Advertentie

Hebban vandaag

Listmania /

Thanksgiving Day: eten in de literatuur

door Jet Steinz
Vanavond zitten de meeste Amerikanen aan een overvloedig diner, met kalkoenen, cranberrysaus, zoete-aardappelpuree en pumpkin pies. Het is Thanksgiving Day. Ook in de literatuur wordt er heel wat af gegeten. Bij het lezen van sommige verhalen loopt het water je in de mond; andere romanpassages wekken walging op. Jet Steinz maakte een smakelijk overzicht.

Vanavond zitten de meeste Amerikanen aan een overvloedig diner, met kalkoenen, cranberrysaus, zoete-aardappelpuree en pumpkin pies. Het is Thanksgiving Day, de nationale feestdag die in de Verenigde Staten elk jaar op de vierde donderdag van november wordt gevierd. Officieel wordt op deze dag dank gezegd — dank voor de oogst, dank voor alle goede dingen die in het leven gebeuren — maar in de praktijk is het vooral een feest waarop alle familieleden, die in de VS vaak op grote afstanden van elkaar wonen, bijeen komen om een avond lang te schransen en te drinken.

Ook in de literatuur wordt er heel wat af gegeten. Bij het lezen van sommige verhalen loopt het water je in de mond; andere romanpassages wekken walging op. Minutieus beschreven vijfgangendiners en culinaire hoogstandjes vormen een belangrijk element in een hoop boeken; maar soms is het alleen de beschrijving van een koekje of een stukje brood die hele werelden ontsluit, herinneringen naar boven haalt of het personage laat dromen van een betere toekomst.

 

'Eetperiodes' bij Anne Frank

Zoals in Het achterhuis, het dagboek van Anne Frank, waarin Anne op 3 april 1944 aan Kitty vertelt — ‘geheel tegen mijn gewoonte in’ — over het eten dat de onderduikers krijgen. ‘We hebben in de 21 maanden die we nu hier zijn al heel wat ‘eetperiodes’ meegemaakt […] waarin men niets anders te eten krijgt dan een bepaald gerecht of een bepaalde groente. […] Het is heus niet leuk om elke middag en elke avond bijvoorbeeld zuurkool te eten, maar je doet veel als je honger hebt.’ Op het moment van schrijven zitten ze in de mooiste periode, met allemaal verse groenten, maar het is ook veel bruine bonen wat de klok slaat: losse bonen, bonen in de soep, bonen in het brood. ‘Onze grootste attractie is het plakje leverworst elke week en de jam op droog brood. Maar we leven nog en het is zelfs vaak nog lekker!’

 

Hongerige Hemingway

De honger speelt ook in de boeken van Ernest Hemingway een rol. Sterker nog, hij schreef zijn beste werken wanneer hij honger had. ‘Hunger is good discipline and you learn from it,’ verklaarde Hemingway in A Moveable Feast, het boek waarin hij zijn herinneringen aan zijn tijd in Parijs optekende. Zeker de eerste tijd dat hij er woont is Hemingway relatief arm en zwerft hij regelmatig hongerig door de stad, bij thuiskomst tegen zijn vrouw Hadley liegend dat hij ergens geluncht. Maar wanneer er wél geld is, wordt er ook goed gegeten. Pommes de terres a l‘huile (aardappelsalade), cervelas (worst met mosterdsaus) en bier in literglazen in Brasserie Lipp, om te vieren dat een Duits tijdschrift 600 francs heeft betaald voor twee van Hemingways verhalen. Oesters, ‘expensive flat faintly copper marennes, not the familiar, deep, inexpensive portugaises’, en sancerre tijdens een lunch met dichter Ernest Walsh (hij trakteert). Een door een luxe hotel klaargemaakte picknick van sandwiches met geroosterde kip en een behoorlijk aantal flessen mâcon, die Hemingway en collega-schrijver Scott F. Fitzgerald tijdens een bizarre roadtrip in een auto zonder dak soldaat maken.

  

Eten van je laatste centen

Parijs is ook de plek waar de jonge Russische kadet uit Evelyn Waughs korte verhaal ‘The Manager of the Kremlin’ zijn laatste geld uitgeeft — aan eten. Nadat hij, na het uitbreken van de revolutie, uit Rusland is gevlucht en in de Franse hoofdstad terecht komt met slechts 300 francs, heeft hij twee keuzes: óf hij gaat er zo zuinig mee om dat hij het nog twee à drie weken volhoudt, lang genoeg om werk te vinden en niet van de honger om te komen; óf hij besteedt het in één keer. Want tja, als hij over drie weken in precies dezelfde positie zit, kan hij het er net zo goed nu van nemen. En dus kiest hij voor de tweede optie: hij neemt een taxi naar het chique restaurant Larne en, zittend in de roodpluchen stoelen, ‘he ate fresh caviare and ortolansan porto and crepes suzettes; he drank a bottle of vintage claret and a glass of very old fine champagne, and he examined several boxes of cigars before he found one in perfect condition.’ En dan is het geld, op 3 franc na, op.

