Gert-Jan van den Bemd: “Branco & Julia is een ode aan het toeval”

op 19 mei 2022 door

In 2019 kwam ik voor het eerst in aanraking met auteur Gert-Jan van den Bemd. Ik recenseerde zijn debuutroman De verkeerde vriend (2018). De zin ‘zolang je iets niet ziet, is het er niet, is het nooit gebeurd’ staat hierin centraal. Heel snel daarna lag zijn tweede roman op mijn leestafel. Na de val (voor mij de roman met de mysterieuze cover) greep me nog meer aan. Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief van hoofdpersonage Sofie. Het draait in deze roman over het ontsluieren van de waarheid. Het boek begint met Sofie die bovenaan de trap zit te tekenen. Elk hoofdstuk begint met de beschrijving van zo’n tekening. Een mooie vorm die past bij Van den Bemd die ook beeldend kunstenaar is. In beide romans laat de auteur je in het hoofd van het hoofdpersonage kruipen. Het zijn twee romans waarbij het gaat om wat waar is. En nu staat zijn derde roman op verschijnen met als titel Branco & Julia. Reden voor mij om u nader kennis te laten maken met deze auteur en met het onderzoek dat aan zijn nieuwe boek ten grondslag ligt.

Over de auteur: Gert-Jan van den Bemd (1964) is kunstenaar en schrijver. Hij werd opgeleid tot wetenschappelijk onderzoeker (endocrinoloog, PhD, Erasmus Universiteit Rotterdam) en kunstenaar (BDes, AKV St. Joost ‘s-Hertogenbosch/Breda). In 2013 ontving hij de Delta Lloyd poëzieprijs van België en in 2014 de eerste prijs in de schrijfwedstrijd van literair tijdschrift Tirade. In 2015 won hij Heel Nederland Schrijft, in 2016 de Aspe Award en in 2017 de verhalenwedstrijd van het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Zijn debuutroman De verkeerde vriend verscheen in 2018 bij Manteau / Angèle en Na de val in 2019 bij dezelfde uitgeverij. Korte verhalen, gedichten en essays werden gepubliceerd in verzamelbundels en tijdschriften (Tirade, Extaze, Elders Literair, Ballustrada, Op Ruwe Planken, et cetera).

Inhoud: In Branco & Julia kruisen zich de paden van de wat oudere curiosa- en antiekhandelaar Branco en de jonge kunstenares Julia. Beiden kopen los van elkaar oude foto’s op de Feira da Ladra, de rommelmarkt van Lissabon. Branco ziet ze als inspiratiebron voor een roman die hij wil gaan schrijven, Julia wil de foto’s gebruiken als uitgangsmateriaal voor haar schilderijen. Hun gedeelde bezit leidt noodgedwongen tot een gezamenlijke speurtocht naar de Atlantische kust van Frankrijk (Loire Atlantique), naar de herkomst van de foto's en de vrouw die erop staat afgebeeld. Maar belangrijker is het inzicht dat zij verkrijgen in de zin van hun eigen leven.

Door: Jan Stoel

Foto's: Archief Gert-Jan van den Bemd; portretfoto auteur: Thomas Sweertvaegher

1111c30e5b130b05d8a9d4b036d60a6a.jpg

Je eerste twee romans waren behoorlijk succesvol. Goede recensies, aandacht op diverse literatuurplatforms, aandacht in leesclubs. En ik moet zeggen dat je ook actief bent om je boek onder de aandacht te brengen. Kun je een korte schets geven wat er zoal gebeurd is rondom de romans?

Het publiceren van een eigen boek blijft niet beperkt tot het schrijven ervan, daar kwam ik al gauw achter. De redactierondes, de correcties, het creëren van een sterke cover en flapteksten… En dan heb ik het nog niet over het promoten. Veel schrijvers vergeten dat ze daar ook verantwoordelijk voor zijn. Het werkt echt niet om bij een boekhandel achter een tafel te gaan zitten. Zonder marketing komt er niemand om een handtekening vragen.

Ik heb inderdaad van alles gedaan om aandacht voor mijn boeken te genereren. Soms was dat succesvol, meestal niet. Het aanbod van boeken is enorm. Het valt niet mee om je daartussen te onderscheiden. Een paar ‘hoogtepunten’ waren voor mij de pitch bij Barts Boekenclub in het Betty Asfalt Complex in Amsterdam, nota bene in het theater van Paul Haenen, in wiens tijdschrift Mens & Gevoelens ik in 1993 debuteerde met een kort verhaal. Ook de voorleessessies die ik hield bij Festival Hongerige Wolf, in noordoost Groningen, vond ik bijzonder. En dat De Verkeerde Vriend ook als luisterboek werd uitgebracht bij Storytel was een opsteker. Ik vind nog steeds dat dat boek eigenlijk verfilmd zou moeten worden, maar ik heb nog geen regisseur en producent kunnen vinden. Bij Na De Val heb ik me vooral gericht op fanatieke lezers. René Hollaers van boekhandel Van Kemenade & Hollaers uit Breda is daar bijzonder behulpzaam bij geweest.

Daarnaast maakte je iedere dag een tekening die je op social media publiceerde. Waarom ben je daarmee gestopt?

Ik teken nog steeds veel, maar ik publiceer mijn tekeningen niet meer dagelijks. Niet dat ik dat niet meer zou willen, maar mijn uitgever heeft me aangeraden om duidelijker te communiceren wat ik nu eigenlijk ben. Als ik me als schrijver wil profileren, is het verstandig om ook als zodanig naar buiten te treden, anders weet het publiek ook niet meer hoe het zit. Ik vrees dat ze gelijk heeft. Een acteur die ook schildert wordt in Nederland niet als kunstschilder beschouwd. Schoenmaker blijf bij je leest. Vreemd eigenlijk, want sommigen hebben een kunstopleiding - ze blijven dus bij hun leest - maar het is niet eenvoudig om dat geaccepteerd te krijgen.

Het heeft iets langer geduurd voordat de derde ‘Van den Bemd’ verscheen. Maar ik heb begrepen dat de kiem van Branco & Julia in 2018 ligt. Kun je daarover iets vertellen?

De coronatijd heeft ook mijn boek vertraagd. Niet zozeer het schrijven ervan, maar bij de uitgeverij draaide alles wat minder vlot. Het was een lastige tijd om boeken te presenteren. Boekhandels waren gesloten, mensen mochten niet in groten getale bijeenkomen. Dus ook Branco & Julia liep wat vertraging op.

De oorsprong ligt inderdaad in 2018. Toen vond ik op een website voor verzamelaars een oude foto van een vrouw die met haar voeten in de branding staat. Even later vond ik een tweede foto, van dezelfde vrouw, maar ongeveer twintig jaar later gemaakt. Haar gelaatsuitdrukking was totaal anders. Ik voelde meteen dat daar een verhaal in zat. Ik ging het aanbod van die handelaar nauwgezet volgen en in de loop van anderhalf jaar verzamelde ik een paar honderd foto’s van dezelfde vrouw. Vele uren heb ik die foto’s bestudeerd, zowel de voor- als de achterzijde. Het werd bijna een obsessie. Uiteindelijk vond ik haar naam achterop een van de foto’s: Yvette. En na het nodige gepuzzel vond ik ook haar achternaam.

Wanneer was de tijd rijp om het verhaal tot een roman te gaan uitwerken?

Daar ging wel wat tijd overheen. Ik besteedde veel tijd aan het onderzoek. Ik schreef in mijn beste Frans naar de handelaar, ik communiceerde met mensen met dezelfde achternaam als Yvette. Helaas leverde dat weinig op. Uiteindelijk vond ik een overlijdensbericht in een huis-aan-huisblad. Daarin stond het adres waar ze had gewoond. Toen ik met Google Street View voor dat huis stond, ging er een koude rilling door mijn lijf: toen werd het heel concreet. Maar het was nog niet genoeg. Ik moest erheen, ik wilde het met eigen ogen zien. Uiteindelijk zijn mijn vrouw en ik naar het dorpje aan de Atlantische kust gereden. Daarna ben ik pas écht gaan schrijven.

