Advertentie

Voor de historische roman Kom Atir kom is de veelzijdige auteur Agnita de Ranitz (1952) bijna tweehonderd jaar teruggegaan in de tijd, heeft ze honderden kilometers (gemotoriseerd) gereisd om in de voetsporen te treden van een giraffe - Zarafa genaamd - en heeft ze zich vier jaar lang gestort op het achterhalen van de details van deze buitengewone voetreis van Marseille naar Parijs. De feiten heeft ze, zoveel mogelijk conform de realiteit, gebruikt als geraamte voor het verhaal. Haar eigen fantasie voorziet het van meer psychologische verdieping. Hiervoor is ze teruggegaan naar het Frankrijk van 1827.

In 1825 besluit Mehmet Ali Pasha, Pasja van het Ottomaanse Egypte, om de Franse Koning Karel X als diplomatiek geschenk een jonge giraffe te sturen, ter aansporing om de Franse steun aan Griekenland te staken. Zarafa is één van de twee giraffen die hij dat jaar naar Europese staatshoofden stuurt. Daartoe wordt er een schip geprepareerd door een gat in het dek te maken, zodat de lange giraffennek daar doorheen kan steken. Daar de giraffe vijfentwintig liter melk per dag nodig heeft, gaan er twee koeien mee. Ook een antilope, een paar mouflons en twee doorgewinterde verzorgers - de jonge, vrijgekochte Soedanese slaaf Atir en Hassan, een bedoeïen uit de woestijn - zullen meereizen.
Op 30 september 1826 varen ze de haven van Alexandrië uit om ongeveer een maand later voet aan wal te zetten in Marseille, waar het gezelschap met Zarafa de winter doorbrengt.

In Parijs krijgt natuuronderzoeker en zoöloog Étienne Geoffroy Saint-Hilaire (15 april 1772 – 19 juni 1844) het opwindende nieuws te horen en wordt hem, uit hoofde van zijn functie als directeur van de Ménagerie du Jardin des Plantes (dierentuin Parijs. m.n.), gevraagd om de voetreis te begeleiden. Met zijn 55-jarige leeftijd en zijn reumatische klachten geen peulenschil, maar zijn besluit staat vast; hij gaat! Op weg naar het zuiden maakt hij zich zorgen over het koude, regenachtige weer.

´Stel dat de giraffe tijdens de reis kou vat. Daar moet ik niet aan denken. Het is wellicht verstandig een regenjas met capuchon te laten maken. Op maat natuurlijk! Van dat nieuwerwetse gegomde doek. (Mackintosh, de waterdichte stof die in 1824 voor het eerst op de markt kwam. m.n.) Het zal geen sinecure zijn zoiets te vervaardigen, maar de prefect weet vast en zeker wel een bekwame kleermaker in de stad.´

Saint-Hilaire ziet er in het begin weinig been in om de zwarte Atir mee te nemen tijdens de voetreis. Hij stelt meer vertrouwen in Hassan, maar gaandeweg wordt zijn band met Atir sterker en vriendschappelijk, en leert hij hem de Franse taal. En Hassan… gaat op een goed moment zijn boekje te buiten ten koste van Atir.

De personages zijn door de auteur voortreffelijk uitgewerkt. Atir´s verbazing over alles wat zo anders is als in zijn thuisland, zijn islamitische geloof, zijn eenvoudige taalgebruik. De Ranitz heeft zich kunnen uitleven in het kleur brengen aan dit personage, want over hem is hoegenaamd niets bekend. Zijn katholieke antagonist is de erudiete en geaffecteerde Saint-Hilaire, en omdat het een gerenommeerd en bestaand persoon was heeft de auteur kunnen putten uit wat er over hem bekend is. Doordat beiden in afwisselende, korte hoofdstukken aan het woord komen, is de tekst en het vocabulaire verschillend geschreven, passend bij het personage. De hoofdstukken overlappen elkaar geregeld, alle twee hebben hun eigen waarheid en de lezer wordt meegesleept in hun beider gedachtewereld. Zo is Saint-Hilaire bijvoorbeeld uiterst content met de regenjas en de in Lyon gemaakte schoenen voor Zarafa en vindt Atir het maar belachelijk dingen, waar hij zich voor schaamt. 'Ze moesten het in Soedan eens weten'. Saint-Hilaire heeft onderweg flink te kampen met zijn reuma en uit pure wanhoop dat hij de reis niet zal kunnen volbrengen gaat hij het bos in op zoek naar mierenzuur, in de hoop zijn pijnklachten ermee te verzachten. Atir volgt hem bezorgd en kijkt verbijsterd toe.

´Langzaam stroop ik mijn broek af en trap mijn voeten uit de pijpen. […] dan kijk ik naar mijn onderbroek. Wat zal ik doen? Aanhouden of uitdoen? Mijn hart klopt in mijn keel. Ik kijk om me heen en laat hem afglijden. Even blijf ik besluiteloos staan en sla een kruis. Een frisse wind waait langs mijn geslachtsorgaan.'

'Van schrik sla ik mijn hand voor mijn mond. […] Zijn benen zijn zo wit als de ivoren slagtand van een olifant! Wie had dat kunnen denken!
Plots schiet hij naar voren, recht door een groep hoge planten die tot ruim boven zijn knieën komen. […] Dan laat hij zich neervallen en rolt met zijn lijf door het groen. Maar dat zijn die vreselijke prikplanten. Brandende netels zoals Youssef die noemt!'

De auteur trakteert de lezer bijna ongemerkt op allerlei wetenswaardigheden over de giraffe en over bijzonderheden van het Frankrijk aan het begin van de negentiende eeuw. Ze heeft daarvoor veel onderzoek gedaan. Zo heeft ze dagen doorgebracht in bibliotheken, is ze afgereisd naar Kenia om de giraffe te bestuderen, heeft ze geprobeerd in dezelfde auberges te logeren, stadspoorten opgemeten en vond ze in Macon een stal met vier meter hoge deuren - met luchtgat - waar de giraffe tijdens de voetreis heeft overnacht. Nog altijd zijn er op de route aanwijzingen te vinden die bewijzen dat de giraffe daar is gepasseerd. Het verdient aanbeveling om na het interessante nawoord ook de noten te lezen.

Tweeënveertig dagen heeft het gezelschap erover gedaan om de 880 km te voet af te leggen en onderweg werd er zelfs een moufflonkalf geboren. Opzienbarend was de eerste giraffe op Franse bodem en de bevolking liep massaal uit, wanneer de optocht voorbij kwam. De middenstand haakte handig in op de ´giraffenhype´. Coiffeurs ontwikkelden zelfs een ´giraffencoupe´. Ondanks dat het monstrueuze dier als angstaanjagend werd beschouwd, was de bevolking ook zeer welwillend, want wanneer er onderweg een tekort aan melk dreigde te zijn, boden dorpsbewoners à la minute volle emmers aan. En Zarafa ondergaat het allemaal heel gemoedelijk.

De Ranitz heeft met deze roman een prachtige prestatie geleverd. Feit en fictie gaan vloeiend in elkaar over en het is duidelijk dat ze weet waar ze over schrijft. Nu kan het niet anders dan dat het boek ook in het Frans vertaald zou moeten worden (Door de auteur zelf? Ze woont immers al meer dan veertig jaar in Frankrijk). Voor de Fransen zal het een herkenbaar verhaal zijn, met de beschrijvingen van la campagne en de vele kunstenaars die genoemd worden.

En hoe is het Zarafa verder vergaan?
Ze is door de koning in ontvangst genomen en heeft haar onderkomen gevonden in de dierentuin van Saint-Hilaire, waar ze een kassucces bleek. Frankrijk liep uit om haar te bewonderen. Toen ze op 21-jarige leeftijd overleed, is ze opgezet tentoongesteld in Musée d´Histoire Naturelle te Parijs waar ze later, door plaatsgebrek, ruimte moest maken en in de vergetelheid is geraakt, totdat een conservator van Musée d´Histoire Naturelle te La Rochelle bekend maakte dat ze vermoedelijk daar was. De vlekken op haar huid komen overeen met die op het schilderij dat Nicolas Huet van haar heeft gemaakt, maar het is niet duidelijk of deze tijdens het opzetten zijn bijgetekend.

De sprekende zwart-wit cover is een oude ansichtkaart, waarop iemand staat met een emmer melk voor de giraffe en ongedurige kinderen die niet lang in dezelfde houding konden blijven om duidelijk afgebeeld te worden, vanwege de lange afsluitertijd.

Een prachtig verhaal. Een interessante geschiedenis. Een schat aan wetenswaardigheden.

Reacties op: Voetreis naar Parijs met een gedisproportioneerd dier

64
Kom Atir, kom! - Agnita de Ranitz
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners