Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Jo Nesbø

Jo Nesbø (Oslo,1960) zag op jeugdige leeftijd zijn droomcarrière als profvoetballer in rook opgaan toen hij een zware blessure kreeg. Na zijn diensttijd, studeerde hij zonder veel animo aan de Handelshogeschool in Bergen. Nog tijdens zijn studie stortte hij zich op de muziek. Als jongen op de rand van het man zijn combineerde hij als zanger de luidruchtige klanken van een heavy metal band met de nerveuze klanken van de beursvloer waar hij in effecten handelde. Opgebrand en gestrest, snakkend naar rust, vertrok hij naar Australië, waar hij de inspiratie opdeed voor zijn eerste thriller Flaggermussmannen (1997). Het was het begin van weer een nieuwe carrière. Binnen korte tijd schreef Nesbø zich naar de top van het selecte groepje Scandinavische bestsellerauteurs. Hoofdrolspeler in veel van zijn boeken is Harry Hole, een verwarde, alcoholist die als rechercheur probeert orde op zaken te stellen. Pas verschenen in Nederland De verlosser, het zesde deel met de laconieke Harry Hole.


Ook zonder voorkennis van zijn muzikale verleden doet Jo Nesbø ogenblikkelijk denken aan een Noorse versie van Phil Collins. Gemillimeterd haar en een vrolijk kwajongensgezicht. Hij is nonchalant gekleed, klaar voor elke vorm van vrijetijdsbesteding die ter plekke in hem opkomt. Joviaal, goedgemutst, ondanks de geruisloos neervallende sneeuw die het straatbeeld er allesbehalve lenteachtig uit doet zien. Uitgerekend tijdens de koudste maand maart in veertig jaar doet Nesbø Nederland aan. “Voor het weer had ik net zogoed thuis kunnen blijven,” lacht hij, “maar voor de mensen niet. Ik houd van mensen en jullie Nederlanders zijn aardige mensen.” Nesbø meent het, zoals hij in Parijs uit het diepst van zijn hart hetzelfde zou kunnen zeggen. Hij houdt van mensen.

Voetbal
Nesbø werd geboren in Oslo, maar verhuisde met zijn familie op jonge leeftijd naar het piepkleine Molde. Hij bewaart warme herinneringen aan het plaatsje. Als fanatiek voetballertje had hij maar een ding voor ogen: de top bereiken en profvoetballer worden, het liefst bij een Engelse club als Tottenham Hotspur. “Voor mij bestond er weinig anders dan voetballen. Ik at en dronk voetbal. Kon me niet indenken dat ik ooit iets anders zou doen in mijn leven. School zag ik niet zitten. Daar deed ik niets. Ik denk dat ik een moeilijke leerling geweest ben. Daar staat tegenover dat ik een goede voetballer was. Voor voetbal had ik alles over. Dat zag ik ook als mijn toekomst. Toen ik een jaar of zeventien was, kwam ik in het eerste elftal van Molde. Nu is dat geen Barcelona of Madrid, maar toch. Ik heb in die tijd wel eens tegen een Nederlands team gespeeld en met dikke cijfers verloren. Ik had mezelf beloofd naar Nederland terug te keren en dan met minimaal dezelfde cijfers te winnen. Maar dat is er nooit van gekomen. Dat wil zeggen, van dat voetballen in Nederland niet. Ik ben er later nog wel eens geweest, maar iets teveel alcohol en drugs hebben de herinnering wat onduidelijk gemaakt. Van mijn hele voetbalcarrière is niets terechtgekomen. Ik scheurde mijn kruisbanden en dat was meteen het einde van mijn droom als profvoetballer. Ik heb het daar erg moeilijk mee gehad, want aan een ander beroep had ik nooit gedacht.”

