Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Baantjer en De Waal

Appie Baantjer (87) is een monument in de geschiedenis van de Nederlandse misdaadroman. Niet alleen is de voormalige rechercheur Neerlands best verkochte misdaadauteur met 70 boeken rond de befaamde politieman De Cock op zijn naam, hij heeft ook een eigen museum en een naar hem vernoemde roos. Samen met zijn vriend en collega Simon de Waal (49), een fenomeen dat zijn werk bij de recherche combineert met schrijven van zeer succesvolle tv/filmscenario’s en thrillers (voor Pentito ontving hij in 2008 De diamanten kogel), begon Baantjer in 2009 de nieuwe serie: Baantjer & De Waal . Hoofdpersonen in hun serie, die van start ging met Een Rus in de Jordaan, is de oude rechercheur Peter van Opperdoes en zijn jonge collega Jacob. Onlangs verschenen het tweede deel Een lijk in de kast.



Op een uur afstand rijden van zijn geliefde Amsterdam woont Appie Baantjer, in een rustige wijk van Medemblik, samen met zijn schnauzer die niet alleen het huis maar ook de voornaam Appie met hem deelt. Wij arriveren op het moment dat Simon de Waal met een doos Tom Poucen, van een voortreffelijke Gooische bakker, aanbelt bij zijn vriend. In de ruime woonkamer gaat het gesprek eerst over modeltreinen, de grote hobby van Appie Baantjer. Rond zijn gehele tuin is een spoorweg aangelegd waar hij later enkele modellen zal laten rijden. De zon staat hoog aan de hemel, het is dertig graden en de plaats waar het interview plaatsvindt heeft een riant uitzicht op de goed onderhouden tuin. Twee aardige schrijvers, een perfecte entourage, de dag kan niet stuk.

Samenwerking
Simon: 'Het idee om samen te werken is een jaar of zes, zeven geleden ontstaan. We waren samen op een bijeenkomst en zaten over van alles en nog wat te ouwehoeren. Omdat we dezelfde achtergrond hebben bij de politie en ook allebei schrijven, stelde ik voor om eens iets samen te doen. Appie vond het een leuk idee maar hij zat toen vol omdat hij bezig was met zijn De Cock-verhalen en lezingen gaf. Hij had er domweg geen tijd voor. We bleven elkaar echter zien. En toen kwam Appies vrouw helaas te overlijden en stopte hij met schrijven. Op een gegeven moment belde hij me en zei: "Ik heb er nu wel zin in om samen wat te doen."
Toen zijn we bijelkaar gekomen, zonder dat we nog iets concreets hadden.'
Het eerste besluit dat ze namen was een duidelijke: er zou geen vervolg komen met De Cock in de hoofdrol. 'Die man is met pensioen,' legt Simon uit. 'We wilden twee nieuwe helden. Toen kwam Appie met het idee om een rechercheur te nemen wiens vrouw net was overleden, maar met wie hij nog steeds praat. Ik wist meteen dat we de hoofdpersoon hadden. Dat was zo’n mooi gegeven'
'Eigenlijk schrijven we gewoon over onszelf,' vult Appie Baantjer aan. 'Nadat we de karakters bepaald hadden zijn we begonnen, zonder dat we van tevoren een verhaallijn hadden bedacht.'
Appie: 'Ja, en toen heb ik het eerste hoofdstuk geschreven.'
Simon: 'Appie vroeg mij het tweede hoofdstuk te schrijven. Dat schreef ik en stuurde het vervolgens naar hem terug. Hij las het en schreef het derde hoofdstuk, en zo zijn we doorgegaan.'
Appie: 'Ik probeerde Simon steeds in een moeilijk parket te brengen, door elk hoofdstuk te eindigen op een manier die hij totaal niet verwachtte.'
'We maakten het elkaar steeds erg lastig wat wel weer heel grappig was,' aldus Simon. 'Ik las constant dingen waarvan ik dacht “Die kunnen helemaal niet” en dan vroeg ik Appie wat hij nu weer had gedaan. Maar het leuke is dat het je wel uitdaagt om iets verrassends te verzinnen. En het moet toch blijven kloppen. Het mag niet zo zijn dat je plotseling een rare wending in het verhaal hebt die niet te verklaren is. Dat willen we absoluut niet. Nu schrijven we allebei snel, dus twee maanden later zaten we op driekwart van het boek. Om een goed einde aan het boek te breien zijn we een hele dag gaan zitten en hebben een aantal manieren bedacht om het einde te bereiken op een ander die leuk, spannend en verrassend is. En dat is uiteindelijk goed gelukt.'

