Advertentie
    Inge Sparrius Hebban Recensent

Twee eeuwen geleden schiep de achttienjarige vrijdenkster Mary Wollstonecraft Shelley een briljant ‘Gothic’ verhaal dat in allerlei vormen verder leefde en een iconisch begrip werd: Frankenstein, of de moderne Prometheus. Net als veel andere klassiekers wordt het vermoedelijk nog maar weinig gelezen.
Frankusstein van Jeanette Winterson heeft alles in zich om een moderne klassieker te worden. Op haar bekende springerige en humoristische wijze heeft Winterson een eigentijdse ideeënroman geschreven waarin de ontstaansgeschiedenis van Mary Shelley’s boek Frankenstein en haar verdere levensloop worden verweven met de actuele discussies rondom genderfluïditeit, de rol van robots in onze maatschappij nu en in de toekomst.
De arts Ry Shelley, geboren in het lichaam van een vrouw en in transitie naar man, valt als een blok voor de duistere professor Victor Stein met zijn ogen “wild en helder als die van een nachtdier”. Deze houdt zich bezig met AI, kunstmatige intelligentie, op het raakvlak van robotchirurgie en machinaal leren, en waar dit toe kan leiden. De twee krijgen een bijzondere relatie. Hun discussies mogen dan abstract zijn, hun liefdesleven is dat niet. Stein is geobsedeerd met het transhumanisme: de mogelijkheid om na de dood voort te leven, met of zonder lichaam. Hun gesprekken gaan over heden en verleden, mens en god, man en vrouw, lichaam en geest. Heeft deze liefde een toekomst?
Ze ontmoeten een aantal lachwekkende figuren, zoals de lompe en opportunistische Ron Lord die een bedrijf heeft waarin siliconen seksrobots worden ontworpen en verhuurd, en de zeer gelovige en moralistische Claire die moeite heeft met deze seksrobots tot ze ineens een businessmodel ontwaart in het ontwerp van een Christelijke Levensgezellin. De dialogen worden hiermee levendig en geestig en er komt ruimte voor ongezouten kritiek. Bijvoorbeeld op het cryoniseren, het procedé waarbij lichamen, of alleen hoofden, van rijke witte mannen worden geconserveerd in de hoop dat ze ooit weer tot een vorm van leven kunnen worden gebracht.
Het verhaal is werkelijk ontroerend wanneer Winterson zich verplaatst in de omstandigheden en emoties van de jonge Mary Shelley die haar kinderen en haar man verloor. Het wordt spannend op een Gothic manier als Stein zijn gasten meeneemt naar onderaardse gangen en ruimtes voor een demonstratie van zijn kunnen. Het is interessant waar ze actuele ideeën over de toekomst van de mens uitwerkt. En overal vindt ze ruimte voor haar geheel eigen grillige humor, soms zo terloops dat je even moet teruglezen: wat zegt ze nú? Daarnaast beschrijft ze op beeldende wijze hilarische scènes, bijvoorbeeld wanneer een van Ron’s seksrobots onbedoeld geactiveerd wordt op een officiële ontvangst en luid en duidelijk haar verbale vermogens vertoont.
De schrijfster slaagt erin een groot web te weven waarin ze verleden, heden en toekomst met elkaar in verband brengt. Ze citeert Ovidius, verwijst naar de Griekse mythologie, wekt Shelley en Byron tot leven, en is duidelijk op de hoogte van de actualiteit en de speculaties over de toekomst.
Een citaat uit een sonnet van Shakespeare komt steeds weer terug:
“Wat is uw grondstof, waar zijt ge uit gekneed, dat duizend vreemde schimmen u omstrijken?”
Deze roman heeft alles in zich om zelf ook een klassieker te worden.

Reacties op: Twee intelligente en sprankelende schrijfsters

38
Frankusstein - Jeanette Winterson
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker