillende etstechnieken. Rassenfosse is vooral bekend als etser en als boekillustrator. Ook hij behoorde tot de stroming van het symbolisme. Zijn meesterwerk, waar hij twee jaar aan werkte, zijn de illustraties bij Les Fleurs du mal van Baudelaire. Later ging hij ook schilderen en verliet hij het symbolisme. (Een afbeelding uit Les fleurs du mal.)

Léon Spilliaert (1881-1946)

En zo komen we bij Léon Spilliaert. Hij was geen oncle van Marie, maar de vriend van haar zus Paulette. Hij komt meerdere keren voor in het boek. De eerste ontmoeting vindt plaats in Oostende waar Pérou in de parfumwinkel van Léons vader een ‘flesje odeur’ gaat kopen voor P’tite mère. (pag. 80) De romance blijft helaas niet duren.

2e1c8860cb6a31931a243b2f67ae421f.jpg“Léon Spilliaert is geboren in Oostende in 1881 en gestorven in 1946 in Brussel. Hij studeerde een tijd aan de Academie van Brugge, maar werd uiteindelijk autodidact. Hij schildert vooral landschappen, op de grens tussen symbolisme en expressionisme, met een bijzondere hartstocht voor zijn geboortestad. In tegenstelling tot die van de symbolisten refereren zijn doeken nooit aan mythes of legendes, maar vertalen ze eerder zijn eigen bekommernissen, die zich mengen met kille zeezichten waarin hij zelf evolueert.” (Bron: Bezoekersgids tentoonstelling Melancholia – Boghossianstichting -Villa Empain Brussel, nog tot 19 augustus 2018) (Afbeelding: Marine bij stormweer -1909)

“Hij is moeilijk in één stijl samen te vatten en blijft een buitenbeentje in de Belgische schilderkunst, wars van invloeden van de vele andere kunststijlen uit zijn tijd. Zijn beste periode ligt voor 1914 als excentrieke ziener van een vreemde realiteit.” (Bron: Wikipedia – Léon Spilliaert)

c4ad8875e98375ddb4b8987f878c804f.jpgHet mag duidelijk zijn dat de ontmoeting met Edmond Deman en zijn dochter erg belangrijk zijn geweest voor Spilliaert: “Van september 1902 tot januari 1904 ging hij in dienst bij de toen bekende Brusselse uitgever, boekhandelaar en kunstkenner Edmond Deman, eerst in los verband en vanaf februari 1903 in vaste dienst. Via Deman kwam Spilliaert in contact met het kunstenaarsmilieu van Brussel en maakte kennis met Maeterlinck en de Franstalige dichter en kunstcriticus Emile Verhaeren. Deman was promotor en verzorgde de public relations van verschillende schilders uit zijn tijd. Samen met werken van James Ensor, Georges Lemmen, Fernand Khnopff en Théo van Rysselberghe, werden ook enkele werken van Spilliaert te koop aangeboden in het grafisch kabinet van deze uitgever, maar zonder succes. In tegenstelling tot de tolerante houding van zijn eigen familie, kreeg Spilliaert wel het vertrouwen in zijn talent en later zelfs de vriendschap van Deman. Samen met het verrijkend contact met de vele kunstenaars en schrijvers uit de vriendenkring van Deman, betekende deze episode een beslissende schakel in zijn loopbaan.” (Bron: Wikipedia – Léon Spilliaert)(Afbeelding:Drievoudig portret met Edmomd Deman (midden), Léon Spilliaert (links) en Emile Verhaeren (rechts) - 1908) Edit: achter deze volgorde zit betekenis: zie hiervoor de opmerking van Herlinde Leyssens onder dit artikel)

Hij is steeds de steun van Deman blijven krijgen, ook al kende hij in zijn beginjaren geen succes. Dat is er eigenlijk pas gekomen vanaf 1912 toen hij zijn sobere, donkere werken inruilde voor werken met veel kleur en co552ee718ea6c013b19357cf626c629a4.jpgntrast. Nochtans is hij nu vooral bekend voor die donkerste stukken. Het is een van de bekendste Belgische schilders, maar internationaal is hij nu nog maar aan het doorbreken. Op de wikipediapagina die aan hem is gewijd, vind je nog heel wat informatie over zijn leven en werk. In Oostende kun je het Spilliaert Huis bezoeken en Mu.ZEE wijdt een vleugel van het gebouw aan Ensor en Spilliaert, de twee bekendste Oostendse kunstenaars – (Ensor dat is trouwens oncle James aan wie Van Rysselberghe heel even refereert op pagina 80). (Albeelding: Meisjes met witte kousen - 1912)

Tekst: Ine

Bronnen: 

  • Tekst: Wikipedia/kunstbus.nl/emileverhaeren.be/cultuurarchief.nl/ kunst-19e-eeuw.blogspot.com/Bezoekersgids tentoonstelling Melancholia – Boghossianstichting -Villa Empain Brussel
  • Afbeeldingen: Wikipedia, commons.wikimedia.org
  • Foto: Wikipedia (foto Emile Verharen door Charles Bernier)

 



Reacties op: Extra: Les oncles

Meer informatie