Een nieuw vaderland voor de muzen

geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700

Non-Fictie

‘Al wat de wereld vangt, dat valt in onze fuiken’(Cats). De Nederlandse ‘Gouden Eeuw’ betekende een hoogtepunt op het gebied van kunst en wetenschap. Ook de literatuur bereikte een grote bloei. In de van Spanje bevrijde Republiek, die na amper twee generaties tot een Europese macht was uitgegroeid, speelde zij een belangrijke rol.

Ze ontwierp mede de waarden en idealen van de nieuwe natie; de muzen van de nieuwe, klassiek georiënteerde Europese letteren gaf zij een nieuw vaderland en voor de burgers schiep en onderhield zij een stevig sociaal bindmiddel. Dit fraaie beeld én zijn tegenbeelden worden in dit boek geëvoceerd in een uitvoerig historisch relaas, gekenmerkt door veelheid en verscheidenheid. Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar de groten (Hooft, Bredero, Vondel, Huygens, Cats) en hét genre van deze periode (het toneel), maar ook naar het literaire bedrijf in zijn geheel: de ontwikkeling van de poëticale opvattingen, de regionale aspecten van de literatuur, de rol van haar drukkers, haar marktwaarde, haar opiniërende, sociale en ontspannende functies, haar netwerken en de plaats van de schrijvende vrouwen daarin, haar verhaalcultuur, haar verbazende religieuze veelkleurigheid, haar lezers en de ontwikkeling van de canon. Ook de letterkunde van de Spaans gebleven Zuidelijke Nederlanden, die zich overigens vaak en graag tot de gehele Nederlandse dichtkunst bekende, komt aan bod, nadrukkelijker dan ooit.

Uitgeverij
Prometheus, Uitgeverij
Uitgegeven als
Hardcover
Eerste editie
31-01-2008
Laatste editie
31-01-2008
ISBN
9789035130296
Aantal pagina's
1053
Taal
Nederlands

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur

Uitgelicht