Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Boekmakers #5 / Rienk Tychon

Hij ‘groeide op’ bij Luitingh-Sijthoff, stond tweeënhalf jaar lang aan het hoofd van zijn eigen uitgeverij De Vliegende Hollander, en is sinds 2012 werkzaam als thriller-uitgever bij Meulenhoff Boekerij, waar hij verantwoordelijk is voor successen als Zusje (Rosamund Lupton) en Koekoeksjong (Robert Galbraith — ofwel J.K. Rowling). Maar zijn naam zal altijd verbonden blijven aan de thriller die in Nederland een recordaantal exemplaren zou verkopen: De Da Vinci Code, van Dan Brown.

Hoe ging de ‘ontdekking’ van De Da Vinci Code in zijn werk?

‘De Da Vinci Code was nog niet geschreven toen ik met Dan Brown te maken kreeg. Hij had in de Verenigde Staten wel drie andere boeken gepubliceerd, maar die waren daar helemaal niet aangeslagen: hij was inmiddels toe aan zijn derde uitgever en verkocht boeken vanuit de achterbak van zijn auto. Maar Brown gaf de moed niet op — hij was van plan zijn tweede en meest succesvolle boek Angels and Demons als uitgangspunt te nemen voor een serie thrillers met dezelfde hoofdpersoon: Robert Langdon, een Indiana Jones-achtige figuur die culturele mysteries ontrafelde.

Ik kende zijn Britse redacteur Bill Scott-Kerr goed,  een verschrikkelijk goede thrilleruitgever met een vergelijkbare smaak, maar toen de literair agent het manuscript stuurde van Angels & Demons en de synopsis van wat De Da Vinci Code zou worden, was ik niet erg enthousiast: de titel was niet thrillerachtig — eerder fantasy, of zelfs horror — en de omslag was misschien wel mooi en origineel (je kon hem ondersteboven draaien), maar niet bepaald uitnodigend. Angels & Demons lag minstens een half jaar op mijn bureau — net als op dat van iedere andere Nederlandse thrilleruitgever, overigens.’

En toen?

‘Een van mijn collega’s bij Luitingh-Sijthoff drukte me op het hart om er nog eens naar te kijken. Haar vriend had de Amerikaanse uitgave van Angels & Demons namelijk meegenomen van Schiphol, en kon er niet over ophouden — wat heel uitzonderlijk was, volgens haar. Toen heb ik alle vooroordelen opzijgezet en ben het boek opnieuw gaan lezen. Door het met andere ogen te bekijken, kwam ik op ideeën: we weten hoe we een serie moeten brengen, dacht ik, want we geven de boeken van Robert Ludlum op zeer succesvolle wijze uit. Van deze serie — met in plaats van spionnen en samenzweringen cultuur en geschiedenis — zouden we ook een succes kunnen maken; en dus gaven we het eerste boek de Ludlumachtige titel Het Bernini Mysterie en gaven het boek een andere omslag. Toen we meer research deden, ontdekten we bovendien dat het succes van Angels & Demons in de VS voor een groot deel te danken was aan handselling — dat wil zeggen, het enthousiasme van boekverkopers. Als uitgever geloof ik in enthousiasme. Die twee aspecten — het feit dat we wisten hoe we het moesten verpakken, en het enthousiasme bij boekhandelaren — trokken me over de streep.’

In een interview vorig jaar zei je over de aankoop: ‘Ik kocht een twee jaar oud boek en toonde vertrouwen door het tweede op proposal te kopen. Ik verdiende daar eigenlijk een medaille voor.’ Toch moet je een voorgevoel hebben gehad.

‘We kochten het — en we vonden aanvankelijk dat we er verrekte veel voor betaalden, zeker gezien het feit dat Het Bernini Mysterie vervolgens teleurstellend werd ingekocht. Tot er iets veranderde: net als in Amerika raakte een aantal boekhandelaren zeer enthousiast, waardoor we in één jaar tijd twee herdrukken hadden. Tegelijkertijd kwam The Da Vinci Code in de VS uit, dat daar het juiste boek op het juiste moment was: het eerste priesterschandaal was net losgebarsten. Daarvóór beschouwden rooms-katholieken de kerk als onfeilbaar, en zouden theorieën die in het boek aan de orde kwamen afgedaan worden als onzin waar niemand iets mee te maken wilde hebben — maar nu werd er ineens gepráát over en getwijfeld aan dingen die men op Sunday School geleerd had. Net toen de aandacht een beetje begon in te zakken werd er op primetime bovendien een documentaire uitgezonden over de theorieën die in De Da Vinci Code uiteengezet werden — en de rest is geschiedenis, voor wat betreft Amerika althans. Wij besloten vervolgens De Da Vinci Code eerder uit te brengen dan gepland. We konden geen vooruitexemplaren maken, maar in plaats daarvan deelden we op inkoopbeurzen exemplaren van Het Bernini Mysterie uit en zeiden: lees dit, het volgende boek is nog beter. Omdat de boekhandelaren ook wel wisten wat er in Amerika aan de hand was, stond iedereen inmiddels op scherp — uiteindelijk bleek het dus een koopje te zijn.’

Jouw koopje werd een megasucces.

‘Ja; in totaal zijn er in Nederland en Vlaanderen 1,3 miljoen exemplaren van De Da Vinci Code verkocht. Maar succes heeft vele vaders, en ik blijf erbij dat het anders was gelopen als Luitingh-Sijthoff op dat moment niet over het team beschikte dat er destijds zat. Ik heb overigens ook met bewondering gekeken naar wat het huidige team gedaan heeft in 2013, toen Inferno uitkwam. Dat was een uitstekend staaltje uitgeven. Een van de moeilijkste dingen van Dan Brown is dat het een auteur is die niet elk jaar met een nieuw boek komt; in dat geval moet je steeds nieuwe dingen bedenken om de aandacht vast te houden. Bovendien kampte Luitingh-Sijthoff met het probleem dat er vóór Inferno een minder boek was geweest, The Lost Symbol — dan moet je maar afwachten hoeveel lezers je kunt behouden of heroveren. Maar dat hebben ze uitstekend gedaan, door een spectaculair auteursbezoek te organiseren. Dat is ze toch maar gelukt.’

Vind je het jammer dat je dat niet actief hebt meegemaakt?

‘Ja en nee. Ik ben bij Luitingh-Sijthoff weggegaan met een burnout. Ik ben er een jaar uit geweest, en als je daarna terugkeert is een verandering van sfeer en plaats beter.’

En daarom heb je een eigen uitgeverij opgericht.

‘Onder de vlag van Dutch Media, nu Overamstel Uitgevers, ben ik de imprint De Vliegende Hollander begonnen — maar het opzetten van een nieuwe uitgeverij is heel moeilijk, zo bleek. In de afgelopen jaren zijn er heel wat opgericht door mensen die heel goede uitgevers waren en zijn, die later weer ter ziele gegaan. Zo verging het ook De Vliegende Hollander. Dat is niet leuk, natuurlijk. Ik heb er te makkelijk over gedacht, maar ik denk dat dat geldt voor meer mensen die eerder succesvol zijn geweest. In het huidige boekenlandschap is het heel moeilijk om iets nieuws op te starten; het is makkelijker om binnen bestaande structuren iets nieuw leven in te blazen dan vanaf nul te beginnen.’

Heb je de wens om het ooit wel weer zelf te proberen?

‘Wat ik nu doe, bij Meulenhoff Boekerij — dat bén ik zelf, ook al heb ik het niet zelf opgericht. Wat je uitgeeft, wat je samenstelt, waar je succes mee hebt en waarmee niet… dat bepaalt wie je bent als uitgever. En als je een eigen uitgeverij hebt of een imprint die te gronde gaat, dan is dat een grote teleurstelling. Eigenlijk wel meer dan een teleurstelling — want dat ben je, dus ga je zelf te gronde. Het duurt een tijd om daarvan terug te komen.’

Heeft het succes van De Da Vinci Code voor jou als uitgever iets betekend?

‘Het is goed geweest voor mijn internationale netwerk. En als je als uitgever een van de eersten bent die een boek koopt, kan dat een bepaalde status opleveren. Maar de verhoudingen zijn verhard; het is tegenwoordig nu eenmaal zo dat het in het internationale boekenlandschap uiteindelijk gaat om wie het meeste geld kan opbrengen — money talks. De lezersstraal neemt af, óók bij allerlei grote namen, en de oplage gaat langzaam achteruit. Tegelijkertijd willen literaire agenten hun voorschotten blijven krijgen. Je ziet daarom dat auteurs rücksichtlos verplaatst worden naar uitgeverijen die het geld willen neertellen.’

Was dat een van de redenen dat De Vliegende Hollander het niet heeft gehaald? Dat er te weinig ‘talking money’ was?

‘Ja, dat heeft zeker een rol gespeeld. De Vliegende Hollander was een kleine speler, zonder enige verkoophistorie. Als beginnende uitgeverij beschik je niet over een backlist of een groot fonds, dus ben je afhankelijk van goodwill; en degenen van wie je afhankelijk bent laten je vallen als je niet snel genoeg scoort. Ik heb best een aantal successen gehad — ook onverwachte, zoals de graphic novel over wiskunde, Logicomix — maar dat was niet genoeg. En dat is iets wat we, vrees ik, steeds meer gaan zien. Het is niet moeilijk om in korte tijd een fonds op te bouwen als je een financier hebt, maar als je niet meteen een grote bestseller hebt, is het ook snel weer afgelopen.’

De Da Vinci Code is ongelooflijk populair, maar literatuurcritici halen hun neus ervoor op — en voor thrillers in het algemeen. Doet je dat wat?

‘Tot op zekere hoogte wel. Ik ben zelf een heel brede lezer; ik lees allerlei genres, en daar schaar ik literatuur ook onder. Ik weet dat de diversiteit van thrillers gelijk is aan die van literaire romans. Mensen die doen alsof alle thrillers op één hoop te gooien zijn, hebben onvoldoende kennis van zaken. Die houding stoort me wel eens. Maar de afgelopen vijftien jaar heb ik ook gemerkt dat de traditionele verdeling tussen ‘literaire’ lezers en genre-lezers volledig vervaagd is. En hoewel er nog steeds critici zijn die zich op een dergelijke manier uiten, geldt dat voor lezers steeds minder. De invloed van critici is sterk afgenomen; ik vind dat een positieve ontwikkeling.
Tegelijkertijd is het bestaan als thrilleruitgever veel moeilijker dan twintig jaar geleden. Dat heeft er onder meer mee te maken dat er door de crisis zeker 25 procent minder verkooppunten zijn: er zijn hele ketens verdwenen — Scholtens, Polare — en juist bij zulke ketens werden thrillers gekocht. Nu hebben de overgebleven boekhandels veel minder spannende boeken in hun assortiment. De traditionele kanalen voor thrillers zijn weg, en het winkellandschap is erg gepolariseerd: aan de ene kant zijn er de inkoopwinkels van Bruna, aan de andere kant de ‘literaire’ assortimentsboekhandels van Libris en de zelfstandige zaken. ‘Literaire’ boekhandelaren kopen veel minder thrillers in, en al helemaal niet meer in stapels, zoals vroeger het geval was. Bovendien zien zij thrillers als inwisselbaar. Terwijl vroeger een boek dat goed liep werd nabesteld, is het nu eerder zo dat de lege plek wordt opgevuld met een willekeurig andere thriller. Een auteur maken — dat is veel lastiger geworden.’

Hoe had een boek als De Da Vinci Code het gedaan als het nu was uitgekomen?

Het Bernini Mysterie was tot op zekere hoogte een succes, maar het was geen toptienbestseller. In de huidige situatie zou de reactie van boekverkopers dus best eens kunnen zijn geweest: we willen De Da Vinci Code wel inkopen, maar we kijken een beetje de kat uit de boom. En als je alleen al kijkt naar het aantal verkooppunten dat er op dit moment is, dan denk ik niet dat het nog mogelijk zou zijn om ooit zoveel exemplaren te verkopen als het toen heeft gedaan. Van een megasucces als Zusje van Rosamund Lupton, bijvoorbeeld, zijn 270 000 exemplaren verkocht — dat is echt een andere orde van grootte.’

 

 



Over de auteur

Jet Steinz

709 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Boekmakers #5 / Rienk Tychon

 

Gerelateerd