Advertentie

Hebban vandaag

Leesclubs /

Lidewijde Paris: het belang van leesclubs

Lezen is een individuele bezigheid. Als je dat zo zegt, is iedereen dat met je eens. Maar als we het daar dan zo gezellig met elkaar over eens zijn, bedacht ik mij, is het dan eigenlijk toch niet gek dat er zo veel leesclubs zijn? Waar komt die samen-erover-praten-behoefte vandaan? Wat zoeken al die lezers en vooral lezeressen bij elkaar? Blijkbaar voegt een gesprek naderhand iets toe, concludeerde ik in arren moede. Wat de essentie van die gesprekken of bijeenkomsten was, daar kreeg ik mijn vinger niet goed achter.

Een gastcolumn van Week van de Leesclub-ambassadeur Lidewijde Paris. Foto: (c) Hans Kleijn.

Toen ik in 2016 mijn boek Hoe lees ik? schreef, had ik dan ook een uiterst beperkte notie van de breedte en diepte van de leesclublezer. Ik schreef onbevangen voor al die lezers die wilden weten hoe literatuur werkt. Ik probeerde dat zo toegankelijk mogelijk te doen, met anekdotes uit mijn eigen werkzame leven als uitgever en verhalen uit het dagelijkse leven. Er lag geen diepgaand onderzoek naar ‘de behoefte in het land’ aan ten grondslag. Jarenlang had ik als uitgever lezers gesproken bij interviews met schrijvers, op de Uitmarkt en op festivals. Dat was mijn basis. Daarnaast was mijn boek vooral gebaseerd op de vragen van de lezers van De Literatuurfabriek in Middelburg die ik meer dan tien jaar lang samen met een vriend had onderwezen. Nu pas, nu ik meer dan 2,5 jaar door het land heb gereisd met lees!workshops, heb ik weet van de enorme omvang van het fenomeen leesclub. Eén ding weet ik nu heel zeker: deel uitmaken van een leesclub is voor veel mensen ongelooflijk belangrijk. Er is, blijkt, helemaal niet één doorslaande reden waarom iemand bij een leesclub is. Er is – natuurlijk! Natuurlijk! Hoe naïef en onnozel was ik eigenlijk? – niet één heilige methode voor dat nagesprek.

De ene leesgroep bestaat uit mensen die van elkaar willen leren en ideeën willen opdoen. Er wordt onderzoek gedaan, uitgezocht, nageplozen en gediscussieerd. Soms is het boek aanleiding om over het thema uit het boek, of de aangekaarte kwestie verder te praten, niet over hoe het boek is geschreven en waarom het zo is geschreven. Een andere club bestaat uit lezers die nieuwe en andere boeken willen lezen dan dat ze zelf zouden kiezen. Of iemand wil een stok achter de deur, of heeft behoefte aan de sociale contacten. Er zijn clubs die alleen ‘vrouwenboeken’ lezen, fantasy-clubs, mensen van een jaarclub van de studie – het samen lezen een manier om contact te houden, of gelovigen met dezelfde overtuiging – al dan niet religieus. Een ding is mij zeer duidelijk geworden: Het lezen in groepsverband wordt serieus genomen. Er wordt dankbaar gebruik gemaakt van de ondersteuning vanuit de bibliotheken, al dan niet in samenwerking met Senia of een andere organisatie. Er worden soms schrijvers uitgenodigd, er worden excursies gemaakt of films op basis van romans bezocht. Vaak zijn de leden trouw en blijft men na verhuizing naar de andere kant van het land toch samenkomen. De een wil wel gebruik maken van de leesclubvragen die een uitgeverij aanbiedt, de ander juist weer niet. Leesclubs zijn er in alle soorten en maten, rangen en standen, leeftijden en overtuigingen. En – zo vind ik – ze zijn allemaal goed.

Eén ding weet ik nu heel zeker: deel uitmaken van een leesclub is voor veel mensen ongelooflijk belangrijk. Er is, blijkt, helemaal niet één doorslaande reden waarom iemand bij een leesclub is. Er is – natuurlijk! Natuurlijk! Hoe naïef en onnozel was ik eigenlijk? – niet één heilige methode voor dat nagesprek.

Doen we het goed?

Wat ik ontdekte, wat ik helemaal niet had verwacht: er bestaat een enorme behoefte aan bevestiging, een leidraad of een houvast. Dat Hoe lees ik? daarin zou voorzien, ik had er geen idee van gehad. De vraag die ik het meeste kreeg: Doen we het goed? De eerste keer vroeg iemand mij dat nadat ze had uitgelegd dat hun leesclub probeerde uit te zoeken wat de schrijver had bedoeld. Wie ben ik in hemelsnaam om daar een uitspraak over te doen, dacht ik met een lichte paniek. Uit voorzichtigheid vroeg ik of dat voor hen werkte. ‘Ja, absoluut,’ liet de vrouw trots weten. ‘Nou, dan is het goed,’ zei ik. Toch voelde dat een beetje oneerlijk, vond ik, want er knaagde iets bij mij: ‘Hoe weet u dat u werkelijk dat eruit heeft gehaald wat de schrijver heeft bedoeld?’ Het was even stil, maar er kwam toch een antwoord: ‘Nou, als wij overeenstemming hebben bereikt.’ Aha, dacht ik, dat is toch een beetje gek, want ieder mens leest anders, heeft een ander hoofd met andere bagage, ervaringen, inzichten en kennis, het kan toch niet dat ze het altijd eens worden? Ik hield deze gedachte voor mijzelf. De andere vrouwen van dezelfde leesclub die zich om de spreekster hadden gegroepeerd, hadden immers allemaal instemmend geknikt. Niets meer aan doen, lekker zo laten, dacht ik, misschien een beetje laf. Als dit voor hen werkt, is dat ongelooflijk waardevol.

