Advertentie

Vlaamse kost: Kerkhofblommenstraat - Lara Taveirne

op 16 juli 2020 door

Banner: Anne
Tekst: Katrien en Nathalie
Redactie: Nathalie

Dag Katrien

Je bent als eerste aan de beurt in deze nieuwe rubriek ‘Vlaamse kost’ waarin ik telkens een Vlaams boek in de kijker wil zetten en dat samen wil lezen met een geïnteresseerde mede-lezer! Jou ken ik al een tijdje en ik weet dat jij ook graag af en toe boeken van eigen bodem leest.

We kozen samen uiteindelijk voor de roman Kerkhofblommenstraat van roman- en toneelschrijfster en regisseur Lara Taveirne (Brugge, 1983), al haar derde roman na haar debuutroman De kinderen van Calais (2014), waarvoor ze de Vlaamse debuutprijs won, en Hotel zonder sterren (2015). Volgens een citaat van Tom Lanoye is “de nieuwe literaire golf in Vlaanderen vrouwelijk, van Lize Spit tot Griet Op de Beeck. Lara Taveirne zou wel eens kunnen uitgroeien tot de grootste verteller onder hen. Ze schrijft poëtisch en toch meeslepend, met oor voor volkse dialogen.’

Daar komt bij dat jij je roots hebt in West-Vlaanderen en de dialectische wat archaïsche taal die in het boek ‘gebezigd’ wordt niet totaal onbekend in de oren klinkt. Dat wist ik eigenlijk niet echt op voorhand maar dit was toch mooi meegenomen, niet? 

Ik denk dat we een goede titel hebben gekozen om mee van start te gaan. We hebben er beiden van genoten. Dat kunnen onze volgers hieronder lezen. En daarmee is dit een goed voorbeeld voor wat er hier nog kan volgen: boeken van diverse auteurs die in Vlaanderen wonen, kunnen in het vervolg hier een plaatsje krijgen. Normaal gezien is er ook al een tweede buddyread gepland. (Weet je dat nog, Wendy?) Voor daarna ligt de planning echter nog wijd open. Dus volgers die een boek van een Vlaamse auteur in de boekenkast hebben staan dat hen al heel lang aan het roepen is, of die willen dat ik een boek uitzoek voor ons tweeën rekening houdend met hun smaak en interesses en dat samen met mij willen lezen, mogen onder dit artikel een seintje geven. Het moet wel ergens passen onder de genres literaire fictie of non-fictie. Ik ben alvast benieuwd naar de massale reacties!

Hartelijk dank om samen dit boek te lezen Katrien. Hieronder volgt ons gezamenlijke leesverslag.

Veel groeten

Nathalie

***** 

Over het boek

Deze roman is een duidelijk eerbetoon aan priester-dichter Guido Gezelle, die in Brugge geboren (1830) en gestorven (1899) is. De man wordt in het verhaal zelf niet met naam genoemd maar er wordt voornamelijk naar hem verwezen als ‘de Dichter’ en zijn begraafplaats aan de straat uit de titel in Assebroek speelt een heel belangrijke rol in het boek. Ook heeft hij een gedichtenbundel geschreven met als titel Kerkhofblommen die funeraire poëzie bevat ter nagedachtenis van een leerling van Gezelle, Eduard Van Den Bussche, aan het Roeselaarse Kleinseminarie, waar Gezelle nog leraar was.

Als motto is er vooraan in het boek een vers van Guido Gezelle opgenomen:

Traagzaam rijdt en rolt de wagen,
treurig door de straten voort,
en ’t is krijsen en ’t is klagen,
dat men onder ’t dekzeil hoort.
Stap voor stap zo gaan de peerden,
ziende naar hun meester om;
stap voor stap, als of ’t hun deerde
traagzaam, treurig stille en stom!