Traditionele opening
Een lijk in de kast is relatief simpeler van opzet dan het eerste boek; rechtlijniger, minder personages, minder verdachten.
Simon: 'Ja, dat kan. We hebben na het eerste deel goed gekeken wat beviel en wat minder. We vonden de sfeer heel belangrijk. Het Amsterdamse, de karakters die je neerzet. Maar met name de sfeer is heel bepalend voor de serie. Dus begon Appie traditioneel met een mooie dame die aan het bureau komt. Ze maakt melding van twee lijken die ze gevonden heeft, maar die blijken weg te zijn. Dan zit je als lezer al meteen met een ontzettend vraagteken. Eigenlijk gaat het hele verhaal over het oplossen van dat vraagteken. Waren er wel lijken? Relatief hebben we niet veel personages opgevoerd, maar proberen we rond die personages de schuldvraag steeds te verleggen.'

Rouwproces
In de vele lovende recensies waarmee het eerste deel, Een Rus in de Jordaan, ontvangen werd, werd regelmatig de term “spiritueel” gebruikt naar aanleiding van de oude rechercheur Peter van Opperdoes die met zijn overleden vrouw spreekt. Voor de minder spiritueel ingestelde lezer, kwam het over als een aandoenlijk iets, een poging van een alleen achtergebleven man om zijn verlies te verwerken.
Appie: 'Het is voor mij een soort verwerking ja, een onderdeel van het rouwproces. Dat zit er wel in. Op die manier heb ik toch nog contact met mijn vrouw. En de probleempjes in de discussies die we hadden, leven natuurlijk wel voort. Dus in het boek zegt de vrouw van Peter van Opperdoes: “Er komt een mooie vrouw naar je toe.” Waarop hij zegt: “Hoe weet je dat?” En dan zegt zij: “Ik ken je smaak toch.” Het is natuurlijk geen normaal gesprek zoals ik dat vroeger kon hebben. De mimiek ben je kwijt. De hemel heeft nu eenmaal andere maatstaven dan de wereld waarin we leven. Maar door die discussies heb ik haar toch weer dichter bij me.'
Toen Appie en Simon met de nieuwe serie begonnen was Appies vrouw nog maar kort geleden overleden.
'En dan zoek je toch nog naar bindingen,' verklaart Baantjer. 'Naar dingen die je mist. De enige mogelijkheid is dan dat je met je vrouw gaat praten via hemelse sferen en dat heb ik inderdaad geprobeerd. Maar in het boek moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat je het naar de realiteit toetrekt. Als het goed is zou de overleden vrouw van Peter van Opperdoes, die in de hemel bivakkeert, alles kunnen weten wat er in de toekomst met de personages op aarde gaat gebeuren. Als Peter haar bijvoorbeeld vraagt of zij de dode mannen uit de Jordaan kent, antwoordt ze. “Nou, in de hemel hebben ze zich nog niet gemeld.” Als schrijvers kunnen we haar geen dingen vragen of laten zeggen die het verhaal zouden kunnen beïnvloeden. Maar, voor mij is het leuk om te doen en ook vrij nieuw. Ik heb het in ieder geval nog nergens gelezen.'