Promotietoer
Plotseling slaat het gesprek op hol en wordt de chronologie in het leven van Nesbø compleet overboord gezet. Het bevalt hem wel. Even niet zijn verleden als popster of beursspeculant, maar praten over zaken die er voor hem toe doen. Nesbø is geen man van geëffende paden, nog steeds niet. Hij is de eerste die ogenblikkelijk toegeeft aan elke vorm van afleiding. Zoals vroeger op school zijn concentratie vervloog, zodra hij in de schoolbanken ging zitten, zo blij is hij met elke interruptie die hem van het schrijven afhoudt al kan hij wel degelijk gedisciplineerd werken. Maar nu is hij op promotietoer. Een heerlijke onderbreking van zijn normale werkzaamheden. Hij geniet van de verschillende landen en verschillende mensen. Een klein probleem is dat de volgorde waarin zijn boeken worden uitgegeven in elk land anders is en dat betekent dat hij over boeken moet praten die hij niet meer tot in de details in zijn hoofd heeft. “Het is behoorlijk verwarrend. Op deze trip moet ik promotieverhaaltjes houden over verschillende boeken. Mijn grootste blunder op dat gebied is die keer toen ik op een podium zat en door een dame geïnterviewd werd, terwijl een vrij groot publiek in de zaal aandachtig zat te luisteren. Vol enthousiasme zat ik te praten over een boek dat ik op dat moment aan het schrijven was. Ik vertelde alles, van begin tot einde, inclusief de clou en de plotwendingen. De dame die mij interviewde was totaal in de war en ik had geen idee hoe dat kwam. Het bleek dat ze niets van mijn antwoorden begreep, maar dat durfde ze niet te zeggen. Dus ik praatte maar door en door en ik begreep haar vervolgvragen totaal niet. Het was complete chaos en ook het publiek snapte er niets van. Zij praatte over het ene boek en ik over een boek dat nog niet eens gepubliceerd werd. Wat een afgang.”


Oorlogen
In een aantal boeken van Nesbø speelt de oorlog een grote rol. In De roodborst worden Noorse frontsoldaten ten tonele gevoerd die tijdens de Tweede Wereldoorlog met Nazi Duitsland meevochten tegen de Russen. Nesbø kan zijn fascinatie wel verklaren. “Ik ben zelf niet opgegroeid tijdens de oorlog, maar ik ben wel van een generatie die veel over de oorlog heeft gehoord. Mijn ouders spraken er veel over. Tijdens WO II was er in Noorwegen net als in Nederland een kleinschalige verzetsbeweging actief. In Nederland waren het geloof ik de calvinisten en de communisten die tegen de jodenvervolging en de jodendeportatie streden. In Noorwegen was de Koninklijke familie naar Londen gevlucht van waaruit ze radiotoespraken hielden om de moraal hoog te houden. Het was een verwarrende tijd. Helemaal in mijn familie. Mijn vader en een aantal van zijn familieleden vochten samen aan het Oostfront samen met de Duitsers tegen de Russen. En mijn moeder en enkele van haar familieleden vochten in het verzet, dus tegen de Duitsers. Na de oorlog leidde dit tot behoorlijk wat problemen, al moet gezegd dat mijn moeders familieleden die in het verzet zaten, mijn vader wel begrepen. In zijn optiek vocht hij in het belang van Noorwegen. Buiten onze familie, in het dorp, dacht men daar overigens anders over. Mijn vader heeft het later uitgelegd. Toen hij 18 jaar oud was, woonde hij in Amerika. Daar is hij opgegroeid. En toen hij naar Europa terugkeerde was er in zijn gevoel uitsluitend de keuze tussen Hitler of Stalin. Hij zat aan de andere kant van de wereld toen de landen in Europa met elkaar in conflict kwamen. Mijn vader heeft toen gekozen en duidelijk de verkeerde keuze gemaakt. Dat heeft hij na de oorlog ook ruiterlijk bekend. “Ja, ik was fout,” zei hij, “maar ik heb een schoon geweten. Ik was in de veronderstelling dat ik voor mijn land vocht.” Net als alle andere collaborateurs heeft hij na de oorlog twee jaar gevangen gezeten en hij kon daar mee leven. Hij vond dat zelfs rechtvaardig. “

Sympathie voor Hitler
“ Ja, natuurlijk was het voor ons als kinderen een schok. Wij waren grootgebracht met het idee van mijn moeder dat Hitler de duivel was. En toch had mijn vader met hem gesympathiseerd. Toen mijn vader later zei: “Ik moet je een verhaal vertellen, over datgene wat ik in de oorlog heb gedaan, was dat dan ook een enorme schok. Maar mijn broers en ik waren wel enorm geïnteresseerd. En het goede van de zaak was dat de ellende van de oorlog en de tweespalt in de familie op deze manier bespreekbaar werd gemaakt. Bovendien putte mijn vader een merkwaardig soort optimisme uit het hele gebeuren. Het feit dat hij het er levend en zonder kleerscheuren had afgebracht, vervulde hem met blijdschap. Met een aantal vrienden van hem was het slechter afgelopen. Eén van hen was na de oorlog zo depressief geraakt, dat hij mijn vader vanuit een telefooncel opbelde om hem te vertellen dat hij depressief was en terwijl ze met elkaar aan de lijn waren, schoot die vriend zichzelf dood. Dat hakt erin. Maar hoe dan ook, als kleine jongen groeide ik op met oorlogsverhalen. Dat is de reden dat de WO II een prominente rol speelt in De roodborst. Alle details heb ik van mijn vader en andere familieleden.”

