Advertentie

Hebban vandaag

Lezen /

Een kort verhaal van Jacob Vis

door Jacob Vis 3 reacties
Speciaal voor de Nederlandse Thriller Tiendaagse schreef Jacob Vis een kort verhaal. Over een bijzondere ontmoeting tussen twee vijanden in een niemandsland.

Niemandsland

Op de laatste dag van 1916, toen het er naar uitzag dat de dichte mist de hele dag boven Passchendaele zou blijven hangen klom luitenant Robert Wallace de loopgraaf uit en zei dat hij een eindje ging wandelen. Korporaal John Foster die met Wallace de vooruit geschoven luisterpost deelde vroeg zich af wat iemand bezielde om dat kapotgeschoten niemandsland in te gaan waar je door de mist geen hand voor ogen kon zien en waar je, als je wél wat kon zien het meest desolate landschap zag dat de mens tot stand had gebracht, maar twee jaar frontervaring had hem geleerd geen nutteloze vragen te stellen, dus zei hij: 'Goed, luit. Als u een verdwaald konijn ziet mag u hem meenemen.'

Wallace grijnsde. De enige dieren die hier konden overleven waren de ratten die dik werden van de lijken waarvan ze snoepten. Alle andere wilde dieren die dit zompige landje ooit hadden bevolkt waren nergens meer te bekennen. Desolaat, dat was het juiste woord. De hel van Dante was een andere geliefkoosde uitdrukking in de officiersmess die vooral door stafofficieren werd gebruikt waarvan de meeste geen stap aan het front zetten. Maar Wallace was een echte frontofficier, drager van het Victoriakruis dat hij verdiend had nadat hij een stel gewonden onder een moordend vijandelijk vuur in veiligheid had gebracht. Nu diende hij als voorpost van het vierde regiment fuseliers dat het front bij Passchendaele moest verdedigen tegen de Duitsers. Beide legers lagen zevenhonderd meter van elkaar, gescheiden door het niemandsland waarin alleen een paar kale staken herinnerden aan het bos dat er ooit had gestaan. Daar doemde zo'n manshoge staak op. Als Wallace niet uitgekeken had zou hij er in de mist zo tegenaan gelopen zijn.
De staak bewoog. Wallace greep bliksemsnel naar zijn pistool, maar de man aan de andere kant was sneller. 'Niet doen, luitenant,' zei een zachte stem in vlekkeloos Engels, maar het pistool in zijn hand was onmiskenbaar Duits, net als de helm op zijn kop. Wallace stak heel langzaam, zijn armen op. Vervloekte stommeling, zei hij tegen zichzelf. Natuurlijk kon je verwachten dat iemand aan de andere kant op dezelfde gedachte was gekomen.

'Wat voert u hierheen?' vroeg de man met het pistool.

'Ik wilde een kijkje aan de overkant nemen,' zei Wallace. De spanning trok langzaam weg uit zijn lijf. Blijkbaar was de Duitser niet van plan hem onmiddellijk dood te schieten. De ander lachte zachtjes.

'Daar had u beter weer voor uit moeten kiezen.'
 
Wallace haalde zijn schouders op, wat lastig ging met je armen omhoog. De Duitser stak het pistool weg en zei: 'U mag uw armen laten zakken. Laten we afspreken dat we elkaar voorlopig niet doodschieten.'

'Prima,' zei Wallace.

'Mag ik een wedervraag stellen? Wat voert een Duits officier die vloeiend Engels spreekt dit vervloekte gebied in op een ochtend waarin je geen hand voor ogen kunt zien?'
 
'Ik wilde weer eens Engels spreken.' De Duitser deed een paar stappen dichterbij. Ze stonden nu zo dicht bij elkaar dat ze elkaar konden aanraken. Opeens staken ze tegelijk hun rechterhand uit en schudden elkaar krachtig de hand.

'Luitenant Robert Wallace,' zei Wallace. 'Vierde regiment fuseliers.'
 
'Luitenant Berndt Schluster,' zei de Duitser. 'Achtste regiment grenadiers.' Hij keek met ontzag naar het insigne op Wallace's uniform.

'Victoriakruis, zie ik dat goed?'

'Dat ziet u goed,' zei Wallace. Hij tikte op het ijzeren kruis dat op de borst van de Duitser hing.

'Het is net zoiets als het IJzeren Kruis bij jullie. Waar hebt u het mee verdiend?'
 
'In veiligheid brengen van gewonden onder vijandelijk vuur. En u?'
 
'Precies hetzelfde,' zei Wallace. 'We hebben dus goddank geen landgenoten van elkaar om zeep geholpen. Vertelt u eens hoe het komt dat u zo voortreffelijk Engels spreekt.'
 
'Ik heb Engels gestudeerd en gedoceerd,' zei Schluster. 'Het is mijn vak en mijn hobby. En u?'
 
'Ik ben ingenieur,' zei Wallace. 'In mijn vrije tijd heb ik toneelstukken geschreven.'
 
'Kijk eens aan! Zijn ze ook opgevoerd?'

Wallace lachte.

'Door amateurs. Ik verbeeld me niks, hoor.'
 
'Ik vind het razend knap,' zei Schluster met onverhulde bewondering. 'Dan zult u ook uw Shakespeare wel door en door kennen.'
 