De jonge Jacob
De rechterhand van Peter van Opperdoes, de jonge agent Jacob, is een wezenlijk ander karakter dan Fledder van De Cock. Appie: 'Ja, in de verhalen van De Cock heb ik Fledder eigenlijk alleen maar gebruikt als publiek. De Cock doet dingen en via Fledder kon ik De Cock laten uitleggen waarom hij die bepaalde dingen doet en wat de achtergrond er van is.'
Simon: 'Jacob is daarentegen veel meer een gelijke van Van Opperdoes. Hij zal steeds meer groeien in de serie. In het eerste boek was het natuurlijk een kennismaking. Je had de oude, ervaren rechercheur Van Opperdoes met naast hem de jonge, onervaren, theoretisch geschoolde Jacob. In Het lijk in de kast zijn het al veel meer volwaardige collega’s. Jacob is geen naïef hulpje en dat was Fledder natuurlijk wel veel meer.'
Appie: 'Ik heb met de echte Fledder vaak ruzie gehad omdat hij vond dat ik hem te dom hield. Daar was ie niet echt blij mee. Hij vroeg me zelfs wanneer ik hem eindelijk een keer liet sterven. (haha). Zeventig boekjes met een domme Fledder, nooit iets bijgeleerd (haha).'
Simon: 'Jacob is ook vol begrip wat betreft zijn oudere collega. Als anderen hem een zonderling vinden omdat hij in zichzelf praat, neemt hij hem in bescherming. Hij begrijpt dat Van Opperdoes wel degelijk heel wezenlijk met iemand praat. Hij accepteert dat en vindt dat ook heel erg mooi.'

Geen DNA ten tijde van Magere Josje
Na 70 boeken met De Cock en Vledder schuilt er een gevaar in een continue vergelijking met de hoofdpersonages uit beide series. De auteurs wilden in ieder geval voorkomen dat het dezelfde boeken met een andere naam zouden worden. Simon: 'We wilden af van die vergelijking. Het is leuk om te laten zien dat Appie ook andere boeken kan schrijven. Boeken die in deze tijd spelen en waarin men gebruik kan maken van moderne hulpmiddelen om de opsporing te vergemakkelijken. De Jacob-figuur is een man van deze tijd. Hij kent de hulpmiddelen die men tegenwoordig heeft om een zaak te helpen oplossen.'
Appie: 'Toen ik met pensioen ging kende men nog niet eens DNA. We hadden alleen de mogelijkheid om vingerafdrukken te nemen en te vergelijken. Ik heb twee jaar gewerkt aan de moord op Magere Josje. Ik had een condoom met sperma en schaamharen. Nou, waar ik allemaal niet geweest ben met dat spul. Maar ik kwam er niet verder mee. Wat dat betreft hebben ze tegenwoordig veel meer mogelijkheden.'
Simon: “Jacob is een mooi personage om oud en nieuw bij elkaar te krijgen. Samen met de oude rechercheur die met al zijn ervaring en intuïtie opkijkt tegen alles wat er tegenwoordig mogelijk is. Die zegt: “Als ik in mijn tijd zoveel technische mogelijkheden had gehad, dan had ik veel meer moorden opgelost.”'
Appie Baantjer knikt verwoed bij deze woorden. 'Dan had ik inderdaad meer moorden opgelost.'
Simon: 'Dat is ook zo. Je kan tegenwoordig veel meer. Maar aan de andere kant maken de techniek en alle regels het ook moeilijker. Want hoeveel sporen vind je niet in de hoerenkamer. Nou, zoek de juiste er maar eens uit. Hoe meer je vindt, hoe meer je moet uitzoeken.'
Appie: 'Ik was vroeger bijvoorbeeld gewend om de oogleden van een dode dicht te drukken. Uit respect, maar dat mag tegenwoordig niet meer.'
Ook dit komt terug in het boek. Als Peter de ogen van een dode wil dichtdrukken zegt Jacob: Wacht daar maar even mee, tot de technische recherche klaar is, want anders vervuil je de plaats delict met jouw DNA.

Forensisch onderzoek
Opvallend aan Een lijk in de kast is dat er veel aandacht wordt besteed aan forensisch onderzoek.
Simon: 'We weten nu allemaal wel ongeveer hoe een rechercheonderzoek in zijn werk gaat. En als je een beetje realistisch boek wilt schrijven, dan moet je af van het beeld dat je een rechercheur met een hulpje hebt die alles onderzoeken en oplossen. Mensen weten tegenwoordig door de televisie dat er bij een moord mannen met witte pakken komen, dat er tenten komen te staan, dat het nationaal forensisch instituut eraan te pas komt. Ze worden doodgegooid met series als CSI over alle mogelijkheden die er zijn. Als je geen oubollig boek wilt, moet je die dingen niet laten liggen. Dat wilden we niet. We wilden een boek dat ook echt in deze tijd speelt. En bovendien een geloofwaardig boek.'

