Hebban vandaag

Lezen /

Roel Janssen: Schipbreuk

Voor de Thriller Tiendaagse openbaart Roel Janssen een eerste hoofdstuk uit een manuscript dat niet gepubliceerd is. En hij daagt jou uit om een vervolg aan dit hoofdstuk te geven!

In de eerste dagen van januari 2015 dreigde een vrachtschip op de rotskust van Zuid-Italië te lopen. In het ruim van de Ezadeen bevonden zich 450 Syrische vluchtelingen. In opdracht van de smokkelbazen had de bemanning het schip verlaten, de scheepsmotor op volle kracht vooruit en het stuurwiel op de automatische piloot. Op het laatste moment werd het spookschip door de Italiaanse kustwacht onderschept, waarmee een ramp werd voorkomen.

Deze dramatische gebeurtenis inspireerde me om een spannend boek te maken over het vluchtelingendrama. De openingsscène zag ik voor me en het eerste hoofdstuk was snel geschreven.

Maar daarna liep het verhaal vast en het lukte niet om het los te trekken. Uiteindelijk heb ik het verhaal volledig veranderd en zo is Alles Verloren ontstaan. Met een ander plot en andere hoofdrolspelers.

Dit is het eerste hoofdstuk van het boek dat nooit geschreven is. Ik nodig de lezers van Hebban uit om er een vervolg aan te geven.

De beste inzender ontvangt van mij een exemplaar van Alles Verloren.

- Roel Janssen


Schipbreuk

De ramp kondigde zich aan met een onbestemd geluid alsof in de verte iemand aan het werk was met een motormaaier. Of nee, het klonk als een onweer dat onheilspellend bezig was deze kant op te komen. Vreemd was dat, want de hemel was azuurblauw en het balkon op de eerste verdieping van het vriendelijke hotel aan de rand van het dorpje Santa Maria di Leuca gaf uitzicht op de Middellandse Zee.

Met het losgewoelde laken half over zich heen getrokken lag Heather op het hotelbed na te genieten van de middagseks. Haar geliefde Eric was net opgestaan en had zich teruggetrokken in het badkamertje. Heather hoorde het geluid van stromend water, maar dat werd overstemd door het sonore gebrom dat van buiten kwam. Een angstig gevoel beving haar. In een tijdschrift met reisverhalen over tropische bestemmingen had ze gelezen dat tsunami’s zich zo aankondigen. Een grommend geluid dat aanzwelt naarmate de vloedgolf dichterbij komt. Jeemig! Ze trok het laken om zich heen en liep naar de openslaande deuren van het balkonnetje om te kijken of er iets verontrustends te bespeuren viel.

‘Eric!’ schreeuwde ze. En daarna nog een keer, met overslaande stem: ‘Eric! Kom kijken!’

Heather Hammonds en Eric Clarke woonden al anderhalf jaar samen in een voormalige arbeiderswijk van zuid-Londen waar een appartement van zestig vierkante meter een godsvermogen kost. Bij een notaris die op maandagochtend een voordelig tarief hanteerde hadden ze een samenlevingscontract laten opstellen en om dat te vieren waren ze met vakantie naar Zuid-Italië vertrokken. Voor hun vrienden en familie noemden ze het hun huwelijksreis, want een samenlevingscontractreis klonk als zo’n onheilspellend woord waar niets goeds van zou komen.

Eric was net 32 jaar geworden. Hij werkte als IT-specialist bij een verzekeringsbedrijf. Het was een negen tot vijf baan, waar hij genoeg mee verdiende om zijn hobby onder water fotograferen mee kon bekostigen. Heather, vier jaar jonger dan hij, was verpleegster in een gezondheidscentrum van de National Health Service. Ze deed haar werk op de gezondheidspost in een achterstandswijk met plezier en ze was stapelverliefd op Eric, die ze voor het eerst ontmoet had op een uit de hand gelopen feestje bij gemeenschappelijke vrienden.

Met een goedkope vlucht van Easyjet die om 6 uur ’s ochtends vertrok waren ze naar Napels gevlogen. Daar hadden ze een autootje gehuurd waarmee ze zo ver als ze konden naar het zuiden waren gereden, tot diep in de hak van de Italiaanse laars. 

Ze genoten van hun tocht langs kronkelige weggetjes, ook al was het zinderend warm en had de airco van de huurauto het na een paar dagen begeven. De lucht trilde boven het glooiende landschap met olijfbomen en door de omlaag gedraaide raampjes stroomde de zoete geur van amandel naar binnen. Pas toen ze bij de kust kwamen en de weg zich naar beneden slingerde, bracht de zeewind verkoeling. 

Losjes leunde Heather met haar arm door het geopende rampje van het portier. ‘We hadden een Alfa Romeo Cabrio moeten huren’, lachte ze terwijl ze met haar andere hand het dijbeen van de bestuurder zocht.

‘En dan had jij een sjaal om je hoofd gebonden, zoals Sofia Loren in die film.’

Heather glimlachte aanminnig, al wist ze niet zeker welke film Eric bedoelde.  

Nog een paar bochten en daar lag de Middellandse Zee die zich azuurblauw uitstrekte tot aan de horizon. ‘Hier eindigt Europa’, zei Eric plechtig, alsof ze dadelijk met hun auto van de kaart zouden rijden.

‘Van de overkant steken toch bootvluchtelingen over?’ vroeg Heather.

‘Ja, maar met hun gammele bootjes en opgeblazen vlotten komen ze niet zo ver. De Afrikaanse kust is een eind weg. Hier zijn we veilig.’

Heather was niet gerust gesteld. ‘Als ze verdrinken spoelen de lijken aan op de kust. Ik heb daar foto’s van gezien. Afschuwelijk. Ik zou willen dat ik die mensen kon helpen.’

