Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Mijn eigen jeugdboeken

In 1983 maakte Marion Bloem haar literaire debuut met 'Geen gewoon Indisch meisje'. Haar eerste publicaties waren echter kinderboeken en jeugdromans. Speciaal voor Hebban schrijft Bloem over deze boeken en over de impact die ze hebben gehad op lezers.

Mijn eigen jeugdboeken

De eerste boeken die ik publiceerde waren kinderboeken en jeugdromans. 1971. Ik was negentien jaar toen ik in het kader van bijscholingsprogramma’s voor migrantenkinderen, pro deo, verhalen schreef voor kinderen op zwarte scholen die spannender en herkenbaarder mochten zijn dan wat hen als extra taalles werd voorgeschoteld.  
Kinderboekenuitgever Zwijsen vroeg mij, naast het schrijven van leesboekjes, om hun leerboeken, lesmateriaal en jeugdboeken te bekritiseren op seksisme en racisme. De oogst van politiek incorrecte teksten was imposant. Mijn allereerste boek Puk en Muk en Moortje in Amerika dat ooit bij die uitgever verschenen was, en dat ik als zesjarige had uitgekozen omdat er een donker kindje op het omslag stond, zou om reden van racisme niet meer worden herdrukt. Jeugdboeken waarin kinderen voorkwamen met wie ik me kon identificeren waren er toen niet.
Bij een volgende gelegenheid dat ik in een echte boekwinkel een boek mocht uitkiezen, koos ik Kruimeltje. Het werd mijn lievelingsboek omdat het om een buitenstaander ging, zoals ik me toen altijd voelde.
Daarom sloofde ik me uit als psychologiestudente verhalen te schrijven voor migrantenkinderen. Waarbij ze zich met de hoofdpersoon konden identificeren of waarbij de verhaallijn hen vanwege enige herkenning zou aanspreken. Voor ‘de gewone kinderen’ was er immers volop keuze.

Van leerkrachten op zwarte scholen in achterstandswijken vernam ik dat Kermis achter de kerk werd verslonden door meisjes van Marokkaanse en Turkse afkomst, evenals Brieven van Souad. Matabia bleek niet alleen leuk voor Nederlands-Indische kinderen, maar sprak ook Roma kinderen aan, en geadopteerde kinderen.
Het deed me goed om brieven van kinderen te ontvangen die troost vonden in mijn jeugdromans. En ik voelde me trots als ik bij een school regelmatig werd aangehouden door Marokkaanse moeders die me bedankten voor het hoofdstuk over ‘Fatima’ in Kermis achter de kerk en voor het schrijven van Brieven van Souad.
Mijn jeugdroman De droom van de magere tijger heeft, als ik hun moeders moet geloven, veel jongens met weerzin tegen lezen toch over de streep getrokken. Soms hoorde ik het -jaren later- ook van een jongen zelf.
Af en toe vlamde de behoefte op om weer een jeugdboek te schrijven als ik op straat staande werd gehouden door iemand die zei ze als kind gelezen te hebben en er zo van te hebben genoten. In Duitsland, in Berlijn, vertelden twee boekhandeleigenaressen me, toen ik er uit mijn Duitse vertaling van Matabia kwam voorlezen, dat de Duitse vertaling van mijn tweede jeugdroman De geheime plek (Es mus aber geheim bleiben) hun lievelingsboek was geweest en dat ze nooit hadden geweten dat het van dezelfde auteur was als Matabia. Ze hadden het nooit kunnen vermoeden vanwege de twee ‘gewone’ karakters in De geheime plek waarin zij zich als witte lesbische lezeressen konden herkennen en het karakter in Matabia dat een Indonesische-Europese achtergrond had. De geheime plek gaat over een vriendschap tussen twee meisjes waarbij één van de twee wil dat deze vriendschap geheim blijft.

Vaker dan men zou kunnen vermoeden, word ik tot mijn grote verbazing door witte vrouwen aangesproken die me vertellen dat ze mijn allereerste jeugdroman Waar schuil je als het regent stukgelezen hebben, dat het boek onder hun hoofdkussen lag en dat ze het nog altijd, nu ze ruim boven de dertig zijn, koesteren. En dat boek schreef ik in de jaren zeventig uit piëteit met kinderen van gescheiden ouders. Een boek over eenzaamheid. De hoofdpersoon voelt zich buitengesloten, schaamt zich voor haar lesbische moeder die samenwoont met haar vriendin, is een buitenstaander geworden door die situatie, en kan ook niet bij haar vader terecht die opgeslokt wordt door zijn eigen verdriet. Toen mijn jeugdroman Waar schuil je als het regent als serie door de IKON verfilmd zou worden, voerde één van mijn collega’s met een vaste betrekking bij de IKON, een campagne opdat het niet door zou gaan, aangezien mijn roman met teveel regels brak over wat je kinderen mocht en kon voorschotelen.

Kort geleden werd ik gevraagd of ik mee wilde werken aan een voorleesfilmpje op internet van mijn jeugdroman De kleine krijger. De dame die met deze vraag kwam zei dat ze het mijn beste boek vond. Daar ben ik het zelf volstrekt niet mee eens, maar ik zou graag meewerken aan een voorleesfilm. Daartoe zal ik het boek echter eerst moeten bewerken om te voorkomen dat het een drie uur durende film wordt, en die bewerking zou me net zoveel tijd kosten als het schrijven van een nieuw boek.
Hoeveel spannende nieuwe ideeën ik ook heb, en hoe graag ik ook boeken aanschaf en voorlees voor mijn twee kleindochters, als ik mijn hypotheek wil kunnen blijven betalen kan ik aan die impulsen niet toegeven. Omdat mijn jeugdromans jonge mensen troost hebben gebracht, omdat ik ze de gelegenheid bood zich te identificeren met een hoofdpersoon die ze graag zouden willen zijn, of die ze door omstandigheden waren, ben ik apetrots op mijn jeugdboeken. Ik weet hoe ik en een hele generatie met mij, dergelijke jeugdliteratuur heeft moeten ontberen.

Er verschijnen tegenwoordig erg veel leuke jeugdboeken. Ik kan soms niet kiezen en wil ze allemaal aanschaffen voor mijn kleindochters van vijf en negen. Die van vijf wordt nog altijd graag voorgelezen, maar die van negen lijkt een hekel aan lezen te ontwikkelen. Misschien moet ik een boek schrijven over een meisje dat veel liever, zoals mijn kleindochter, computerspelletjes speelt, filmpjes monteert, meezingt in het Engels met haar lievelingszangeressen op youtube, in bomen klimt, danst en kleding ontwerpt. En dat meisjesleven moet ik dan zo avontuurlijk beschrijven dat mijn oudste kleindochter het boek niet meer weg wil leggen en me na afloop vraagt of ik alsjeblieft een deel 2 schrijf over dat meisje dat een hekel aan lezen heeft.

Marion Bloem

Foto Marion Bloem: Ivan Wolffers



Over de auteur

Daphne van Rijssel (crew)

2 volgers
0 boeken
0 favorieten


Reacties op: Mijn eigen jeugdboeken

 

Gerelateerd

Over

Marion Bloem

Marion Bloem

Marion Bloem is klinisch psychologe, schrijfster, filmmaker, beeldend kunstenare...