Lezersrecensie
Nekslag
Langzamerhand zijn er steeds meer Nederlandstalige auteurs die zich laten inspireren door het werk van Dan Brown met zijn doofpotaffaires. Gé Bosschee die eerder twee financiële thrillers publiceerde, waagt zich aan de raadsels rond de moord op John F. Kennedy. De Amerikaanse president werd op 22 november 1963 doodgeschoten tijdens een rondrit door Dallas. De Warren-commissie concludeerde dat de moord het werk was van één man. Meer dan veertig jaar later ontvangt journaliste Jenna Campbell een e-mail met daarin twee frames van een filmopname, waarop te zien is dat Kennedy ook vanaf een andere zijde beschoten werd. De e-mail, die tevens verwijst naar de website www.jfktruthordare.com, werd tegelijkertijd gestuurd naar professor Shepard. Deze Shepard hangt de theorie aan dat er een complot was om Kennedy te vermoorden, dat de opdrachtgevers in de vrijmetselarij zitten, en dat hun motief het plan van Kennedy was om een belastingvoordeel voor de olie-industrie op te heffen.
De vergelijking met de boeken van Brown is makkelijk gemaakt. Er is een eeuwenoud, geheimzinnig genootschap dat niet voor moord terugdeinst, er is een religieuze ondertoon, er worden tal van toeristische locaties in Amerika bezocht, en de hoofdpersonen zijn een professor en de bijzonder aantrekkelijke journaliste waar - hoe kan het ook anders - de professor verliefd op wordt. Zij zijn op zoek naar bewijsmateriaal dat door belanghebbenden achterover is gedrukt.
Helaas lukt het Bosschee niet om te overtuigen. De personages zijn flat characters en er is nauwelijks plotontwikkeling, terwijl er toch heel wat informatie voorbij komt. Maar uiteindelijk blijkt de professor er met zijn theorie niet ver naast te zitten; alle informatie is slechts balast die de vaart uit het verhaal wegneemt. De thrillerelementen zijn in het begin erg mager. In de tweede helft van het boek komt het verhaal op stoom. Terwijl de moord op Kennedy tot in de kleinste details gepland en uitgevoerd zou zijn, lukt het de samenzweerders van toen niet om Shepard en Campbell klein te krijgen. Shepard weet elke keer te ontsnappen omdat zijn tegenstanders de ene na de andere fout begaan. In een jongensboek zou dat niet misstaan.
Storend is ook de stijl van Bosschee. Vaak schrijft hij consequent vanuit het perspectief van een bepaald persoon, om onverwacht over te schakelen op een ander perspectief, zoals op pagina 143. Dit werkt keer op keer verwarrend. Maf is de uitdrukking "hij gaf haastig commando's om de e-mail te openen" die regelmatig voorbij komt. Je ziet bijna een sergeant staan die bevelen naar zijn soldaten schreeuwt. Daarnaast wordt er wel erg vaak "Jezus" als krachtterm gebruikt, vaak met minimale aanleiding en door verschillende personen. Maar nooit zeggen de personages "Oh, my god!"
De indruk die na het lezen van De Kennedy code achterblijft, is dat Gé Bosschee veel onderzoek heeft gedaan naar oude genootschappen als de vrijmetselaars en van de moord op Kennedy. Interessant is de interactie die er is met een website. Maar de hoeveelheid informatie waarmee de lezer wordt overspoeld en die nergens toe lijkt te leiden, is de nekslag voor dit verhaal. Het is hooguit de zoektocht naar het verdwenen bewijsmateriaal dat op het eind enige spanning brengt. Maar dan nog, de vraag waarom de samenzweerders het beeldmateriaal niet hebben vernietigd is, wordt niet bevredigend beantwoord. Raar eigenlijk, dat ze zelf niet weten waar ze het opgeborgen hebben en daarom de hulp van de professor nodig hebben.