Op de cover staat de eerste foto van de vrouw die je op die website kocht. Kun je een tipje van de sluier oplichten over wat je zoal ontdekt hebt? Dit zonder de plot van je verhaal te vertellen.

Het is lastig om erover te vertellen zonder ‘spoilers’ omdat ik in de roman dicht bij mijn eigen ervaringen ben gebleven. Maar om er toch iets over te los te laten: het is wonderlijk dat je geconfronteerd wordt met de omgeving waar iemand jarenlang heeft gewoond, iemand die je alleen van foto’s kent. Het leek alsof de tijd had stilgestaan, alsof ik Yvette bij wijze van spreken tegen had kunnen komen. Het is gelukt om verschillende plekken terug te vinden, zoals een monument voor een verdronken zeeman waarbij Yvette als zeventienjarige heeft geposeerd. En op een klein kerkhof ontdekte ik de graven van haar vader, ooms, tantes en haar lievelingsnicht.

ed02157055ec83ea4fcdd8d4f0e8daa2.jpg

Dan ben je een verhaal op het spoor en zou je min of meer een ‘biografie’ kunnen gaan schrijven. Maar Branco & Julia is een roman. De dialogen zijn verzonnen en je hebt je verbeelding aan het werk gezet om er fictie van te maken. Kun je iets vertellen hoe je daarbij te werk gegaan bent?

Ik heb erover nagedacht of ik een biografie over haar zou schrijven. Dat had gekund. Toch heb ik dat niet gedaan. Ik vond de impact van het onderzoek op mezelf interessanter dan hetgeen ik over Yvette ontdekte. Bovendien had ik de behoefte om het verhaal universeler te maken. De roman gaat niet alleen over Yvette, of over Branco & Julia, hij gaat over het leven van veel meer mensen. Een leven met ups en downs, waarin je keuzes moet maken, waarin je fouten maakt. Uiteindelijk ben ik mezelf gaan fictionaliseren. Niet ik, maar Branco, werd de hoofdpersoon, met Julia als zijn tegenpool. De ontdekkingen die zij doen zijn voor een belangrijk deel non-fictie, maar ze zijn voor veel mensen herkenbaar.

Je bent jezelf gaan fictionaliseren?

Ik heb mijn eigen emoties en gedragingen als uitgangspunt genomen, maar ik heb ze gedramatiseerd. Bepaalde karaktereigenschappen heb ik versterkt, andere afgezwakt. Julia, de vrouwelijke protagonist, is in veel opzichten het tegenovergestelde, maar daardoor ontstaat er juist een interessante interactie tussen die twee.

In je eerste twee romans gaat het om wat er zich in een gezin afspeelt en duik je diep in de psyche van je hoofdpersonages. Er is steeds iets bijzonders met hen aan de hand. Aan hun binnenkant zit iets verborgen. Je schrijft psychologische romans die bol staan van de spanning.  Je schrijft vlot, in korte hoofdstukken, in een lekker ritme en filmisch. Typisch Gert-Jan van den Bemd, zou ik zeggen. Is dat in deze nieuwe roman ook het geval?

Ja, dat denk ik wel, hoewel de spanning nu minder een rol speelt. Natuurlijk wil je als lezer weten hoe het nu zit met die foto’s van Yvette, maar de ontwikkeling van Branco en Julia is belangrijker. Het gaat meer om de interactie tussen die twee personen die mijlenver uit elkaar staan. Er is minder sprake van een plot. De sfeer en de psychologie zijn belangrijker dan in mijn eerste twee boeken.

