Lezersrecensie
“Ik doe even mijn lenzen in, want dan kan ik je beter verstaan”
Dit is een ingekorte versie van een eerder geschreven recensie die verschenen is in het tijdschrift ‘Woord en Gebaar’.
“Met een kroos in kat, wees bons in kluts.” zegt Harry Mulisch, wanneer hij Manon Spierenburg een glas champagne aanbiedt. Maar wat zei hij nou eigenlijk? Spierenburg heeft een zogenoemd ‘cookie-bite’ gehoorverlies waardoor ze vooral de klinkers hoort. Haar hersenen vullen de ontbrekende medeklinkers naar eigen inzicht aan en dit gaat niet altijd even goed.
Manon Spierenburg is schrijfster, columnist en scenarist. Ze schreef onder andere scenario’s voor de televisieserie ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’. Al jaren hoort ze slecht, zonder dat zijzelf of haar omgeving dit doorheeft. Pas op latere leeftijd ontdekt ze dat gehoorverlies de oorzaak is van de vele ongemakkelijke situaties waarin ze steeds opnieuw belandt. In ‘Doof!’ kijkt ze, met veel humor en zelfspot, terug op deze momenten.
Stukje bij beetje neemt Spierenburg de lezer mee in haar zoektocht naar verklaringen voor haar sociale blunders. Ze beschrijft hoe ze haar gehoor onbewust oplost: haar hond Willem waarschuwt als de deurbel gaat, haar sterke focus op lichaamstaal en haar visuele alertheid. Wanneer Spierenburg ontdekt dat ze gehoorverlies heeft, volgt een periode van weerstand. Uiteindelijk probeert ze gehoorapparaten uit. Spierenburg beschrijft beeldend de overprikkeling en het onnatuurlijke geluid van haar gehoorapparaten: “Zijn metalige stem werd overstemd doordat bij de buren iemand een eunuch te lijf ging met een slijptol.” Het verhaal eindigt met de voordelen die ze door haar gehoorverlies ervaart. De afronding van het boek doet wat rooskleurig aan. De omgeving van Spierenburg lijkt probleemloos met haar gehoorverlies om te gaan.
Voor mensen met gehoorverlies zijn veel situaties herkenbaar. Zoals je naam missen in een wachtkamer, na drie keer om herhaling gevraagd te hebben op de gok antwoorden, uitgeput thuiskomen na sociale gelegenheden of als arrogant worden gezien omdat je niet reageert op een groet. Spierenburg schrijft ook over de bijbehorende emoties, zoals schaamte, onzekerheid en afwijzing. Hierdoor wordt het boek extra persoonlijk en invoelbaar voor wie zelf, of via een naaste, met gehoorverlies te maken heeft.
Naast de persoonlijke anekdotes kaart Spierenburg bredere maatschappelijke thema’s rondom gehoorverlies aan: hardnekkige stereotypen (“onder de zeventig kun je geen gehoorproblemen hebben”), het idee dat doofheid vooral een probleem is dat opgelost zou moeten worden en het gebrek aan ondertiteling bij media.
Haar taalgebruik is filmisch en vaak komisch. Ze noemt zichzelf “een paard in de porseleinkast” en beschrijft haar dochter in het zwembad als “met zoveel opgeblazen drijfvermogen om haar armen en middel dat het arme kind zich nauwelijks meer kon bewegen”. Haar schrijfstijl houdt het verhaal licht en levendig, ook wanneer de onderwerpen zwaarder zijn.
‘Doof!’ is een humoristisch, toegankelijk en herkenbaar boek voor iedereen die meer wil begrijpen van leven met gehoorverlies, of er zelf dagelijks mee te maken heeft. Soms gebruikt ze onbekende woorden, maar de betekenis is vrijwel altijd uit de context te halen. Iets waar doven en slechthorenden toch al de nodige ervaring mee hebben.