Dit boek speelt zich af vlak na de Eerste Wereldoorlog. Arabella is geboren aan het begin van die Wereldoorlog en in dit boek is ze een vijftienjarige slimme ietwat naïeve maar bovenal opstandige jonge vrouw die heel graag de schoolbanken wil verruilen voor het echte leven. Haar wens is om op het chrysantenveld van haar vader te gaan werken en daar de warmte te zoeken die ze zich herinnert uit haar kindertijd en haar kille moeder Angèle haar niet kan geven. Haar moeder Angèle ziet dit plan dat ze zich zou begeven tussen de kweeksters, een sociaal en intellectueel lagere klasse, niet zitten; haar vader Gérard is toegeeflijker van aard en ziet er helemaal geen graten in.

Nu ze thuis is van haar internaat neemt ze de kans, en zal ze acht weken op het veld gaan werken. Al wroetend in de aarde luistert ze naar de verhalen van de kweeksters die vanonder hun rokken uitkomen in een bloemrijke volkse taal. Het wordt al snel duidelijk dat hun levens meer met elkaar verweven zijn dan ze dacht. Dat zelfs haar eigen geschiedenis er niet los van staat. Langzaamaan blijkt dat Arabella haar herinneringen uit het verleden verre van volledig zijn en dat er veel dingen uit haar geheugen zijn verdwenen. Ze moet er ondertussen mee voor zorgen dat op Allerheiligen de bloemen klaar zijn; dan verhuizen ze naar de begraafplaats aan de andere kant van de muur.

*****

Ons gedacht

261e27df37a9540f5659d00c8974afbb.jpgNathalie: Taveirne verraste me met haar poëtische bloemrijke taal en het scheppen van veel sfeer. Ze gebruikt een dialectische volkse taal die echter niet platvloers of vulgair aandoet. Hoogstens zitten er wat scènes tussen die er wat aan doen denken. 

“De bloemen stonden hoog voor de tijd van het jaar. Begin september en ze kwamen al tot aan mijn knieën. Gelijk kolenplanten waren ze de lucht in geschoten, alleen de chrysanten dichtst bij de begraafplaats groeiden niet zoals het moest omdat die te veel schaduw vingen van de kerkhofmuur. De zomer wist werkelijk van geen ophouden, hield geen beetje rekening met wat er op de kalender stond, dat de slachtmaand naderde, het feest van de doden.”

De jaren waarin het verhaal zich afspeelt, worden niet van het begin direct benoemd, maar je begint langzamerhand door alle referenties aan te voelen dat het verhaal zich afspeelt vlak na de Eerste Wereldoorlog en enkele jaren verder in de jaren 1920. Het verhaal zou tijdloos kunnen zijn maar de taal en de referenties voeren je terug naar het verleden.

De kweeksters behoren tot een andere klasse, arbeidsters, die in dienst van Arabella’s vader, meneer Gérard, werken. Vooral haar moeder is er van aangedaan dat zij onder deze vrouwen op het veld wil gaan werken, en bedeelt hen met de grofste namen; ze heeft het over een rattennest, onkruid en ongedierte. Haar vader kan het niet hebben dat zijn vrouw zo over hen spreekt, maar het blijft toch ook dienstvolk voor hem, ook al heeft hij het beste met hen voor en gelooft hij in beterschap voor hen. Zo brengt Taveirne niet alleen het idyllische van het platteland tot leven, maar ook de tot dan toe feodale manier waarop arbeid nog is georganiseerd, toestanden die we herkennen van bij bv priester Daens, die ook in die tijd leefde, en de enorm grote klassenverschillen. Arabella staat er als kind en opgroeiende jonge vrouw eerder wat nieuwsgierig tegenover, en wil hun leven beter leren kennen.