In Na de val had je een bijzonder pakkend begin, Sofie die bovenaan de trap zat te tekenen. Nu doe je ook iets dergelijks met een poëziebundel: “Het begin, het moment waarop mijn leven een andere wending nam, valt samen met de aanschaf van het gedichtenbundeltje. Dat boekje zette alles in gang. Niet zozeer vanwege de inhoud - eerlijk gezegd heb ik er hooguit een beetje in gegrasduind - maar vanwege het inzicht dat het me gaf: ook ik zou kunnen gaan schrijven, ook ik zou mezelf schrijver kunnen noemen. Zo simpel was het. Ik schrijf, dus ik ben, zoiets. Door dat inzicht ging ik anders om me heen kijken, leek alles plotseling helder verlicht. Ja, de aanschaf van het boekje markeert het begin. Die vaststelling lijkt misschien triviaal, voor mij is ze belangrijk: de verandering werd door mezelf geïnitieerd, niet door Valério.” Je trekt meteen de lezer het verhaal in. Hoe pak je zoiets aan?

Tja, dat is een lastige vraag. Voor een deel gaat dat op gevoel. Ik denk dat als je speculeert over de gedragingen van de protagonist je al suspense opwekt. In mijn boeken is ‘motivatie’ een belangrijk aspect. In De Verkeerde Vriend is Werner een lamzak, iemand die geen initiatief toont. Pas als zijn rustige bestaan ernstig wordt bedreigd, gaat hij over tot actie. Sofie in Na De Val heeft zich jarenlang niet beziggehouden met de verstoorde relatie van haar vader met haar broer. Pas door factoren van buitenaf begint ze te speuren naar voorvallen uit het verleden.

Ik vind gedragingen van mensen interessant. Waarom doen ze iets? Waarom doen ze iets niet? Soms weten ze dat zelf ook niet zo goed. Zelf ben ik meestal heel rationeel. Dat noemden mijn ouders ‘verstandig’, maar af en toe handel ik ook op gevoel. Ik besluit bijvoorbeeld om op basis van een paar oude foto’s naar een gehucht aan de Atlantische kust van Frankrijk te rijden. Ik weet nu dat zo’n avontuur je heel veel op kan leveren.

Wat is het hoofdthema van je roman? Kun je iets vertellen over de verhaallijnen/de personages?

Aan de ene kant gaat het boek over vergankelijkheid, gemiste kansen, verkeerde keuzes. Maar Branco & Julia is ook een pleidooi om lef te hebben, om te durven, om van de gebaande paden af te wijken.

De roman draait om de wat oudere curiosa- en antiekhandelaar Branco en de jonge kunstenares Julia. Hun levens verlopen in het begin gescheiden. Voor hetzelfde geld waren ze nooit met elkaar in contact gekomen. Een voorval, in hun geval de ontdekking van een verzameling oude foto’s, brengt hen samen. Zo gaat dat in het echte leven ook. Je kunt dat toeval noemen, maar dat woord hebben we bedacht omdat we er geen verklaring voor hebben. Je zou mijn roman ook kunnen beschouwen als een ode aan het toeval.

f9cd6e52a18d9b5070ac54a7da53b1a7.jpg

Je schrijft vanuit een dubbel ik-perspectief, dat van Branco en dat van Julia. Dat brengt dynamiek in het verhaal, je kunt spelen met dezelfde situaties maar dan vanuit een ander perspectief. Zijn Branco en Julia er later bij verzonnen of zijn ze net als Yvette bestaande personen?

Ze wisselen elkaar af in de vertelling. De lezer krijgt dus een beeld vanuit twee standpunten: mannelijk versus vrouwelijk, oud versus jong, lichtelijk verbitterd versus hoopvol. Soms vullen de verhalen elkaar aan, soms spreken ze elkaar tegen. Zo is het in het echte leven ook: iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Branco en Julia zijn fictieve personages. Hoewel… toen ik op de Feira da Ladra in Lissabon rondstruinde, zag ik ze lopen, dus misschien bestaan ze toch. Ik heb ze verzonnen om een tweede laag te creëren, een vertelling in onze huidige tijd, waardoor het geen historische roman werd. Lissabon, de rommelmarkt in het bijzonder, vond ik als startplek heel geschikt. Op de Feira da Ladra word je overvallen door een treurig gevoel. Al die afgedankte spullen symboliseren toch levens van mensen. Hoeveel is er terechtgekomen van hun dromen, verlangens en liefdes? Dat vergankelijke maakt me weemoedig. Dat gevoel kreeg ik ook bij de foto’s van Yvette.

