Advertentie
    Eeke Hebban Recensent

In De appelboom, het deels autobiografische prozadebuut van Christian Berkel, wordt het liefdesverhaal van Otto en Sala verteld. Otto is Duits en Sala is van Joodse komaf. Het verhaal speelt zich af in de jaren dertig van de vorige eeuw. Behalve de uitdagingen die zij tegenkomen op het gebied van het hebben van een verschillende afkomst, is er ook nog het verschil in milieu. Otto is de zoon van een arbeider, Sala komt uit een intellectuele familie. Dit maakt dat een relatie geen gemakkelijke opgave is, zeker niet gezien de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Als lezer volg je de twee gedurende hun relatie, en daarna – als Otto het leger in moet en Sala gevangen wordt gezet. Ze worden van elkaar gescheiden maar Sala kan hem niet uit haar hoofd zetten. 

Het boek weet helaas de aandacht niet te vangen, vooral omdat er zo weinig gebeurt. Bijna alles dat aan de orde komt, staat al op de achterflap van het boek beschreven. Het verhaal mist daardoor vaart en spanning. De personages blijven oppervlakkig, wat er écht in hen omgaat kom je als lezer niet te weten. De auteur had meer de diepte in kunnen gaan door de karakters van de familieleden van Otto meer uit te diepen, maar ook bijvoorbeeld een keuze te maken om sommige bijfiguren weg te laten, die nu alleen maar de aandacht van het eigenlijke verhaal afleiden. 

Een ander aspect dat het boek lastig te lezen maakt, is de schrijfstijl. De perspectief- en tijdswisseling zijn rommelig en elk hoofdstuk is het weer gissen wie er aan het woord is. Het aanbrengen van enige structuur had de lezer hierin geholpen. Ook lezen de zinnen niet altijd even prettig. Soms is het taalgebruik dat Berkel hanteert (erg) eenvoudig, kinderlijk, en daardoor niet passend bij de volwassen karakters. Dan weer staccato, waardoor je de ‘lijm’ tussen de zinnen mist: 

‘Niemand mocht dichterbij komen om afscheid te nemen. De gezonde vrouwen keken de vrachtwagen in de verte na. In de barakken zaten ze dicht op elkaar. In de dagen daarna spraken ze telkens weer de kaddisj voor de doden.’ 

Het loopt niet zo soepel wat dat betreft, er missen verbanden. Af en toe lijkt het alsof de vertaling ook niet helemaal in de haak is, dan is er sprake van een aparte woordkeus: 

‘”En er is hier echt niemand binnen geweest?’ Otto voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Als ze wilde, kon ze hem nu vernietigen.’ 

Vernietigen is hier bedoeld in de vorm van ‘verraden, beschadigen, nekken, kapot maken’, waarschijnlijk de vertaling van ‘zerstören’, maar wij gebruiken in het Nederlands niet vaak vernietigen in dit figuurlijke verband. 

Kortom: dit boek springt er helaas niet uit als het om boeken over liefdes ten tijde van de Tweede Wereldoorlog gaat. Het liefdesverhaal is nogal cliché, en daardoor heeft de auteur op andere gebieden iets te compenseren. Jammer genoeg is hij daarin niet zo goed geslaagd. Het feit dat het boek een autobiografisch is, maakt het tastbaarder en realistischer, maar al met al weet het helaas de lezer niet te raken.  

Reacties op: Clichématig liefdesverhaal rondom de Tweede Wereldoorlog

16
De appelboom - Christian Berkel
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners