Advertentie

Hebban vandaag

Dossier /

Het zijn net mensen (2): auteurs en hun eigen aardigheden

We plaatsen ze op een voetstuk, bewonderen hun talent en hun succes. Maar auteurs zijn ook maar mensen, met hun eigen vreemde kuren, bijzondere gewoonten of schokkende acties. Onderstaande auteurs verdienen zeker eer voor hun werk, maar hun eigenaardigheden mogen ook wel eens belicht worden. Deel 2 van 'Het zijn net mensen: auteurs en hun eigen aardigheden'.

Truman Capote schreef alleen in zijn bed

Truman Streckfus Persons, beter bekend als Truman Capote (1924-1984) wordt beschouwd als een van de grootmeesters van de Amerikaanse literatuur. Capote schreef fictie, non-fictie, theaterstukken en korte verhalen. Zijn meest bekende boeken zijn de novelle Breakfast at Tiffany’s (Ontbijt bij Tiffany )  uit 1958 en In Cold Blood (In koelen bloede ) uit 1966. Maar liefst twintig films en televisieseries werden er gemaakt van zijn werken en ook Capotes leven werd verfilmd, met Philip Seymour Hoffman in de hoofdrol. Onlangs deed de Zwitserse uitgever Peter Haag een gouden vondst in de New York Public Library. Hij ontdekte geheel toevallig een stapel niet eerder gepubliceerde van Capote, teksten die het literaire talent tussen zijn elfde en negentiende levensjaar schreef. De verhalen werden gebundeld en Uitgeverij Podium gaf begin dit jaar de Nederlandse editie uit, Waar de wereld begint. Op Hebban publiceerden we eerder een van deze vroege verhalen.

Wie bij Truman Capote een schrijver voor zich ziet die in alle stilte, afgezonderd van de buitenwereld, op een zolderkamertje zat te schrijven, heeft het mis. Capote schreef al zijn boeken namelijk vanuit zijn bed. In 1957 zei hij in The Paris Review: ‘Ik ben een totaal horizontale auteur. Ik kan niet nadenken als ik niet lig, in bed of uitgestrekt op een divan met een sigaret en koffie in de buurt. Ik moet puffen en slurpen. Als de middag zich voortsleept, stap ik van koffie over op muntthee, op sherry en martini’s.’ Capote werkte overdag vier uur aan zijn boeken, las wat hij geschreven had ’s avonds of de volgende dag nog eens door en schreef uiteindelijk twee verschillende versies met de hand voordat hij de definitieve versie op zijn schrijfmachine uittypte. Dit deed hij overigens weer in bed, zijn schrijfmachine met zijn knieën ondersteunend.

Maar zijn horizontale schrijfhouding was slechts één van Capotes eigenaardigheden. De schrijver kon het niet uitstaan als er drie sigarettenpeuken tegelijk in één asbak lagen, op vrijdagen kon hij niet aan iets nieuws beginnen of iets afronden, hij telde in zijn hoofd dwangmatig cijfers bij elkaar op en hij accepteerde geen telefoonnummer of hotelkamer als de cijfers daarvan volgens hem een ongelukkig getal vormden. ‘Het houdt nooit op, al die dingen die ik niet kan en niet wil, maar het geeft me een merkwaardig aangenaam gevoel om te gehoorzamen aan deze primitieve ingevingen’, zo stelde Capote. (Photo Credits: Steve Shapiro, 1963).

Bas Heijne kan alleen schrijven met popmuziek in zijn oren

Al sinds 1991 werkt Bas Heijne (1960) bij NRC Handelsblad. Aanvankelijk alleen als essayist, maar sinds 2001 heeft hij ook een wekelijkse column. Voor een verzameling van die columns, Hollandse toestanden getiteld, ontving hij in 2005 de Henriette Roland Holst-prijs. Een driejaarlijkse prijs die wordt uitgereikt voor werk dat ‘uitmunt door sociale bewogenheid en literair niveau’. Heijne schreef ook een aantal romans en verhalenbundels en is tevens werkzaam als vertaler en interviewer.