'Ik vind dat u dat helemaal fout ziet, want ik ben dat helemaal niet met u eens, ik denk dat u het verkeerd leest.'

Toch kreeg ik die vraag met veel variaties vaker. Soms was de aanvliegroute anders of verhuld: ‘U zult wel vinden dat we allemaal zo moeten lezen, hè?’ werd mij soms op vertrouwelijke toon na een lezing gevraagd. Zo van: geef het maar toe, de anderen horen het nu toch niet. Maar ik houd steeds mijn poot stijf. Iedereen mag lezen zoals hij leest. Een boek is van jou, hoe jij het leest is aan jou. Die wat idealistische opvatting blijkt weliswaar van tijd tot tijd lastig te verdedigen. Ik ontdekte namelijk dat mensen soms genadeloos hard tegenover elkaar zijn. In het verlengde daarvan tegen mij. ‘Ik vind dat u dat helemaal fout ziet, want ik ben dat helemaal niet met u eens, ik denk dat u het verkeerd leest,’ kreeg ik dan naar het hoofd geslingerd, soms met een wat grappige ondertoon, maar vaker gebaseerd op een fiks gevoel van zelfvertrouwen. Genieten is dat, want ik zie daar een compliment in. Iemand voelt zich immers genoeg op zijn gemak om ten overstaande van publiek met mij in discussie te gaan. Of, nu ik het opschrijf, misschien juist gesterkt door dat publiek. Mijn antwoord is steevast hetzelfde: er is in principe geen goed of fout bij het lezen en ervaren van een boek. Natuurlijk, vaak als je gaat herleiden hoe je tot een emotie, interpretatie, of oordeel bent gekomen – bij het erover praten met anderen bijvoorbeeld – ontdek je andere dingen en kan het zo uitkomen dat je moet concluderen dat je je ideeën moet herzien. Maar dat gaat veel makkelijker in een welwillende omgeving die open staat voor verschillende interpretaties naast elkaar.

Die leesclub die op zoek gaat naar de bedoeling van de schrijver, zou ook meer mogelijkheden open kunnen laten. Niet alle boeken zijn eenduidig, laten juist een einde open. Dan is het aan de lezer om daar wat mee te doen. Zoals ik al schreef: elk hoofd is anders. Dát maakt juist het met elkaar erover praten zo spannend. Ook ik zie vaak iets over het hoofd omdat ik met een bepaalde tunnelvisie lees. Ik wíl dat een verhaal zo en zo gaat, maar dan opeens sla ik de bladzijde om en denk: Hè? Shit, van alles verkeerd opgevat, gelezen etc. Ik vind dat magisch. Want ja, al lees je in je eentje een boek, er is altijd om te beginnen dat andere hoofd, dat van de schrijver, die een spel met je speelt via de vertellers in zijn boek. Ik vind het spannend dat spel te achterhalen, net als veel leesclublezers. Wie dat niet wil, en vooral het verhaal wil lezen en zich wil laten meevoeren, net zo prima. Lezen maakt mensen zo gelukkig, laat iedereen gewoon lezen wat ze willen en in eerste instantie vinden wat ze vinden. Is dat nou juist niet het mooiste van literatuur dat alles mag en alles kan? Ik vind van wel. Als dit het uitgangspunt van je leesclub is, staan alle deuren open voor mooie ideeën, gedachtenuitwisselingen en vele nieuwe ontdekkingen. Want behalve al het moois dat de literaire wereld te bieden heeft, krijg je er alle binnenwerelden van je leesvrienden bij. Zo raak je nooit uitgepraat over boeken.

Winactie Hoe lees ik?

Ben je naar aanleiding van deze gastcolumn van Lidewijde Paris nieuwsgierig naar haar boek Hoe lees ik? Doe dan mee aan de winactie. We geven drie exemplaren weg.

Week van de Leesclub

28 januari tot en met 3 februari



Over de auteur

Lidewijde Paris - De Lees!ambassade

91 volgers
17 boeken
6 favoriet
Auteur


Reacties op: Lidewijde Paris: het belang van leesclubs

 

Gerelateerd

Over

Lidewijde Paris

Lidewijde Paris

Na 25 jaar boekenvak begon ik voor mijzelf met De Lees!ambassade. Ik schreef Hoe lees ik ? en Hoe lees ik korte verhalen? Het tweede boek is bedoeld voor de mensen die graag uitleg krijgen bij afger...