‘Gruwelijk’, beaamde Eric. Behendig, zijn linkerarm leunend op de deurpost, stuurde hij de auto door de smalle straatjes. Met rechts rijden had hij geen moeite. Aan de rand van het dorp hield hij stil bij een Albergo met uitzicht op zee. Recht tegenover het hotel lag een zandstrandje met rotsen waarop de branding schuimend stuk sloeg. Op het strandje zaten toeristen, mannen, vrouwen, stelletjes met kinderen. In de zee werd gezwommen en gesurft, opgeschoten pubers zaten flirterig achter de meiden aan en een paar verkopers die gelati aanboden sloften met hun koelbox over het strand. 

Geluk. Dit is het volmaakte geluk, besefte Heather. Het gevoel dat ze in het paradijs was aangeland overviel haar. Voordat ze uit de auto stapte draaide ze zich naar Eric en zoende hem warm op zijn mond.

Hals over kop kwam Eric het badkamertje uit. Hij struikelde over zijn kleren die hij haastig op de vloer had gegooid toen hij zich met Heather op het hotelbed had geworpen voor de seks. Heather, het laken om haar heengeslagen, stond op het balkon en gebaarde naar de verte. Een moment bleef Eric versteend als een antiek Grieks-Romeins heldenbeeld staan. 

‘Jôh! Je bent naakt! De mensen kunnen  je vanaf het strandje zien met je halfstijve pik’, riep Heather gegeneerd.

Eric haastte zich naar de badkamer en kwam terug met een handdoek om zijn middel geslagen en een camera in zijn hand. Hij klikte ‘video’ aan en begon te filmen.

Vanuit de kalme zee kwam een vrachtschip recht op de kust af gevaren. In het lage zonlicht kleurde het roestige staal van de romp rood en bruin. De boeggolf sneed schuimend door het water. Het schip was nog een eind van de kust verwijderd, maar het gestage stampen van de dieselmotoren werd met de seconde luider. Het geluid weerkaatste over het water en klonk als het dreigende gerommel van een vulkaan die op uitbarsten staat. 

‘Jezus Christus…’, stamelde Eric. Met een hand hield hij de handdoek om zijn middel vast, met de andere de camera. Het balkonnetje bood de beste locatie die een cameraman zich kon wensen om de rampenfilm die op het punt stond zich voor hun ogen te voltrekken, in volle glorie op te nemen.

‘Eric! Doe iets! De kapitein… De stuurman… Ze zien toch dat hier geen haven is?’ Heathers stem klonk afgeknepen.  

 In verbijstering schudde Eric zijn hoofd. ‘Godsamme, dat schip…’ Hij maakte zijn zin niet af.

Op het strand had het naderende onheil nu ook de aandacht getrokken. De toeristen, de gezinnen met kinderen, de stelletjes, de jongeren en de ouderen waren gestopt met de dingen waarmee ze bezig waren. De zwemmers en surfers haastten zich uit het water naar de kant. In bikini’s, badpakken en zwembroeken keken ze naar het gevaarte dat op hen af kwam. Heel even leek iedereen vastgeklonken in het zand te staan, verlamd door de onafwendbare gebeurtenis waarvan ze slachtoffers dreigden te worden. Daarop barstte een kakofonie van geluid los, gekrijs van kinderen, gegil van vrouwen, geroep van mannen, en begonnen de mensen, wanordelijk en chaotisch, in paniek weg te rennen. Weg van de zee, weg van het strand en de rotsen en het gevaar. 

Met donderend geraas verbrijzelde het schip de grillige rotsen die de laatste meters voor de kust versperden en vervolgens boorde de boeg zich in het zand. Voortgestuwd door zijn eigen gewicht duwde het schip zich dieper in het strand. De romp werd opgetild en kwam weer naar beneden alsof het schip steigerde. Meters op het strand geworpen kwamen de tonnen staal met een krakend geluid tot stilstand. De scheepsmotoren draaiden nog op volle toeren, bij de achtersteven veroorzaakte de schroef wilde woelingen in het water en met elke golf groef de romp zich verder in het zand. 

Vanaf het balkon van hun hotel hadden Eric en Heather een panorama-overzicht. Ze zagen hoe de mensen weg renden van het strand om niet te worden verpletterd door het roestige schip. Ze verdrongen elkaar, struikelden, sommigen kwamen ten val en werden vertrapt. Het was een pandemonium, het strand een zandbak vol gewonden en bij de waterlijn kleurde het zeewater rood.

Op het dek van het spookschip was niemand te bekennen, ook de stuurhut op de brug was verlaten. Maar uit het binnenste klonk een geroffel alsof er met vuisten of staven onophoudelijk op de binnenkant van de romp werd geslagen. Het ruim van het schip fungeerde als klankkast en het trommelgeluid zwol aan tot een onheilspellend concert dat zelfs het sonore stampen van de dieselmotoren overstemde. 

Alles verloren is zojuist verschenen bij uitgeverij Cargo. Heb jij inspiratie gekregen om dit verhaal verder te schrijven? Mail jouw inzending onder vermelding van 'Schipbreuk' naar vandaag@hebban.nl en wie weet beloont Roel Janssen jouw verhaal met een gesigneerd exemplaar van Alles verloren.



Over de auteur

Hebban Crew

2369 volgers
0 boeken
0 favorieten
Hebban Crew


Reacties op: Roel Janssen: Schipbreuk

 

Gerelateerd

Over

Roel Janssen

Roel Janssen

Roel Janssen (Enschede, 1947) is een financieel-economisch journalist en sc...


Gesponsorde boeken