Een echte veelschrijver dus, op verschillende gebieden. Om goed te kunnen schrijven heeft Heijne echter wel een belangrijke randvoorwaarde: hij moet keiharde popmuziek in zijn oren hebben. Luisterend naar Madonna, de Sugababes, Mary J. Blige of de Pet Shop Boys komen de beste teksten uit zijn vingers. Op Spotify heeft hij zelfs een afspeellijst die ‘Trash for Writing’ heet en waarin honderden popsongs staan. Van die playlist beluistert Heijne vaak maar een drietal nummers omdat hij sommige nummers naar eigen zeggen te vaak heeft geluisterd. ‘Die zijn versleten, die doen het niet meer’. De nummers die hij nog wel beluistert kan hij vaak wel vier uur lang achter elkaar afspelen, maar dan moeten het wel échte werknummers zijn. Nummers die Heijne in zijn cocon brengen, die ervoor zorgen dat alle andere geluiden niet worden gehoord en niet kunnen afleiden. Solidair is de schrijver overigens wel. Hij draagt altijd een koptelefoon tijdens het schrijven, om zo zijn partner Peter Verduijn Lunel (solofluitist bij het Gelders Orkest) niet horendol te maken met zijn (soms wat foute) popmuziek.

 

Patricia Highsmith kweekte slakken

De Amerikaanse Patricia Highsmith (1921-1995) werd bekend met haar psychologische thrillers, waarvan meer dan vijfentwintig werden verfilmd. Bekende titels zijn Vreemden in de trein en Ripley, een man van talent. Maar Highsmith heeft ook vele korte verhalen en ruim twintig romans op haar naam staan. Haar roman Carol, over een verboden liefde tussen twee vrouwen in de jaren vijftig, werd onlangs nog verfilmd met Cate Blanchett en Rooney Mara in de hoofdrollen. Toen de roman in 1953 werd gepubliceerd, toen nog onder de titel The Price of Salt, deed het boek heel wat stof opwaaien omdat Highsmith een van de eersten was die lesbische liefde niet berispte.

Naast een voorliefde voor literatuur, alcohol en sigaretten, had Patricia Highsmith ook een grote liefde voor dieren. Toen ze op een vismarkt twee slakken in een bijzondere omstrengeling zag, besloot ze deze diersoort in huis te nemen en zelfs te kweken. In haar tuin in Suffolk (Groot-Britannië) herbergde ze uiteindelijk driehonderd slakken. Op een cocktailparty in Londen maakte de schrijfster heel wat tongen los, toen bleek dat ze als gezelschap een krop sla en honderd slakken in haar handtas bij zich droeg. Toen ze later naar Frankrijk verhuisde en de slijmerige diertjes niet mocht invoeren, smokkelde ze hen stiekem naar binnen door meerdere keren over de grens te gaan en steeds een aantal slakken onder haar borst te verbergen.    

 

Thomas Wolfe kreeg inspiratie door met zijn genitaliën te spelen

In de jaren dertig van de twintigste eeuw behoorde Thomas Wolfe (1900-1938) samen met William Faulkner, Ernest Hemingway, John Dos Passos en Scott Fitzgerald tot de belangrijkste schrijvers van Amerika. Wolfe schreef in zijn korte schrijverscarrière vier dikke romans en twee verhalenbundels. Alleen zijn romans Look Homeward, Angel (1929) en Of Time and the River (1935) en zijn verhalenbundel From Death to Morning (1935) werden gepubliceerd toen Wolfe nog leefde. Zijn andere romans en verhalenbundel werden postuum samengesteld en gepubliceerd.

Wolfes werk werd bekritiseerd vanwege het puberale en gemakzuchtige karakter, maar erg gemakkelijk ging het schrijven Wolfe niet af. Alvorens hij daadwerkelijk tot schrijven kwam, moest hij echt op zoek naar inspiratie. Toen het eens niet lukte om de juiste inspiratie te vinden om door te schrijven, besloot Wolfe naar bed te gaan. Maar terwijl hij naakt voor het raam van zijn hotelkamer stond en onbewust zijn geslachtsdeel streelde, een niet-seksueel getinte gewoonte uit zijn kindertijd, kreeg hij een zeker ‘aangenaam mannengevoel’ dat zijn creativiteit aanwakkerde. Hij ging weer aan tafel zitten en werkte door tot de zon weer opkwam en zoals hij zich later herinnerde in ‘verbazingwekkende snelheid, voldoening en stelligheid.’ Na deze ontdekking, waarbij ‘de gevoelselementen van elk levensterrein dichterbij voelden, echter en mooier’,  gebruikte Wolfde deze manier nog regelmatig om inspiratie te krijgen.