TV-series
Appie Baantjer heeft tientallen boeken met De Cock geschreven maar ook Simon de Waal heeft zijn portie De Cock gehad. Dertien jaar lang heeft hij als scenarist meegewerkt aan de tv-verfilmingen van de serie.
Appie: 'Door mij is Simon bij de serie terecht gekomen. Ik zei in een interview eens dat we geen goede scriptschrijvers hadden in Nederland. En toen belde Simon me later op en vroeg: “Appie, hoeveel scripts wil je hebben van je boeken, zeg het maar.” Ik adviseerde Simon om John de Mol te bellen en te zeggen dat ik het leuk zou vinden als hij aan de serie mocht meeschrijven.'
Simon: 'Ïk heb meteen Peter Romer gebeld en ik was nog net op tijd. Hij vroeg me om langs te komen omdat ze nog schrijvers konden gebruiken. Samen met drie andere schrijvers ben ik ervoor gaan zitten en toen hebben we eigenlijk de structuur voor die hele serie bedacht.'
Dat de serie zo succesvol werd, wijten de mannen aan een aantal zaken: 'Sfeer, herkenbaarheid, het ideale tijdstip van uitzenden (vrijdagavond om half negen), de goede afloop van de verhalen, de muziek van Toots Thielemans, het strak vasthouden aan het format (altijd beginnen met een lijk, niet meer dan 3 locaties, vaste ruzie van de commissaris met De Cock, het slot met mevrouw De Cock etc.). En natuurlijk de grote bekendheid van de Baantjer-boeken.
Simon: 'Het was de eerste serie die de naam van de schrijver droeg. Dat was nog niet eerder gebeurd. Het was altijd Der alte of Derrick, maar nee, in dit geval heette de serie Baantjer.'
Appie: 'Peter Romer, hoofd drama van Endemol, had zich goed georiënteerd en die kwam er achter dat de Baantjers de meest uitgeleende boeken van de bibliotheek waren. Ik had meer dan 500.000 uitleningen in een jaar. Dus toen besloot hij mijn naam ook voor de serie te gebruiken.'

De Jordaan
Beide mannen zijn doordrenkt met het gedachtegoed van De Cock. Ze zijn ermee opgestaan en mee naar bed gegaan. Hoe kan je ver weg blijven van iemand die zo lang deel van je leven heeft uitgemaakt, ook al besluit je een compleet nieuwe serie te beginnen?
Appie: 'Ik zat dus met de moeilijkheid van het eerste hoofdstuk. Ik vroeg me af hoe ik me van De Cock kon distantiëren. Ik heb hem een ander bureau gegeven: Bureau Raampoort in plaats van Bureau Warmoestraat. Maar ik vond het in het begin verrekte moeilijk om een andere hoofdpersoon te bedenken. Tot ik op de gedachte kwam om een personage te nemen die kon communiceren met zijn dode vrouw. Bureau Raampoort was ook een goede vondst, want we konden een heel ander publiek introduceren. Met Bureau Warmoestraat zaten we natuurlijk dicht bij de hoeren en alle problemen die er in die buurt spelen. De Jordaan heeft een heel andere bevolking. Yuppen hebben zich daar gevestigd tussen de mensen die er van oudsher wonen. De problemen zijn hetzelfde als bij Bureau Warmoestraat, maar op een heel ander niveau.'
Simon: 'Vergeleken met vroeger is er veel veranderd in de Jordaan. Het is qua sfeer nog steeds een unieke plek in Amsterdam en je ziet er gelukkig nog heel veel oude Amsterdammers, de echte Jordanezen. Bij café Nol bijvoorbeeld. Ik vind dat prachtig. Maar er zit ook heel veel nieuw volk dat het spannend vindt om in de Jordaan te wonen. Er zijn erbij die beginnen te zeiken dat de klokken van de Westertoren hen uit hun slaap houdt. Die moeten ze ogenblikkelijk naar Almere verhuizen. Wegwezen, de wijk uit.'
Appie: 'Maar het is nog steeds een uniek stukje Amsterdam.'

Dialogen
In de nieuwe serie wordt veel aandacht geschonken aan de dialogen tussen de politiemensen onderling en de goed gebekte bevolking van de Jordaan.
Appie: 'Ik vind dialogen heel erg belangrijk voor onze boeken. Het is bepalend voor de sfeer. Samen met het manuale, dus fysieke uitdrukkingen als gebalde vuisten of handen in de lucht gooien, waardoor de woorden extra kracht meekrijgen.'
Simon: 'Toen ik met Appie ging samenwerken heb ik al zijn boeken herlezen. Zeker omdat we om en om een hoofdstuk schreven moesten we een soort eenheid van stijl creëren. Omdat Appie het eerste hoofdstuk had geschreven, moest ik me aanpassen. Ik heb er weken over gedaan om te ontdekken hoe hij precies schrijft. Appie gebruikt namelijk nooit de woorden: "..zei hij". Als je dat soort dingen weet, kun je lekker doorschrijven in de stijl van Appie. Het was zoeken, maar nu zijn alle hoofdstukken in dezelfde toonzetting. Kijk, door de vorm van dialogen lijken de boeken van Appie soms gemakkelijk. Maar, om met Peter Romer te spreken: Het lijkt zo simpel, maar doe het maar eens.'

Topografie
Wat locatie betreft, namen van straten en pleinen zijn Baantjer & De Waal heel precies.
Appie: 'Als ik een stukje schrijf over een bepaalde locatie in Amsterdam, ga ik eerst even kijken. In Amsterdam gebeurt het om de haverklap dat een steegje is afgesloten of eenrichtingsverkeer is geworden. Dat kan je niet doen. Als je ergens fouten maakt is het met topografie. En daar word je door lezers op afgerekend. Lezers zijn daar scherp op.'
Simon: 'Ik lach me rot. Dan stuur ik een hoofdstuk op aan Appie om te laten lezen. Als ik hem later aan de telefoon heb, zegt hij dat ik een fout heb gemaakt. Wanneer ik bij hem kom, haalt hij een plattegrond tevoorschijn en zegt waar ik het topografisch mis heb. Heel grappig.'
Appie: 'Je moet mensen ook weer niet in de moeilijkheden brengen. Als we Peter van Opperdoes naar een bepaald adres toesturen, zorgen we er voor dat de etage of het nummer dat we noemen niet bestaat. Voor alle zekerheid, zodat lezers geen bewoners gaan lastig vallen (hahaha).'

Frequentie
Beide auteurs schrijven snel. Wat betekent dat voor de frequentie van verschijnen?
Simon: 'Vorig jaar verscheen deel 1. Dit jaar (2010) verscheen deel 2 in het voorjaar en het moet wel lukken om het derde deel in het najaar uit te brengen.'
Appie: 'Dat tempo houden we waarschijnlijk niet vol. Bovendien weet ik niet wanneer ik sterf natuurlijk.'
Simon: 'Dat weet niemand. Maar tot die tijd houdt ie vol. Nee, kijk, we hebben geen vast voornemen om twee boeken per jaar te schrijven. We zien het wel. Zolang het leuk is, gaan we ervoor. En het is leuk. We zitten gezellig bij elkaar te ouwehoeren en verhalen te verzinnen. Dit jaar komen er dus snel achter elkaar boeken uit, maar het is geen noodzaak.'



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Baantjer en De Waal

 

Gerelateerd

Over

Appie Baantjer

Appie Baantjer

Appie Baantjer (1923-2010), pseudoniem van Albert Cornelis Baantjer, verhuisde op jonge leeftijd met zijn ouders naar Amsterdam. Na de Tweede Wereldoorlog regelde zijn vader dat hij bij de Amsterdams...

Simon de Waal

Simon de Waal

Simon de Waal (1961) is scenarioschrijver, auteur en regisseur. Daarnaast werkt hij bij de Amsterdamse recherche. Hij schreef voor de tv-series Baantjer, Russen, Unit 13 en het vernieuw...