642db88813be5c1296b8519a7221fb98.jpgKatrien: Dit is een verhaal in de tijdsgeest van rond en kort na de Eerste Wereldoorlog dat door Lara Taveirne wordt neergezet in een volkse maar poëtische taal. Enerzijds heb je de rijken, de begoede burgers en anderzijds het voetvolk, veldwerkers en fabrieksmensen. Het verhaal speelt zich af in een begoed gezin, maar wel één waar weinig liefde is.  Dat is niet onherkenbaar voor heel wat betere kringen in die tijd. Kinderen werden op internaat geplaatst waar ze dan een opvoeding genoten zoals er van meisjes of jongens werd verwacht. 

Het gezin is volgens mij wel atypisch. Een kille moeder die haar dochter geen liefde geeft, een afwezige vader die zijn kweeksters bijna meer respecteert dan zijn eigen vrouw, maar die zijn dochter wel eens aanhaalt en haar verjaardag nooit vergeet wat ze van haar moeder niet kan zeggen. Meer vind je in dit gezin niet terug.

Nathalie: Arabella is voor haar leeftijd nog vrij naïef, ze heeft amper tot geen seksuele opvoeding gehad en ze weet meestal niet goed waar de kweeksters het over hebben, vooral als Maria nog eens een sappig verhaal over de een of andere affaire weet te vertellen. Ze begrijpt zelf nog maar net waarom ze haar regels heeft gekregen. Dat is uiteraard eigen aan de tijd en aan haar strenge opvoeding. Dat de kweeksters over het echte leven en de liefde al meer weten, ook Romanie, de dochter van Berendina die maar net ietsje ouder is dan zij zelf, omdat ze er rechtstreeks mee geconfronteerd worden, en niet bepaald op zachtzinnige wijze, volgt daar logischerwijze dan ook uit.

“Het duurde even voor ik het onder ogen durfde te komen, maar dit was niet wat ik me ervan had voorgesteld. Ik was ingesteld op wat ik me van het veld herinnerde: de kweeksters hun befaamde gezelligheid, hun wilde verhalen, hun handen die op hun dijen sloegen van het lachen. Maar niet op dit eentonige werk, niet op deze zwijgzaamheid.”

Katrien: Ik voelde echt met Arabella mee, een meisje dat wordt groot gebracht met trauma’s voor het leven. Ze vraagt zich af waarom haar moeder angstvallig vasthoudt aan een foto van haar kindertijd en haar toch geen liefde kan geven? Dit trauma wordt alleen maar sterker. Is haar vader dan wel de vader die ze denkt dat hij is? Ik zag dit meisje rondlopen als een vat vol vragen.

De moeder van Arabella gaat regelmatig op bezoek bij haar zuster Hortense in het bloemenkasteeltje en laat Arabella dan achter. Toen ik dit las, brak mijn moederhart en draaide mijn maag omdat dit zo realistisch is weergegeven. Hoe hard kan je als moeder zijn voor je kind, dat je haar zomaar achterlaat en haar geen teken van leven geeft? Is het dan verwonderlijk dat dit kind, want zo kan ze nog genoemd worden gezien haar naïviteit, bij de kweeksters op het veld wil gaan werken? Het veld waar ze heel goede herinneringen heeft, waar ze Johanna zal terug zien. Zij was de enige die heel veel liefde gaf aan Arabella als kind. Ze hoort nog duidelijk een melodie van een kinderliedje waarvan ze slechts enkele woorden had onthouden. “Wie zal er mijn kindeke douwen, zin haar in krulletjes doen?”  Dit zijn feiten die het mij moeilijk maken. Misschien leefde ik teveel mee met Arabella, maar het verhaal komt ook ‘zo waar’ en aangrijpend over. 

Als ze dan met mondjesmaat dingen te horen krijgt waarvan ze niets wist, moet ze dit nog eens alleen zien te verwerken ook. Zij staat nog steeds niet in het echte leven, in tegenstelling tot Romanie met wie ze als kind zoveel speelde op het veld, een dochter van een kweekster en die meewerkt met haar moeder om geld in het laatje te krijgen. Als ze uiteindelijk begrepen heeft wat er met Romanie is gebeurd, begint ze zelf vaste grond te voelen, voelt ze zichzelf groeien maar krijgt ze nog wel een extra trauma te verwerken. 