 

Menno Lindeman versus Roel Janssen

Toen in 2004 De stijldanser van Menno Lindeman verscheen, een thriller over journalistieke hypes, perfectie en funeste vergissingen, zorgde dat voor de nodige opschudding op de redactie van de Volkskrant. In het boek levert Lindeman kritiek op de overname van PCM, het moederbedrijf van onder meer de Volkskrant, NRC, Trouw en het AD, door Apax en waarschuwt hij voor de groeiende popularisering bij de kranten. De schrijver speelt in het boek met namen die verwijzen naar werknemers van deze kranten. Zo is personage Tjalling Broersma een samentrekking van Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes en NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma. Ook redacteur Jan Tromp werd herkend in het personage Maarten de Ruyter. Hij wordt in het boek neergezet als hoerenloper, samenzweerder en schnabbelaar, niet al te sympathiek dus.

De stijldanser bevat zoveel details over de Volkskrant dat de schrijver wel bronnen moest hebben op de redactie óf zelf Volkskrant-redacteur moest zijn. Een heuse speurtocht om de ware identiteit van Lindeman te achterhalen begon. Het enige aanknopingspunt was een emailadres, waarnaar verschillende nep-mailtjes werden verstuurd. Steeds werden ze door ‘Lindeman’ beantwoord vanuit de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Uiteindelijk leidde het spoor naar een redacteur van het NRC die vaak in die bibliotheek aan een nieuw boek werkte, Roel Janssen.

Janssen, tot 2010 financieel-economisch redacteur bij NRC, ontkende in eerste instantie stellig, maar gaf later toch toe Menno Lindeman te zijn. Naar aanleiding van het boek Basket Case (2002), een door journalist Carl Hiaasen geschreven boek over de problematiek in de Amerikaanse krantenwereld, wilde Janssen een soortgelijk boek schrijven omdat daar volgens hem ook in Nederland reden genoeg voor was. Waarom hij het boek dan niet onder zijn eigen naam had uitgegeven legde hij later als volgt uit in een interview met de Volkskrant: ‘Ik wilde vermijden dat het boek over of de Volkskrant zou gaan, of over de NRC. Vandaar dat ik alle kranten heb laten fuseren tot dagblad De Wereld. Het pseudoniem van Menno Lindeman had dezelfde functie.' Over de onsympathiek neergezette Maarten de Ruyter, die lijkt te verwijzen naar Jan Tromp, reageerde Roel Janssen: ‘Als je figuren in het boek onderverdeelt in sympathieke en minder sympathie figueren, dan is de De Ruyter minder sympathiek. Dat is waar. Hij is de Machiavelli achter de schermen die de macht probeert over te nemen.’

Bronnen: Dagelijkse rituelen van Mason Currey en Eva Hoeke (Maven Publishing), www.volkskrant.nl

Lees ook: Het zijn net mensen (1): auteurs en hun eigen aardigheden.



Over de auteur

Daphne van Rijssel

1287 volgers
296 boeken
18 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Het zijn net mensen (2): auteurs en hun eigen aardigheden

 

Gerelateerd

Over

Truman Capote

Truman Capote

Truman García Capote, pseudoniem van Truman Streckfus Persons (New Orleans, 30 september 1924 - Los Angeles, 25 augustus 1984) was een Amerikaans schrijver. Hij schreef fictie, non-fi...

Bas Heijne

Bas Heijne

Bas Heijne (1960) is schrijver, vertaler, essayist en columnist. Hij is sinds begin jaren negentig werkzaam voor NRC Handelsblad. Heijne publiceerde twee romans (Laatste woorden, 1984 en Suez, 1992) e...

Patricia Highsmith

Patricia Highsmith

Patricia Highsmith, pseudoniem van Mary Patricia Plangman (1921-1995), werd geboren in Fort Worth, Texas, maar woonde het merendeel van haar leven in Frankrijk en Zwitserland. Naast een boek voor kin...

Thomas Wolfe

Thomas Wolfe

Thomas Clayton Wolfe (Asheville, North Carolina, 3 oktober 1900 - Baltimore, 15 september 1938) was een Amerikaans schrijver. Hij stond bekend om zijn lyrische proza, dat hij vermengde met autobiograf...

Menno Lindeman

Menno Lindeman

Menno Lindeman is het pseudoniem van Roel Janssen (Enschede, 1947), financieel-economisch journalist en schrijver. De foto van de auteur en de biografische gegevens op de achterzijde van De ...

Roel Janssen

Roel Janssen

Roel Janssen (Enschede, 1947) is een financieel-economisch journalist en schrijver. Hij maakte zijn thrillerdebuut in 1997 met De struisvogelcode. Daarna volgden onder andere Het M...