Lezersrecensie
Openhartige en waardige ode aan een grote liefde
Eefje, de grote liefde van de schrijver (uitgaande van een autobiografie, “Alles is waar behalve wat ik heb verzonnen”) verblijft ongeneeslijk ziek in een hospice. Aldaar ondernemen ze samen denkbeeldige reizen en halen ze herinneringen op “p.95 (…) We spelen een spel waarbij ik niet aan de dood hoef te denken (…)”.
De herinneringen en reizen staan in de context van een boekenprogramma dat zij maakten en geven een mooie invulling aan hun persoonlijkheden en een deel van hun levens.
Naast herinneringen komen ook zaken die in het verleden onderbelicht of onbesproken bleven naar de oppervlakte “p.97 (…) Waarom hadden we in die bijna veertig jaar eindeloos kletsen die ongelukkige tijd niet eerder durven verkennen? (…)”
De schrijver en Eefje zijn minnaars, zij is getrouwd: “p.27 (…) Er zat ook een bittere kant aan onze liefde. Er was een Ander. (…)”. Vaak wordt er berust in deze situatie en wordt deze voor lief genomen maar soms is er ook sprake van schuldbewustheid “p.28 (…) Maar die Ander, beschadigde ik die dan niet? Ongetwijfeld.” (…) of frustratie.
Op verschillende momenten klinkt de wens door het onvermijdelijke einde nog even uit te stellen “p.100 (…) Ik waakte en besefte dat waken ook dromen is, want luisterend naar voetstappen op de gang dacht ik dat de dood voor de deur stond. Ik verjoeg hem. (…)”
Het boek is een ode aan een grote liefde met mooie, vaak korte, beeldende zinnen met levendige beschrijvingen van vroegere reizen en citaten van uiteenlopende literatuur en poëzie. Over poëzie staat op p.182 een mooie beschrijving: “(…) Wat kon poëzie helder zeggen wat er niet is en in woorden toch een waarheid wordt. (…)”.
Er is een mooie afwisseling tussen de dagelijkse gang van zaken in het hospice en de beschrijving van de vroegere reizen en herinneringen.
Aan de ene kant leest het verhaal heel prettig en gaf het mij tijdens het lezen regelmatig een warm gevoel, aan de andere kant zijn er passages met (literaire) citaten die mij weinig zeggen, wat het lezen en interpreteren wat lastiger maakt.
Een waardige afsluiting op de laatste bladzijde (p.195) maakt het verhaal compleet…
De herinneringen en reizen staan in de context van een boekenprogramma dat zij maakten en geven een mooie invulling aan hun persoonlijkheden en een deel van hun levens.
Naast herinneringen komen ook zaken die in het verleden onderbelicht of onbesproken bleven naar de oppervlakte “p.97 (…) Waarom hadden we in die bijna veertig jaar eindeloos kletsen die ongelukkige tijd niet eerder durven verkennen? (…)”
De schrijver en Eefje zijn minnaars, zij is getrouwd: “p.27 (…) Er zat ook een bittere kant aan onze liefde. Er was een Ander. (…)”. Vaak wordt er berust in deze situatie en wordt deze voor lief genomen maar soms is er ook sprake van schuldbewustheid “p.28 (…) Maar die Ander, beschadigde ik die dan niet? Ongetwijfeld.” (…) of frustratie.
Op verschillende momenten klinkt de wens door het onvermijdelijke einde nog even uit te stellen “p.100 (…) Ik waakte en besefte dat waken ook dromen is, want luisterend naar voetstappen op de gang dacht ik dat de dood voor de deur stond. Ik verjoeg hem. (…)”
Het boek is een ode aan een grote liefde met mooie, vaak korte, beeldende zinnen met levendige beschrijvingen van vroegere reizen en citaten van uiteenlopende literatuur en poëzie. Over poëzie staat op p.182 een mooie beschrijving: “(…) Wat kon poëzie helder zeggen wat er niet is en in woorden toch een waarheid wordt. (…)”.
Er is een mooie afwisseling tussen de dagelijkse gang van zaken in het hospice en de beschrijving van de vroegere reizen en herinneringen.
Aan de ene kant leest het verhaal heel prettig en gaf het mij tijdens het lezen regelmatig een warm gevoel, aan de andere kant zijn er passages met (literaire) citaten die mij weinig zeggen, wat het lezen en interpreteren wat lastiger maakt.
Een waardige afsluiting op de laatste bladzijde (p.195) maakt het verhaal compleet…
1
Reageer op deze recensie
