Lezersrecensie
Niet altijd even sterk
De oude vrouw en de katten is een boek dat je niet makkelijk in een hokje plaatst. Het beweegt zich ergens tussen verstilde observatie en dwarse mijmering, tussen poëzie en gekrakeel. Wat het boek zonder meer bijzonder maakt, is de eigenzinnige stem van de vertelster — een oude vrouw die de wereld beschouwt vanuit haar kleine domein vol katten, herinneringen en verlangens.
Sommige passages zijn ijzersterk. Ze grijpen je bij de keel met hun eerlijkheid, hun literaire kracht en hun subtiele humor. Vooral het hoofdstuk over de vrouw die een affaire begint, is adembenemend. Zelden heb ik overspel zo genuanceerd, teder en rauw beschreven gezien. Dat stuk behoort voor mij zonder overdrijven tot het mooiste wat ik ooit gelezen heb.
Toch is het boek niet overal even overtuigend. Er zijn delen waarin de vertelstem niet meer klinkt als literatuur, maar als het gemopper van een oude vrouw die haar gelijk wil halen. De toon slaat dan om in iets vermoeiends, iets klagerigs, waardoor je als lezer wat afstand voelt.
Maar misschien is dat ook precies de kracht van dit boek: het durft onaangenaam te zijn, grillig, menselijk. Het toont het leven in al zijn rommelige, onsamenhangende glorie. En voor wie daar doorheen kijkt, ligt er een verhaal dat je nog lang bijblijft — net als de geur van oude boeken, of het krabben van een kat aan de voordeur van je herinnering.