Je gebruikt twee citaten voor in je boek. Waarom juist deze?

Elke mens is van nature uit een collectioneur. Het zit in onze genen van toen we nog apen waren. We hebben het         verzamelen nodig gelijk we eten en drinken nodig hebben. – Erik Vlaminck, Een berg mens onder witte lakens, 2019

What does photography concern me, this luck of hundredths of seconds. – Maria Lassnig (1919-2014)

Het citaat van Erik Vlaminck past uitstekend bij Branco, een handelaar in kunst en curiosa, spullen die hij op de rommelmarkt vindt. En eigenlijk past het citaat ook bij mezelf. Ook ik ben een verzamelaar. Als kind van postzegels en munten, later van boeken en foto’s. Ik denk dat het een genetische kwestie is. Mijn opa, de vader van mijn moeder, was een fanatiek verzamelaar van sigarenbandjes en munten. Het lijkt onschuldig, maar het is een gevaarlijke bezigheid. Als je er gevoelig voor bent kan het leiden tot een dwangmatige verzamelwoede. Verzamelingen zijn nooit compleet, je bent nooit klaar. Branco maakt daar misbruik van, hij kent de zwakte van zijn rijke klanten. Zelf blijkt hij ook niet ongevoelig voor de behoefte om zijn eigen verzameling oude foto’s te completteren.

Het citaat van Maria Lassnig geeft voor mij weer hoe ik denk over familiefotografie. We leggen over het algemeen alleen de hoogtepunten van het leven vast, de pasgeboren baby, de verjaardagen, het huwelijksfeest, vakanties, de nieuwe auto of de eigen woning. Fotografie liegt het leven bij elkaar. Maar als je goed kijkt, zie je achter de façade van geluk het verdriet en de teleurstelling. Dat zag ik op de tweede foto die ik van Yvette vond. Ze is een jaar of twintig ouder. Het gevoel dat ik bij die foto kreeg, bleek wonderwel te kloppen met de realiteit: ergens in die twintig jaar verloor Yvette haar geluk.    

Wat maakt deze roman voor jou zo de moeite waard? Wat is de kern?

Ik hoop dat ik een verhaal vertel dat veel lezers ook ‘voelen’. Het gaat niet letterlijk om het verhaal, maar om het universele van de vertelling. We zijn op aarde en maken er het beste van. Meestal blijven we doorgaan met hetgeen we altijd deden, maar door je open te stellen voor het avontuur wordt het leven interessanter en spannender.

Tot slot. Maak eens reclame voor je nieuwe roman. Waarom moet iedereen dit verhaal lezen.

Ik denk dat het een boeiende vertelling is over twee mensen die qua karakter, leeftijd, achtergrond, en kijk op het leven totaal verschillend zijn, maar door een reis - die ze noodgedwongen samen maken - dichter tot elkaar komen. Je zou die reis een metafoor voor het leven kunnen noemen: als je je ervoor openstelt, kun je dichter bij je medemens komen te staan. Vaak laten we ons door vooroordelen en angst daarvan afhouden, maar het loont om je voor anderen open te stellen en van de gebaande paden af te wijken. Bovendien is Branco & Julia gesitueerd in een fraaie omgeving, in een zomerse sfeer. Dat maakt het een heerlijk boek voor de vakantie.

447ca50cf27bf20761ccbfdfa1d25ded.jpg



Reacties op: Gert-Jan van den Bemd: “Branco & Julia is een ode aan het toeval”

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Gert-Jan van den Bemd

Gert-Jan van den Bemd

Gert-Jan van den Bemd publiceerde tot nu toe drie romans: De Verkeerde Vriend (2...