Deze parel bevat typische Vlaamse taal en verschillende West-Vlaamse termen. Misschien zijn ze niet altijd duidelijk voor mensen die niet in die streek wonen, maar die door de context toch begrijpelijk worden.

Enkele mooie zinnen heb ik er toch uitgehaald. Er zijn wel meer van deze zinnen, beeldtaal of hoe je het ook wil noemen:

  • De woorden rolden als knikkers uit gescheurde zakken: het betoog van Arabella dat ze doet om naar het veld te kunnen gaan
  • Hij is in de wieg niet versmacht. = Hij heeft een schone leeftijd gehaald.
  • Ze ligt met haar pekkels omhoog – hij is naar de tettingfabriek vertrokken (tetting is een aardworm) – hij ligt in de wormenfabriek: gezegden die voor de dood worden gebruikt.
  • Ze staan kloek van steel: een goed oog in de oogst van dit jaar.
  • Het liefst zou ik ze alle vier willen opplooien en bij de propere kleren in de kast steken: kinderen die moeilijk doen.
  • Ik zit hier heelder dagen. Zo dikwijls dat ik soms benauwd ben dat er nog een keer scheuten uit mijn vingers gaan groeien: lang moeten wachten.
  • Romanie had buikpijn want ze had teveel spekken gegeten. Spekken: een soort snoep.
  • Talloor: bord
  • Marbels: knikkers
  • Kobbenetten: spinnenwebben
  • Onderlieverte: lieveheersbeestje

*****

Onze conclusie

Nathalie: De schrijfster eert als trotse Brugse Guido Gezelle in dit boek. Ze schetst zijn graf op de begraafplaats in Assebroek waar niet alleen Arabella dikwijls gaat rondwandelen, maar ook een aantal andere kweeksters zich terugtrekken als ze het nodig hebben, of het nu is om troost te zoeken na een psychologisch trauma (Johanna) of om in het verborgene een liefdesaffaire te beleven (Romanie en Maria).

We volgen het verhaal overigens uit het perspectief van Arabella in de ik-persoon. Eigenlijk schrijft zij haar verhaal neer als een dagboek waardoor alles erg doorleefd wordt, en je je in haar erg goed kan verplaatsen. We volgen haar interne monologen en de gesprekken die ze zelf aangaat. Ook de andere personages zijn erg goed uitgewerkt. Het taalgebruik is wonderlijk: beeldend, erg volks en prachtig tegelijkertijd. De schrijfster gunt Arabella een gunstige ietwat voorspelbare afloop, maar dat weerhield me er niet van om een parel als dit boek in de armen te sluiten.  

Katrien: Lara Taveirne heeft een erg aangrijpend verhaal geschreven dat je niet onberoerd laat. Het speelt zich af om en rond Brugge en ze speelt dan ook met West-Vlaamse woorden, zinnen en spreekwoorden. Guido Gezelle kreeg een belangrijke rol toebedeeld die perfect past in dit verhaal.  Het gedicht aan het begin van het boek vat heel veel samen van wat je in het boek leest. Dit is een boek dat ik niet snel zal vergeten. Van begin tot einde deed mijn moederhart zeer. De personages die er toe doen, zijn sterk uitgediept wat het allemaal nog realistischer maakt.



Reacties op: Vlaamse kost: Kerkhofblommenstraat - Lara Taveirne

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Lara Taveirne

Lara Taveirne

LARA TAVEIRNE (1983) publiceerde in 2014 De kinderen van Calais, een indrukwekke...

Guido Gezelle

Guido Gezelle

Guido Gezelle werd in 1830 te Brugge geboren en overleed er op 27 november 1899....