Advertentie

Het wereldwijde (commerciële) succes van Erich Maria Remarques “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws” in 1929 leidde tot een golf van autobiografische romans van voormalige soldaten die in de Eerste Wereldoorlog hadden gevochten. Auteurs en uitgevers waren er (eindelijk) van overtuigd dat er een markt was voor dergelijke literatuur. Een van die auteurs was Edlef Köppen (1893 – 1939) die in 1914, hij was nog student, als vrijwilliger toetrad tot het Duitse leger en tot de wapenstilstand in 1918 vrijwel onafgebroken aan het front verbleef. Zijn roman “Frontberichten” verscheen in 1930 in Duitsland, maar werd geen groot commercieel succes zoals “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws”. Bovendien werd het in 1933 door de Nazi’s op de brandstapel gegooid en verboden. Köppen kon tijdens het Nazi bewind moeilijk tot niet aan betaald werk komen. Hij overleed in 1939 aan de gevolgen van beschadigingen aan zijn longen opgelopen bij gasaanvallen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Deze omstandigheden hebben er voor gezorgd dat “Frontberichten” zo goed als onbekend is gebleven, totdat het in 2004 in Duitsland weer werd heruitgegeven. De, terecht, positieve kritieken in de Duitse literaire pers waren aanleiding om “Frontberichten” in Nederland uit te geven in 2005.

Het ligt voor de hand om “Frontberichten” te vergelijken met “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws”, dé standaardroman over de Eerste Wereldoorlog. De overeenkomsten tussen de twee romans zijn ook groter dan de verschillen. Toch zijn die verschillen relevant. Zo is “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws” geschreven met een hamer die (vrijwel) constant op de lezer(es) inslaat met de waanzin van de Grote Oorlog en is “Frontberichten” hierin een stuk subtieler. Dit maakt “Frontberichten” dan ook een nog betere roman. Köppen bouwt zijn verhaal angstaanjagend goed op. Hij onderbreekt het autobiografische verslag van de belevenissen van soldaat Adolf Reisiger regelmatig met advertenties en verslagen uit kranten of militaire communiqués. In het begin zijn dit nog advertenties voor feestavonden en toneelvoorstellingen, langzaam worden dit er steeds minder en gaat het over tot het aanprijzen van margarine en tegen het einde is het een advertentie voor staatsobligaties die de oorlog moeten financieren geworden. Een gelijksoortig verloop bij de krantenverslagen en militaire communiqués. In het begin nog vol optimisme en goede moed, tegen het einde is ook de gecensureerde pers de oorlog beu en druipt de vermoeidheid en uitzichtloosheid van de militaire communiqués. Bij Köppen/Reisiger is het al niet veel anders. Hij begint als naïeve optimistische vaderlandslievende student voor wie de legerdienst een grote jongensavontuur is om te eindigen in een gekkenhuis waar hij op alles wat tegen hem gezegd wordt reageert met: “Het is nog steeds oorlog. Lik m’n reet!”.

De stijl waarin Köppen schrijft sluit aan bij de Nieuwe Zakelijkheid, die we ook deels in “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws” en in Alexander Döblin – Berlijn Alexanderplatz (1930) terugvinden. De fragmentarische opzet en het springen van het front waar Reisiger is naar berichten of advertenties die in het veilige Berlijn zijn geschreven werken na een tijdje lezen vervreemdend. Ook de beschrijving van de belevenissen van Reisiger aan het front worden stapje voor stapje angstiger, hallucinanter. Reisiger ervaart het leven aan het front meer en meer als een nachtmerrie, een gekmakende nachtmerrie waar geen ontwaken meer uit mogelijk is. De lijn tussen droom en werkelijkheid wordt steeds dunner bij Reisiger net als de lijn tussen willen blijven leven en dood willen gaan. Deze lijnen lopen in het hoofd van Reisiger in elkaar over op het moment dat ook de heldere scheidslijn aan het front tussen vriend en vijand verdwijnt. De waanzin die oorlog is ten top.

Wanneer Reisiger als eerste in een loopgraven complex komt waar gifgasgranaten zijn ingeslagen treft hij dit aan: “Daar ligt op de borstwering, knie op de stormladder, een infanterist met wit gezicht. Een ernaast. De derde. De vierde. De vijfde. Tien. Honderd…Steeds het hoofd nogal hoog, de hand aan het geweer. Steeds de linkerknie op de laatste tree van de kleine gammele stormladder…Hij is gelukkig dat eindelijk dwars over de loopgraaf met het hoofd naar beneden, de knie vastgeklemd in de stormladder, een onderofficier hangt. Eindelijk een ander beeld. Die is ook dood. Maar hij geeft tenminste het gevoel dat daar een mens is”. (pagina 291 – 292)

Het knappe en daardoor juist zo aangrijpende van “Frontberichten” zit in de geleidelijke overgang van ‘normaal’ naar ‘totale waanzin’. Köppen beschrijft op angstaanjagende wijze hoe het is om urenlang in een kuil als schuilplaats te zitten terwijl granaten en kogels letterlijk om je oren heen fluiten en inslaan op centimeters waar je zit, levend tussen hoop en vrees, maar blijft heel indirect (‘show don’t tell’) waar het gaat om hoe dergelijke ervaringen inwerken op het psychische gestel van Reisiger en zijn collega’s. Waar in “Van Het Westelijk Front Geen Nieuws” de hoofdpersoon Paul Bäumer geestelijk en fysiek overeind blijft door de kameraadschappelijkheid van de soldaten onderling, en het boek daardoor af en toe nog iets wegheeft van een avonturen jongens roman, is daar bij Reisiger in “Frontberichten” nauwelijks sprake van. Het zijn en blijven vooral collega’s die samen er het beste van proberen te maken. In het begin, wanneer hij net is aangekomen aan het front, is hij nog te naïef om in te zien dat van (h)echte vriendschap aan het front geen sprake kan zijn. Reisiger staat er allen voor, het is om gek van te worden en dat wordt hij uiteindelijk ook. Je zou voor minder.

Rond de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog (2014 – 2018) zijn veel boeken opnieuw of voor het eerst in het Nederlands uitgegeven. “Frontberichten” uitgegeven in 2005 was te vroeg om onderdeel te zijn van deze tijdelijke golf aan belangstelling voor literatuur die zich aan het front, (net) achter het front of ver weg van het front tijdens de Eerste Wereldoorlog afspeelt. Dat is jammer, want hierdoor hebben veel lezers deze roman gemist. Een roman die door een Duits recensent werd beschreven als “Moediger, eerlijker, vuiler, moderner dan Van Het Westelijk Front Geen Nieuws” (citaat achterflap “Frontberichten”). Een citaat waar ik mij helemaal ik kan vinden.

Reacties op: Het is nog steeds oorlog. Lik m'n reet!

2
Frontberichten - E. Köppen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker