Advertentie

Tot voor kort kende ik alleen de naam Jon Fosse en zijn faam van gedoodverfde Nobelprijswinnaar. Nu heb ik met vreuhde mijn vierde Fosse gelezen: "Trilogy", een prijzenwinnende bundel van drie samenhangende novellen, waarvan alleen de eerste in het Nederlands vertaald is als "Slapeloos". Ik applaudisseer, net als bij de vorige drie boeken die ik van hem las. En ik heb nog lang geen genoeg van deze schrijver.

"Trilogy" volgt in drie novellen de gedoemde liefde van Asle en Alida, in de eerste novelle nog zeventien met Alida hoogzwanger, in de laatste novelle van elkaar gescheiden, vervolgens gestorven, maar zich op bijna mythische wijze weer verenigend doorheen de grenzen van de dood. In de eerste novelle dolen Alida en Asle door een regenachtige en ongastvrije stad, beiden verweesd en op de vlucht, beiden gezamenlijk vergeefs zoekend naar onderdak. Outcasts, kortom, die zich ook losgescheurd hebben van hun geboortedorp. En de scherp oplettende lezer merkt dat Asle, zich wellicht nog sterker buiten de maatschappelijke orde plaatst door misdaden te begaan, maar van die misdaden krijgt de lezer alleen glimpen, vermoedens en suggesties te zien. Dus niet de misdaden zelf, en evenmin de zekerheid dat ze zijn begaan. In de tweede novelle echter, waarin Asle zich Olav noemt om aan zijn vervolgers te ontsnappen, wordt Asle/Olav alsnog vervolgd, in hallucinante scenes waarin Kafkaesk surrealisme en nachtmerrie- achtige droom hoogtij vieren. Maar door dit Kafkaëske nachtmerrie-achtige surrealisme weet je als lezer niet wat droom is en wat werkelijkheid, en daarmee ook niet in hoeverre de bizarre ter dood veroordeling van Asle/Olav de bestraffing is van een daadwerkelijke misdaad of niet. Te meer niet omdat we nooit weten wat Asle en Alida echt denken: het zijn geen psychologisch uitgediepte personages met rationeel verklaarbare gedachten en handelingen, maar mythische gestalten en mysterieuze gedaanten, die voor de lezer enigszins onwerkelijk en abstract blijven en zich voortbewegen als in een droom. Wat volgens mij een bewuste keuze is van Fosse, want juist door die mythische onwerkelijkheid prikkelen Asle en Alida onze verbeelding.

Dat hallucinante droomkarakter wordt nog opgevoerd in de afsluitende derde novelle, waarin we tot onze verbijstering meebeleven hoe de stokoude Ales, dochter van Alida, de allang gestorven Alida ziet. En Alida haar ook. Heden, verleden, droom en toekomst vloeien volkomen samen in deze novelle, net als flashback en vooruitblik en gefantaseerde reconstructie. Maar in deze wirwar van door elkaar spelende tijdsniveaus, verhaalniveaus en dromen in dromen, is er toch de vereniging van Alida (via een flashback, mogelijk door Ales gedroomd of gehallucineerd) met de nochtans zeer dode Asle. Als lezer weet je niet of dit werkelijkheid is of hallucinatoire fantasie ingebed in meerdere in elkaar ingebedde dromen. En het blijft sowieso onwerkelijk. Maar het is dermate dwingend opgeschreven dat je er tot je verbazing toch helemaal in gelooft, vooral omdat je in de kracht van het onderliggende verlangen gelooft: het verlangen dat liefde sterker MOET zijn dan de dood. Ook als dat in werkelijkheid en volgens ons gezonde verstand niet zo is.

Meer ga ik niet zeggen over de plot. Maar wel dat die plot volgens mij vooral overtuigt door de kracht van Fosses zinnen. Zoals gewoonlijk gebruikt hij nauwelijks punten, in zijn tweede en derde novelle zelfs alleen maar komma's en geen enkele punt. Dat, samen met het veelvuldige gebruik van "and" en de vele herhalingen, geeft zijn proza een bezwerend maar ook obsederend karakter. En de toon is, zoals ook in de andere Fosse-romans die ik ken, van een verbijsterde en ademloos-hakkelende verwondering vol niet- weten en niet kunnen begrijpen. Zodat de ontmoeting van Asle en Alida er als volgt uitziet: "and Asle takes a gulp of beer and gives the mug to Pa Sigvald and then he sits down on the stool and he puts the fiddle in his lap and plucks the strings and tunes the fiddle and then he places the fiddle on his shoulder and he begins to play and it doesn't sound too bad and he keeps playing and people begin to dance and he keeps playing and pushes on, he doesn't want to give up, he just wants to keep going, he wants to force out the pounding grief, he wants the grief to become light, to lighten and to lift up, to take flight and to flow upwards without weight, he'll make that happen and he plays and plays and then he finds the place where the music lifts and then it soars yes, yes, yes it soars yes and then the music is soaring all by itself and it's playing its own world and everyone who can hear, they can hear it and Asle looks up and he sees her standing there, she stands there, he sees Alida standing there, she stands there with her long black wavy hair and her large sad black eyes, and she hears it, she hears the soaring and she is in the soaring, she stands still and she soars, and then they soar together, now they soar together, she and he, Alida and Asle". Ja, bij dit soort proza moet je het hoofd erbij houden. Maar is dit meeslepend, of is dit meeslepend?

Feitelijk staat er in deze passage alleen dat Asle, met zijn eerst nog aarzelende vioolspel, extatische, aan het aardse ontstijgende hoogten bereikt. Tot zijn eigen verrassing. En in die vlucht, mogelijk gemaakt door zijn vioolkunst, ontmoet hij Alida. Of, beter misschien, hun liefde IS die aan het aardse onstijgende, extatische vlucht. Dat is wat volgens mij hier staat, en niet veel meer. Best een mooie gedachte overigens, zij het voor sommigen misschien wat sentimenteel.Maar Fosse laat mij voor even helemaal in die gedachte geloven, en precies DAT vind ik prachtig . Dat doet hij ook in veel latere passages, zoals bijvoorbeeld: "and he's playing and the music lifts up and it lifts him and it lifts her and then they soar together with the music, along in the thin air and they are together like a bird and they are a wing each, and as one they fly across the blue sky and everything is blue and light and blue and white". Die laatste passage is een hallucinatore droom, die ook snel door de banale realiteit wordt verstoord: Asle is namelijk dood, Alida (die deze droom droomt) is wanhopig. Maar sterk was hij wel, die droom. En hij komt in allerlei andere magnifieke vormen krachtig terug...……

In deze trilogie van novellen beschrijft Fosse een liefde van onwerkelijk mythische proporties, sterker dan de wet en de maatschappelijke orde en zelfs sterker dan de dood. Zijn personages zijn wanhopig, maar door hun verbeeldingskracht kunnen ze soms vliegen, de werkelijkheid ontstijgen. En Fosse nam mij daarin helemaal mee, omdat zijn verbeelding en zijn taal soms zo prachtig vliegt.

Reacties op: Fraaie trilogie van drie novellen, over mythische liefde die sterker is dan de dood

1
Trilogy - Jon Fosse
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker