Lezersrecensie
Tussen waarheid en illusie
Hoe herken je de waarheid in een wereld waar iedereen zijn eigen versie van de werkelijkheid koestert en waar beelden moeiteloos te manipuleren zijn? Die vraag vormt de kern van Jori Stams nieuwste roman, De verdwijning van Sieger Somerman.
Centraal staat Ema Somerman, die als kind al beter met computers dan met mensen overweg kan. Terwijl haar leeftijdsgenoten zich verliezen in school en spel, ontdekt zij de logica van programmeertalen. Haar vroege fascinatie voor technologie loopt echter parallel met een moeizame thuissituatie. Haar vader, de ambitieuze onderzoeksjournalist Sieger, verliest zijn geloofwaardigheid na beschuldigingen van verzonnen getuigenissen en verdwijnt spoorloos. Haar moeder Lisbet biedt nauwelijks houvast: achter haar façade van kilte en zogenaamd ongeluk gaat eerder geweld schuil dan zorg.
Deze jeugdervaringen tekenen Ema en drijven haar uiteindelijk weg uit Nederland. In Oslo bouwt ze een leven op en raakt ze betrokken bij PROFIL, een technologiebedrijf dat software ontwikkelt om deepfakes van authentieke beelden te onderscheiden. Professioneel staat ze midden in de actualiteit, maar privé blijft ze achtervolgd door de vraag of ze ooit nog grip zal krijgen op het verhaal van haar eigen familie.
Stam verweeft deze twee lijnen – het intieme familieverhaal en de bredere maatschappelijke zoektocht naar waarheid – op knappe wijze. De roman speelt met tijd en perspectief: herinneringen, hallucinaties en speculaties vloeien in elkaar over. Als lezer word je telkens opnieuw gedwongen om je af te vragen wat betrouwbaar is en wat niet. De titel verwijst niet alleen naar de vader die verdween, maar ook naar het steeds wegvallen van zekerheden.
Wat de roman sterk maakt, is de manier waarop Stam spanning creëert zonder te vervallen in sensationele plotwendingen. Het zijn eerder suggesties, spiegelingen en verdubbelingen die de lezer desoriënteren. Verschijningen en verdwijningen wisselen elkaar af als in een spiegelpaleis: fascinerend, maar ook verwarrend. Niet alles wordt opgelost, en dat lijkt precies de bedoeling.
De personages dragen bij aan dit gevoel van ongemak. Sympathie is schaars in dit boek: de technocratische collega’s van Ema zijn ronduit onaangenaam, en ook zijzelf is eerder een antiheldin dan een held. Enkel Mats, een secundair personage, biedt wat herkenbare warmte, al balanceert ook hij op de rand van meelijwekkendheid.
Met De verdwijning van Sieger Somerman schrijft Stam geen conventionele roman. Hij zoekt de grens op tussen realisme, sciencefiction en existentiële roman. Het boek stelt grote vragen – over waarheid, identiteit en de rol van technologie – maar laat de lezer vaak zelf puzzelen en interpreteren. Dat kan frustreren, maar het is tegelijk de kracht van het verhaal: Stam neemt zijn lezers serieus en verwacht van hen een actieve houding.
Het resultaat is een roman die je moeiteloos meesleept: spannend en gelaagd, zonder dat het een klassieke pageturner pretendeert te zijn. Stam raakt grote thema’s aan – van big tech en de dunne grens tussen waarheid en leugen tot subtielere motieven als controle en stalking – maar laat ze nooit de menselijke kern van het verhaal overschaduwen. De verdwijning van Sieger Somerman is daarmee een intrigerende spiegel van onze eigen tijd, waarin AI en fake news de werkelijkheid steeds moeilijker te onderscheiden maken.