'Redelijk,' zei Wallace. 'Niet door en door. Eerlijk gezegd vind ik uw Goethe minstens even goed.'
 
'Dat meent u niet!'
 
'Ja, dat meen ik wel.'

Wallace deed een stapje achteruit, nam een pose aan als een voordrachtskunstenaar en zei met gedragen stem: 'Wer reitet so spät durch Nacht und Wind.'
 
'Es ist der Vater mit seinem Kind,' viel Schluster in. Unisono dreunden ze het bekendste gedicht van Goethe op. Na Das Kind war tot, keken ze elkaar geroerd aan en barstten toen tegelijk in lachen uit.

'We kunnen hier wel uren over literatuur praten,' zei Schluster. 'Maar ik stel voor dat we dat voor een beter moment bewaren. U wilde een kijkje aan de overkant nemen. Wat zou u ervan denken als ik u meeneem en laat zien hoe wij er bij zitten?'
 
'Goed idee,' zei Wallace. 'En daarna maken we de tocht in omgekeerde richting.'
 
'Dat hoeft niet. Om heel eerlijk te zijn heb ik al eens een kijkje bij jullie genomen.'
 
'Hoe hebt u dat voor elkaar gekregen?' vroeg Wallace oprecht verbaasd.

'In een Engels uniform. Ach, en als je niet te dichtbij komt kan ik wel voor een Engelsman doorgaan.'

'U spreekt het werkelijk vloeiend,' zei Wallace. 'Maar dat moet u toch niet meer doen. U weet dat spionnen onherroepelijk de kogel krijgen. Dat is het allemaal niet waard. Na de oorlog krijgt u nog tijd genoeg om de Engelsman uit te hangen.'

'U hebt gelijk. Laten we gaan. Loop voor me uit met uw handen omhoog dan kan ik tegen de onzen zeggen dat ik een vijand heb gevangen. Als u genoeg gezien hebt gaan we terug.'
 
Ik lijk wel gek, dacht Wallace, terwijl hij voor de docent Engelse literatuur uitliep naar de loopgraven van de vijand. Zo meteen schiet hij me in de rug. Maar er gebeurde niets.

Bij de Duitse loopgraaf porde Schluster zijn pistool in de rug van Wallace en zei zachtjes: 'Kijk goed, luitenant, want u krijgt maar één kans.'

Wallace gaf zijn ogen de kost, maar het tafereel in de Duitse loopgraaf bood teleurstellend weinig nieuws.

'Ik heb het wel gezien,' zei hij na een poosje.

'Goed, dan gaan we terug.' Ze liepen achter elkaar terug naar het niemandsland.

Halverwege bleef Schluster staan en zei: 'Ik stel voor dat we hier afscheid nemen.' Hij stak zijn hand uit en vervolgde: 'Tot ziens in betere tijden, luitenant.'

'Wederzijds,' zei Wallace. Ze schudden elkaar weer krachtig de hand.

Schluster trok zijn pistool en zei: 'Wacht, ik moet u nog even doodschieten.'
Hij schoot in de lucht, borg het pistool weer op en zei: 'Straks halen de uwen uw lijk wel uit het voorterrein. Pas goed op uzelf, Wallace.' Hij draaide zich om en verdween in de mist.

Wallace sjokte terug naar zijn eigen loopgraaf. Korporaal Foster keek hem bezorgd aan. 'Ik hoorde een schot van een Luger. Ik dacht verdomd dat ze u te grazen hadden genomen.'
 
'Integendeel,' zei Wallace.

'Wat schaft de pot vandaag, Foster?'

'Ik heb een paar mooie, vette ratten gevangen,' zei Foster. 'Prima voor een nieuwjaarsdiner.'
 
'Lijkenvreters,' gromde Wallace.

'Die beesten moeten ook leven,' zei Foster laconiek.

'Als u straks bij het eten uw ogen dichtdoet is het net haas. Kijk, dit zijn ze.' Hij lichtte de deksel van het pannetje dat op een bunsenbrander stond te pruttelen.

'Ruikt goed,' gaf Wallace toe. 

'Hoe was het eigenlijk aan de overkant?' vroeg Foster.

'Dezelfde klerezooi als bij ons,' zei Wallace. 'Ze eten daar ook ratten.'
 
Foster knikte. 'Ik heb het altijd al gezegd: het zijn net mensen, die Duitsers. Het schijnt dat ze mooie gedichten maken.' Hij proefde de inhoud van zijn pannetje, knikte goedkeurend en schepte twee borden vol waarvan hij er een met een zwierig gebaar aan Wallace gaf. 

'Laten we hopen dat de ratten deze dagen in hun holen blijven zitten.' Hij wees met zijn duim naar het niemandsland.

'Laat dit een les voor ze zijn. Daarbuiten is het levensgevaarlijk. Gelukkig Nieuwjaar, luit.' 



Over de auteur

Jacob Vis

37 volgers
1 boek
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Een kort verhaal van Jacob Vis

 

Gerelateerd

Over

Jacob Vis

Jacob Vis

Job Vis (Haarlem, 1940) is een Nederlandse auteur van romans, schrijvend onder het pseudoniem Jacob Vis. Hij volgde de land- en tuinbouwschool Warmonderhof en de bosbouwschool in Arnhem. Tot...