Lezersrecensie

Over een NSB-kind


Mathieu Gyssels Mathieu Gyssels
4 mrt 2017

Het boek gaat over Dick Woudenberg, zoon van NSB-frontmam Jan Woudenberg. Het is dus een biografie, mémoires eigenlijk, geschreven (heet dat niet 'Bezorgd'?) door Mischa Cohen (journalist voor Vrij Nederland).
Hun in nationaal-socialistisme gedrenkte opvoeding, sterkt de kinderen in de gedachte dat zij deel uitmaken van nieuwe wereldorde, en dat zij daarbij de voorhoede vormen. Tot de kopstukken die bij de Woudenbergs over de vloer komen behoren Mussert en Rost Van Tonningen, maar ook collega-kamerlid Max Marchant et d'Ansembourg uit Amstenrade.
De Duitse inval vormt een groot dilemma: vader gearresteerd, broer gemobiliseerd. Dick wordt dan als 11-jarige de man in huis die moeder en zus moet beschermen. Maar tegen wie? NL had zijn vader opgepakt, en de Duitsers vochten tegen zijn broer.
Broer moest uit de krant (toiletpapier) vernemen dat vader gevangen zat, terwijl hij datzelfde land moest verdedigen:
‘Ik moest vechten voor mijn vaderland, maar met mijn eigen vader moest ik mijn reet afvegen!’
Hij wilde voetballen, had geen interesse in politiek, maar werd door de meidagen van ’40 overtuigd nationaalsocialist. Hij zou de school voor SS-officieren gaan volgen, en neemt deel aan operatie Barbarossa (de inval in Rusland in 1941). Dick vermoedt na de oorlog dat zijn broer misdaden begaan heeft in Polen en het westen van Rusland bij de Einsatzgruppen.
Het anti-semitisme druppelt als sluipend gif in de Woudenbergs. Vader ontwikkelde de afkeer wellicht wellicht al tijdens zijn jeugd in joodse achterbuurt, maar daartegenover staat dat hij in Dicks vroege jeugd nog met kennis van het Jiddish showde. Later echter nauwelijks meer, en alleen nog smalend.

Na aanvang van de bezetting nemen pesterijen bij Dick op school toe (7e klas), maar op hbs worden het kloppartijen. Zijn vader stuurt Dick dan naar de Nederlandse Inrichting voor Volksopvoeding (NIVO), een school voor kinderen van de nsb-elite in Schaarsbergen. Het was een kopie van de Duitse NAPOLA (Nationalpolitische Lehranstalt).
Aanvankelijk lijkt hij zware toelating niet te redden, maar juist omdat hij meldde dirigent te willen worden (eigenlijk een ‘fout', artistiek antwoord in die kringen), springt de muziekleraar voor hem in de bres door te stellen dat in het Groot-Germaanse rijk ook behoefte zou zijn aan kunst en muziek. De kern van het boek wordt geraakt in de discussie op de nazi-school ergens in 1941, over ‘wel of niet opstaan voor een Jodin op de Tram’. Dick vond van wel (altijd voor een dame), de leraar zou het aan ieder voor zichzelf ter beoordeling laten. Dan volgt een mooie zin: ‘Later, op de Duitse school waar Dick naartoe zou gaan na Schaarsbergen, zou het antwoord hebben geluid: ’Die Jodin hoort niet in de tram, laat staan dat je voor haar moet opstaan.’En nog weer later zou dat antwoord zijn geweest: ‘Die Jodin hoort niet alleen niet in die tram, ze hoort er helemaal niet te zijn.’

De indoctrinatie verloopt via de schoolvakken als een sluipend gif. Natuurlijk bij Geschiedenis (WOI, Versailles), maar ook bij biologie of wiskunde. Ook politiek, want er is volgens de leraren geen verschil tussen DU-NL, het is ‘Germaans'. Racisme, anti-semitisme, lebensraum, superioriteit, Herrenvolk, euthanasieprogamma, het gaat er bij de jongens in als zoete koek. Dat past overigens voor een deel bij de (niet!) nationaalsocialistische gedachten van voor de oorlog: kolonialisme bijvoorbeeld.

Sept 44 – Mrt 45 volgt verplaatsing van de school door heel Duitsland en einde april 45 worden alsnog de zesdeklassers gemobiliseerd. Zij zijn dolenthousiast, en de leraren protesteerden niet tegen de zinloze maatregel; ze zijn al teveel gevangen in het nazisysteem van blinde gehoorzaamheid.

‘Dick dacht er net zomin als zijn leraren aan om zich tegen de moblisatie te verzetten. Hij en zijn klasgenoten waren in Valkenburg opgeleid tot soldaten van Hitler. Net als bij de leraren, was gehoorzaamheid, een kernbegrip in de nazi-ideologie, ook bij de leerlingen geïnjecteerd. Ze hadden ieder bevel kunnen krijgen en ze zouden het altijd uitgevoerd hebben. Zoals Dick Heinrich Himmler bij zijn bezoek aan de Valkenburgse school had horen zeggen: ‘Ihr sollt nie nach dem Warum fragen!’ Zij wisten dat het een oorlog was waarin je heldendaden kon verrichten, IJzeren Kruisen kon verdienen, maar ook kon sneuvelen. De dood was ingecalculeerd, jezelf wegcijferen in dienst van een ideaal was een integraal onderdeel van de nationaalsocialistische leer.’

In de laatste dagen van de oorlog volgt dan de rondtocht in een klein, smerig en fatalistisch groepje soldaten. Dick raakt ervan overtuigd dat hij zal sneuvelen. Niet uit doodsverlangen, maar uit gebrek aan levenslust. Door de dood van Hitler en het einde van het Germaanse Rijk was alles zinloos geworden.

Ze worden krijgsgevangen gemaakt door Britse soldaten, en er zijn vaak pesterijen en mishandelingen door met name NL. Engelse frontsloldaten zijn meestal erg vriendelijk en in elk geval redelijk.
Dick moet heropgevoed worden: hij is diepgeschokt als hij van de gruwelijke wandaden hoort. Als overtuigd nazi kan hij massamoord totaal niet rijmen met wat hij in de nazi-school leerde. Nu pas drongen de zinnen over ‘Entfernung der Juden' door, en hij – die zich superieur had gevoeld en de Joden verachtelijk- was nu zelf verachtelijk. Dat kon zijn hoofd bijna letterlijk niet bevatten.

Dick legt de schuld niet bij partij-ideologen en valse profeten, maar bij zijn leraren. Die hadden aan hen toevertrouwde jeugd willens en wetens misleid, hen druppel voor druppel vergiftigd. Ze hadden toegestaan dat minderjarigen als soldaat zinloos zouden worden opgeofferd. Dat hij er als intelligente jongen met open ogen was ingetuind, nam hij zichzelf vervolgens weer erg kwalijk.

Een goed geschreven boek, dat een heel nieuw licht werpt op wat een verdorven ideologie met een mensenleven kan aanvangen. Erg indrukwekkend en bij momenten beklemmend.

Reacties

Meer recensies van Mathieu Gyssels

Boeken van dezelfde auteur