Eerste levenslessen
“Voor mij waren de verhalen van mijn vader mijn eerste belangrijke levenslessen. Waarom doen de mensen de dingen die ze doen, ook al worden ze door anderen slecht gevonden. Dat is ook veelal het basisidee in mijn boeken.
In De verlosser speelt de oorlog in Kroatië een grote rol. Wat dat betreft ben ik geïnspireerd door een kapitein uit het Kroatische leger met wie ik lang heb gesproken. Hij had een boek geschreven over de Balkanoorlogen. Ik gebruik de basis van de verhalen die ik lees en hoor, maar ik geef er wel mijn eigen draai aan. Maar wat me is opgevallen dat de realiteit en de details uit waar gebeurde oorlogen zo bizar zijn dat niemand ze zou geloven als ik ze op zou schrijven. Ik zwak de werkelijkheid dus eerder af dan dat ik hem aandik. Natuurkijk is dat wat ik schrijf fictie, maar voor een schrijver is het wel een gemakkelijk houvast om je te kunnen baseren op de werkelijkheid. In De verlosser wordt een belangrijke rol gespeeld door een huurmoordenaar, een man die als kleine jongen al meevocht tegen de Serven. Hij heeft een ellendige jeugd gehad. Voor hem was het een traumatische ervaring toen in zijn bijzijn de arm van zijn vader geamputeerd moest worden. Dat verklaart zijn haat, zijn gevoelloosheid bij het moorden.”

Vader
De vader van Nesbø heeft dus veel invloed gehad op de karaktervorming van de kleine Jo. Is alles wat hij is en doet dus genetisch bepaald? Nesbø strijkt bedachtzaam over zijn stoppelkin voor hij antwoord geeft. “Moeilijk te zeggen. Als ik naar het leven van mijzelf en dat van mijn vrienden kijk, zie ik dat je milieu, de achtergrond waar je vandaan komt en je ervaringen bepalend zijn voor je leven. Daar kan je zelf niet veel aan veranderen. Het is inderdaad dat als je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje wordt. Ik denk dat met name voor jongens de achtergrond van hun vader heel belangrijk is. De rocklegende Nick Cave zei ooit:
“Als ik naar mijn kind kijk, zie ik pas hoeveel ik op hem ben gaan lijken.” Dus, niet “Als ik naar mijn vader kijk,” maar “als ik naar mijn kind kijk.”
Heel poëtisch. Maar het is wel zo. Als ik naar mijn eigen handelingen en mijn eigen leven kijk zie ik pas hoe enorm veel ik op mijn kind lijk, hoeveel dingen ik precies hetzelfde doe als hij.
Ik denk dat dat voor iedereen geldt, zelfs voor diegenen die een slechte relatie hebben met hun vader en die hem zelfs nauwelijks kennen. Op de een of andere manier is een vader altijd een rolmodel voor je, in het goede of in het kwade. En als mannen kinderen krijgen geven ze diezelfde eigenschappen van hun eigen vader weer door aan hun kinderen.
Zo was mijn vader een uitmuntend verteller. Hij hield niet van korte verhaaltjes, maar van hele lange. Dat heb ik zonder meer van hem. Ik heb ook de grootste moeite om mijn verhalen een klein beetje binnen de perken te houden. Mijn vertellen is dus tenminste voor een deel, genetisch bepaald.”


Leger des Heils
De verlosser speelt zich af in kringen van het Leger des Heils. Geen alledaagse achtergrond voor een thriller. “Ik heb bij diverse gelegenheden samengewerkt met het Leger des Heils. Het is in Noorwegen een heel populaire organisatie. Waarschijnlijk omdat Noorwegen een welvarend land is en toch niet in staat is om voor haar arme mensen te zorgen. Het maakt dat de wat bemiddelde mens wel bereid is om geld te geven aan een organisatie die wel voor de minder bedeelden zorgt. Het is misschien een soort afkopen van schuld, maar dat maakt niet uit. Het Leger des Heils helpt mensen zonder onderscheid des persoons, zonder vragen te stellen. Dat is het mooie. Voor mij als schrijver is het ook een mooie organisatie. Ze hebben de naam goed werk te verrichten en integer te zijn, en het is een zeer besloten groepje mensen. Maar net als met alle groepen, je kunt ook de politie noemen, gebeuren er toch dingen die je als misdadig zou kunnen beschouwen. Omdat ik met Het Leger had samengewerkt, mocht ik een tijdje met hen meelopen en het reilen en zeilen van dichtbij meemaken. Op voorwaarde dat ik de kennis die ik opdeed wel op een loyale en integere manier zou gebruiken. Ik heb in mijn boek dan ook zeker niet geprobeerd te vertellen dat het Leger des Heils een afschuwelijke instelling zou zijn om bij te werken. Het zijn geen vreselijke mensen. Maar wel mensen. Mensen met alle goede en kwade eigenschappen. Het zijn geen heiligen. Corruptie en machtsmisbruik is ook hen niet vreemd.”