  

Een diner uit de loterij

Ook de hoofdpersoon van Babettes feestmaal, een novelle van Karen Blixen (Isak Dinesen), komt uit Parijs, waar ze chef-kok was in een beroemd toprestaurant, dat ze vanwege de repressie van het revolutionaire bewind is ontvlucht. Inmiddels woont ze alweer een tijd in een sobere en streng-christelijke gemeenschap in Noorwegen, waar niemand weet heeft van haar vroegere leven. Als Babette op een dag de loterij wint besluit ze de dorpsbewoners te trakteren op een enorm feestmaal waarvoor ze de beste ingrediënten laat aanrukken en dagen in de keuken staat: op het menu staat onder andere schildpadsoep met madeira, kwartels in deegsarcofaag, flensjes met kaviaar en baba au rhum. En hoewel de disgenoten aanvankelijk enigszins sceptisch zijn, is aan het eind van de avond iedereen dronken en overtuigd van het genot van eten en samenzijn.

 

Smaakvolle herinneringen van Proust

In Marcel Prousts associatieve Swanns kant op brengt het dopen van een madeleine in een kopje lindebloesemthee het hoofdpersonage terug naar de zomers die hij doorbracht in het Normandische plaatsje Combray. Maar ook een andere, veel minder bekende eetherinnering speelt een rol: die aan de kokkin Françoise, die ‘de kolen [ranselde], de aardappelen te smoren [gaf] aan de stoom en het vuur precies op tijd culinaire meesterwerken [liet] afmaken die eerst waren voorbereid in pottenbakkersvaatwerk’, die aan het spit kippen liet braden ‘zoals alleen zij ze wist te braden, die tot ver in Combray de geur van haar merites hadden verspreid en als ze ze opdiende vooral de mildheid naar voren brachten in mijn speciale opvatting van haar karakter, omdat het aroma van dat vlees, dat zij zo zacht en mals wist te maken, voor mij niets anders was dan de hoogsteigen geur van een van haar deugden.’ Maar dit lieflijke beeld dat de jonge ikfiguur van zijn kokkin heeft, wordt ruw verstoord wanneer hij op een dag ziet hoe Françoise het slachten van deze kippen ter hand neemt: razend, ‘Mormel! Mormel!’ schreeuwend, terwijl ze de nek probeert door te hakken. 

 

Franse stoofpot

In Naar de vuurtoren van Virginia Woolf draait een van de eerste scènes rondom de Boeuf en Daube, een Franse stoofpot van rund. Mrs. Ramsay, een mooie vrouw die zo goed mogelijk wil zijn voor haar man, haar acht kinderen, haar gasten en de armen en ongelukkigen in het dorp, heeft haar kokkin gevraagd dit gerecht klaar te maken (wat drie dagen duurt). Terwijl ze tevreden in de pan kijkt, denkt ze: ‘This will celebrate the occasion — a curious sense rising in her, at once freakish and tender, of celebrating festival.’ En het gerecht is inderdaad goed gelukt: het vlees is mals en de smaken voegen zich uitstekend, maar het lekkere eten weegt maar nauwelijks op tegen de onderliggende emoties en conflicten die aan tafel spelen, en het ongeluk van Mrs. Ramsay. 

 

Gestolde erwtensoep

‘Zijn vader mengde de sla door persen met de vork met de aardappelen tot moes, met de uien samen.’ De maaltijden in De avonden van Gerard Reve worden niet bepaald smakelijk beschreven, maar ze zijn wel legendarisch. Elke avond gaan Frits van Egters en zijn ouders stipt om zes uur aan tafel, waar ze (vaak zwijgend) naar binnen werken wat moeders heeft klaargemaakt: aardappelen (altijd aardappelen) en vette jus, vlees of stokvis (waarna Frits een stukje tandpasta eet — ‘“Het patentmiddel tegen stokvis”’), koolraap, andijvie of erwtensoep. Die erwtensoep wordt ook in gestolde vorm genuttigd, met een vork zo uit de pan; als Frits meer geduld heeft, warmt hij gestolde jus op waar hij sneden droog bruinbrood in doopt, of hij maakt van een halve fles melk, suiker en een pakje puddingpoeder een vla. 

 

Dikke zielen

Ook in Dode zielen van Nikolaj Gogol wordt aan één stuk door gevroten. De hoofdpersoon, een Russische oplichter die bij edellieden op bezoek gaat kom de papieren van dode boeren te kopen, trekt over het platteland en wordt overal getrakteerd op uitgebreide lunches, diners en soupers. Bij Sobakevitsj eet hij koolsoep en njanja: schapenmaag gevuld met boekweitgrutten, hersenen en schapenpoten. Maar dat is nog lang niet alles; daarna worden er kwarkkoeken opgediend, en een kalkoen die net zo groot is als een kalf. Het hoeft niet te verbazen dat de meeste landheren niet bepaald mager zijn.

 

Fantasiemaaltijd 

In Sjakie en de Chocoladefabriek van Roald Dahl beschrijft het verwende meisje Violet Beauregarde een heerlijke maaltijd — zonder dat ze één echte hap genomen heeft. Ze heeft namelijk een prototype van de ‘Three-Course Dinner gum’ te pakken gekregen, een stuk kauwgom met de smaken van een volledige maaltijd. Perfect voor mensen die geen tijd hebben om te koken of te eten, of gewoon willen afvallen. Maar de kauwgum is nog niet getest, en dat blijkt wanneer Violet bij het toetje is beland: terwijl ze verlekkerd een stuk bosbessentaart beschrijft, wordt ze langzaam blauw en zwelt ze op tot het formaat van een levensgrote bosbes.

Meer lezen over maaltijden in romans? Lees verder in Romans om op te vreten.

 



Over de auteur

Jet Steinz

703 volgers
295 boeken
3 favoriet
Auteur


Reacties op: Thanksgiving Day: eten in de literatuur

 

Gerelateerd