Lezersrecensie
Doodmoe en aan een aspirientje toe
Het is maandagavond, kwart na negen. Ik heb juist de laatste woorden van deze, alleszins voor mij, loodzware roman achter de kiezen. Doodmoe ben ik ervan. Het zal wel aan mij liggen, waarschijnlijk ben ik er nog te jong voor en kan ik de doorgedreven zwartgalligheid en doodsgedachten niet verwerken. Huff koppelt de lezer een week lang aan een leeg geschreven auteur, die zijn dagen en nachten zoek maakt met drank, drugs, doorgezakte vrienden en geslepen vrouwvolk en daarbij soms tot drie keer per bladzijde wordt opgebeld, zelf naar zijn mobieltje grijpt of het apparaatje ergens hoort rinkelen of strategisch voelt trillen in zijn broekzak. Hij zwalpt van bed naar brits, brengt de lezer in de war door zijn veelvoud aan dartele contacten en sleept hem mee door straat en steeg, waarbij hij correct als een gps de straatnamen vermeldt om zonder problemen de weg terug te vinden. Literair zal dit werk van Philip Huff beslist wel aanslaan bij lezers die echt van zware, sombere, terneer drukkende sfeerbeelden houden, maar schrijver dezes is dringend aan revalidatie periode toe.