Littekens op de ziel
In De verlosser spelen veel beschadigde figuren een rol. Veel mensen die aan de onderkant van de maatschappij leven en ogenschijnlijk geen enkele kans hebben om op te krabbelen. Nesbø schrijft met een diep mededogen over de verslaafden, gesloopt door alcohol en drugs, de verschoppelingen van de maatschappij, de mensen die beschadigd zijn in de oorlog, die in hun jeugd verkracht zijn, de mensen met littekens op hun ziel. Hij moet ongetwijfeld een speciale band hebben met de minder gelukkigen uit deze maatschappij. “In een aantal van mijn boeken komen inderdaad een aantal personages voor met een ongelukkige achtergrond.
Ik heb meer gevoel bij de minder gefortuneerden uit deze maatschappij dan met de over het paard getilde welgestelden. Dat voorop. Dat zal wel komen omdat ik mezelf ook een weg omhoog heb geknokt en ik in de tijd dat ik in een band zat heel wat zwakke broeders heb zien ondergaan in hun verslaving. Je ziet dan ook hoe dun de scheidslijn is tussen een normaal bestaan en een bestaan in de goot, van roes naar roes wandelend. Maar als schrijver probeer ik ook personages een achtergrond te geven die aannemelijk maakt dat ze doen wat ze doen.
En ik vind het interessant als het leven van mensen volledig in elkaar stort, als alle zekerheden wegvallen, als een complete mentale vernietiging dreigt. Zo is het leven. Dat maken veel mensen mee. Maar het wonderlijke is dat vanuit die zwakte mensen kracht kunnen putten en weer op kunnen krabbelen. Dat proces is fantastisch om te beschrijven.”

Alcoholist Harry
“Mijn hoofdpersoon Harry Hole is natuurlijk ook zo’n beschadigd karakter, een alcoholist pur sang. Maar dan tot in het diepst van zijn wezen. Niet iemand die je elke dag met een glas whisky in zijn hand aantreft, maar een alcoholist die weet dat hij bij de eerste de beste slok helemaal verloren zal zijn en dat verloedering en de goot constant op de loer staan. Het is slopend. Ja, en de andere figuren in mijn boeken, massamoordenaars of seriemoordenaars, het zijn in wezen abstracte begrippen waar je als lezer weinig meer dan verachting voor kunt voelen. Tenzij je hun achtergrond kent en misschien begrip kunt putten uit de oorzaak waarom ze doen wat ze doen. Maar als schrijver moet je proberen je in te leven in de kronkels die dergelijke geesten nu eenmaal hebben. Als je dat niet doet, blijven het cliche’s of monsters. En er is niets zo vervelend als het schrijven over monsters.

Geluk
Nesbø’s vaste hoofdpersoon Harry Hole is niet altijd even gelukkig. De trouwe lezer vraagt zich af of geluk ooit nog voor hem weggelegd zal zijn. Nesbø lacht satanisch. “Ik kan je vertellen dat zijn toekomst er niet echt best uitziet. Ik denk dat zijn toekomst er nog donkerder uit zal zien dan zijn heden is. En dan uiteindelijk gaat hij regelrecht naar de hel. Nee, wees niet ongerust, maar zijn toekomst wordt wel degelijk bepaald door zijn karakter. Je mag zelf invullen of dat positief is of negatief. Maar hij is een alcoholist en dat blijft hij.”



Over de auteur

Kees de Bree

87 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Jo Nesbø

 

Gerelateerd

Over

Jo Nesbø

Jo Nesbø

Jo Nesbø (Oslo, 1960) geldt als de belangrijkste en populairste misdaadauteur van Noorwegen. Voor hij zich op het schrijven ging richten, was hij profvoetballer en beurshandelaar. Naast schrijver is...