Lezersrecensie
De boze (schoon)moeder en de erfenis…
Het is veel, heel veel wat wij lezen over deze disfunctionele familie Narraway. Een goed gekozen naam: “de smalle weg” en waar leidt deze naar toe?
Elk hoofdstuk (21 in 3 delen) vertelt eigenlijk apart maar wel opeenvolgend over de bizarre momenten die deze familie en drie zogenaamde “buitenstaanders” met elkaar doormaken na het overlijden van moeder Lydia die blijkt bij leven en zeker ook na haar dood een ware heks te zijn en die hen allen nog steeds terroriseert in hun dromen en gedachten.
Het is dan ook zeker geen traditionele familieroman. Het gaat wel over passie, geheimen, misdaad, verraad, onzedigheid in complexe, drieste relaties. In wezen beschrijft Murdoch een absurdistische onwerkelijkheid grenzend aan een gotisch sprookje met het geheimzinnige, afgelegen familiehuis (in het Noorden van Groot-Brittannië) met daarachter het zomerhuis, met een hele grote tuin (bijna een kwart mijl) en een mooi grasveld waar ’s nachts ontelbare lange glinsterende vochtige wormen uit de aarde komen om te dansen, maar ook met een wirwar van verwilderde camelia- en bamboebomen en andere ondoordringbare struiken en planten. Overgroeide paden. Uiteraard is er een beek, een zwarte poel met hoge oevers, een waterval en overal drassige bodems waarin je gemakkelijk je schoenen kunt verliezen. En dus met personages die niet zijn wie ze lijken te zijn en door hun homo- en heteroseksuele bindingen schier onontwarbaar met elkaar vervlochten zijn om samen de afgrond in te gaan.
Beeldende en uitvoerige beschrijvingen maken het geheel zeer lezenswaardig maar ook te onwerkelijk om waar te zijn.
Op een bepaald moment moest ik echt denken aan het Theater van de Lach… Op cruciale momenten staat er steeds iemand in de deuropening die probeert orde in de chaos te brengen en dat werkt dan averechts. Komische en melodramatische scènes waarmee de schrijfster haar kijk op de mensheid illustreert. En in het derde deel wel een oplossing biedt, maar is deze wel reëel voor eenieder? Is het inderdaad: Ëind goed, al goed".
Om bij het Italiaanse meisje terug te keren. Dat klinkt zo lieflijk. Als lezer komen wij pas laat te weten wie zij is, eigenlijk wie waren zij. Zij volgden elkaar op, zagen alles, maar zeiden niets want zij waren ondergeschikte bediendes in die tijd en in deze familie. Door moeder Lydia binnengehaald. Waarom dit boek deze titel heeft blijft lang onduidelijk.
Er zijn niet zo heel veel personages, met meestal weer goed gekozen namen.
• De broers Narraway: OTTO en EDMUND.
OTTO beeldhouwer/steenhouwer die alleen nog grafzerken kan maken. Hij is zelfdestructief door overmatig drankmisbruik, emotioneel enorm labiel en verslaafd aan vunzige seks met zijn buitenlandse minnares, ELSA LEVKIN, Russische jodin. Otto is soort reus (1,88 m), met een kinderlijk hart. Zowel zwak als dominant. Hij is met zijn gezin in het grote familiehuis blijven wonen. Heeft daar ook een atelier.
• EDMUND, speciaal teruggekomen voor de begrafenis van zijn moeder en het testament. Hij is ingetogen, graveur in hout, in wezen is hij vanaf het begin de moraalridder van het verhaal door zijn morele oordelen en seksuele geremdheid en vooral onvermogen om in te springen daar waar nodig. Hij wil ook alsmaar weg. Zoals hij destijds ook weggevlucht is voor zijn subversieve moeder.
• ISABEL LEARMONT, de wettige echtgenote van Otto. Erg nerveus, speelt de slachtofferrol, houdt het vuur brandend. Symbolisch?
• FLORA, hun 18-jarige dochter, seksueel ontluikend en betrokken bij alle complexe relaties.
Zij zorgt voor de ontketening.
• DAVID LEVKIN, uit Leningrad, de leerling-beeldhouwer van Otto, manipulatief, de verleiding zelf en de spil in de diverse dramatische affaires binnen de familie. Samen met zijn zus Elsa, hiervoor genoemd. Zij is emotioneel volkomen ontregeld. Ze is vreemd, om niet te zeggen gek. En een hoer. Bovendien heeft ze een levendige fantasie. Of toch niet?
• LYDIA, de overleden tirannieke moeder. Het verhaal opent met haar begrafenis. Haar man, de beroemde John Narraway, beeldhouwer, schilder, graveur, steenhouwer was al eerder overleden.
• Last but not least: Het Italiaanse Meisje. MARIA (MAGGIE) MAGISTRETTI. Loyaal en stil. Samen met Edmund blijkt zij de centrale morele rol in het drama te hebben. Ik zag in haar o.a. de Assepoester en nog wel een andere sprookjesfiguur.
De elementen zijn rijkelijk vertegenwoordigd en hebben zelfs een verwoestende rol. Ook de religieuze motieven ontbreken niet, Schuld, boete, verlossing, vergeving.
Het zou mij te ver voeren om dieper op dit boek in te gaan. Ook al zou ik dit zo graag doen.
Toch wil ik nog even nader ingaan op “het sprookje” (zie ook de titel van deze recensie) en nu vooral op het droommotief en toegespitst op Otto. Zijn dromen zijn absurdistisch/komisch, maar duiden op zijn innerlijke verwarring, de verstikkende sfeer in het huis waaraan hij wil ontsnappen, kortom, zijn algehele desoriëntatie.
Specifieke voorbeelden zijn de kiesschijven van de telefoons die in zijn dromen transformeren in allerlei andere objecten. Onmogelijk om om hulp te bellen. Otto vertelt deze soort van nachtmerries, maar de anderen lijken totaal niet naar zijn paniek en doodsangsten te luisteren.
Ze hebben geen aandacht voor elkaar (Murdoch).
Ik noem:
• een kiesschijf van marsepein in H4 met een gevaarlijk dichterbijkomende tijger,
• een kiesschijf vol met insecten, torren en pissebedden en een naderende slang,
• een schijf van vloeipapier (H15) met een achtervolgende enorme zwarte theepot en
• een kiesschijf van toffee (H19) met een vogel…
En tenslotte nog een paar mooie citaten waarin de filosofie van Murdoch duidelijk wordt. Hoe deze uit te leggen?
Ik zag ook flarden van de existentialistische filosofieën van haar tijdgenoten Sartre en Camus.
• Deel I – H3 – blz 42 – “Ja, maar jij bent een vrij man”, zei Isabel. “Wij zijn hier allemaal gevangenen. Wij zijn net als de mensen in een gravure”. En lees ook de volgende zinnen….
• Deel II – H10 – blz. 125 – “Maar terwijl ik, met een automatische beweging, alle verwijten tegen mezelf richtte, dacht ik: ik kan dit zo duidelijk zien omdat ik zelf lang geleden al mijn eigen hoop om gelukkig te zijn heb opgegeven. Zij heeft nog altijd een gelukkige toekomst”.
In deel III lezen we of deze gedachten werkelijkheid worden.
En het volgende citaat toont duidelijk Murdochs geweldige schrijfstijl. Eenvoudig doch beeldend.
Edmund bij het dode lichaam van zijn moeder.
Deel I – H1 – blz. 21 – “Zij was mijn zelfverachting”. Die hele alinea/bladzijde is trouwens prachtig.
VIJF STERREN, ondanks mijn soms dubbele mening.
Zeist, 1 maart 2026
Wil
PS Ik las Het Italiaanse meisje in de laatste prachtig uitgegeven versie van Uitgeverij Cosimo, Antwerpen - 2025
Oorspronkelijke uitgave dateert uit 1964 - The Italian Girl - Chatto & Windus, London
Elk hoofdstuk (21 in 3 delen) vertelt eigenlijk apart maar wel opeenvolgend over de bizarre momenten die deze familie en drie zogenaamde “buitenstaanders” met elkaar doormaken na het overlijden van moeder Lydia die blijkt bij leven en zeker ook na haar dood een ware heks te zijn en die hen allen nog steeds terroriseert in hun dromen en gedachten.
Het is dan ook zeker geen traditionele familieroman. Het gaat wel over passie, geheimen, misdaad, verraad, onzedigheid in complexe, drieste relaties. In wezen beschrijft Murdoch een absurdistische onwerkelijkheid grenzend aan een gotisch sprookje met het geheimzinnige, afgelegen familiehuis (in het Noorden van Groot-Brittannië) met daarachter het zomerhuis, met een hele grote tuin (bijna een kwart mijl) en een mooi grasveld waar ’s nachts ontelbare lange glinsterende vochtige wormen uit de aarde komen om te dansen, maar ook met een wirwar van verwilderde camelia- en bamboebomen en andere ondoordringbare struiken en planten. Overgroeide paden. Uiteraard is er een beek, een zwarte poel met hoge oevers, een waterval en overal drassige bodems waarin je gemakkelijk je schoenen kunt verliezen. En dus met personages die niet zijn wie ze lijken te zijn en door hun homo- en heteroseksuele bindingen schier onontwarbaar met elkaar vervlochten zijn om samen de afgrond in te gaan.
Beeldende en uitvoerige beschrijvingen maken het geheel zeer lezenswaardig maar ook te onwerkelijk om waar te zijn.
Op een bepaald moment moest ik echt denken aan het Theater van de Lach… Op cruciale momenten staat er steeds iemand in de deuropening die probeert orde in de chaos te brengen en dat werkt dan averechts. Komische en melodramatische scènes waarmee de schrijfster haar kijk op de mensheid illustreert. En in het derde deel wel een oplossing biedt, maar is deze wel reëel voor eenieder? Is het inderdaad: Ëind goed, al goed".
Om bij het Italiaanse meisje terug te keren. Dat klinkt zo lieflijk. Als lezer komen wij pas laat te weten wie zij is, eigenlijk wie waren zij. Zij volgden elkaar op, zagen alles, maar zeiden niets want zij waren ondergeschikte bediendes in die tijd en in deze familie. Door moeder Lydia binnengehaald. Waarom dit boek deze titel heeft blijft lang onduidelijk.
Er zijn niet zo heel veel personages, met meestal weer goed gekozen namen.
• De broers Narraway: OTTO en EDMUND.
OTTO beeldhouwer/steenhouwer die alleen nog grafzerken kan maken. Hij is zelfdestructief door overmatig drankmisbruik, emotioneel enorm labiel en verslaafd aan vunzige seks met zijn buitenlandse minnares, ELSA LEVKIN, Russische jodin. Otto is soort reus (1,88 m), met een kinderlijk hart. Zowel zwak als dominant. Hij is met zijn gezin in het grote familiehuis blijven wonen. Heeft daar ook een atelier.
• EDMUND, speciaal teruggekomen voor de begrafenis van zijn moeder en het testament. Hij is ingetogen, graveur in hout, in wezen is hij vanaf het begin de moraalridder van het verhaal door zijn morele oordelen en seksuele geremdheid en vooral onvermogen om in te springen daar waar nodig. Hij wil ook alsmaar weg. Zoals hij destijds ook weggevlucht is voor zijn subversieve moeder.
• ISABEL LEARMONT, de wettige echtgenote van Otto. Erg nerveus, speelt de slachtofferrol, houdt het vuur brandend. Symbolisch?
• FLORA, hun 18-jarige dochter, seksueel ontluikend en betrokken bij alle complexe relaties.
Zij zorgt voor de ontketening.
• DAVID LEVKIN, uit Leningrad, de leerling-beeldhouwer van Otto, manipulatief, de verleiding zelf en de spil in de diverse dramatische affaires binnen de familie. Samen met zijn zus Elsa, hiervoor genoemd. Zij is emotioneel volkomen ontregeld. Ze is vreemd, om niet te zeggen gek. En een hoer. Bovendien heeft ze een levendige fantasie. Of toch niet?
• LYDIA, de overleden tirannieke moeder. Het verhaal opent met haar begrafenis. Haar man, de beroemde John Narraway, beeldhouwer, schilder, graveur, steenhouwer was al eerder overleden.
• Last but not least: Het Italiaanse Meisje. MARIA (MAGGIE) MAGISTRETTI. Loyaal en stil. Samen met Edmund blijkt zij de centrale morele rol in het drama te hebben. Ik zag in haar o.a. de Assepoester en nog wel een andere sprookjesfiguur.
De elementen zijn rijkelijk vertegenwoordigd en hebben zelfs een verwoestende rol. Ook de religieuze motieven ontbreken niet, Schuld, boete, verlossing, vergeving.
Het zou mij te ver voeren om dieper op dit boek in te gaan. Ook al zou ik dit zo graag doen.
Toch wil ik nog even nader ingaan op “het sprookje” (zie ook de titel van deze recensie) en nu vooral op het droommotief en toegespitst op Otto. Zijn dromen zijn absurdistisch/komisch, maar duiden op zijn innerlijke verwarring, de verstikkende sfeer in het huis waaraan hij wil ontsnappen, kortom, zijn algehele desoriëntatie.
Specifieke voorbeelden zijn de kiesschijven van de telefoons die in zijn dromen transformeren in allerlei andere objecten. Onmogelijk om om hulp te bellen. Otto vertelt deze soort van nachtmerries, maar de anderen lijken totaal niet naar zijn paniek en doodsangsten te luisteren.
Ze hebben geen aandacht voor elkaar (Murdoch).
Ik noem:
• een kiesschijf van marsepein in H4 met een gevaarlijk dichterbijkomende tijger,
• een kiesschijf vol met insecten, torren en pissebedden en een naderende slang,
• een schijf van vloeipapier (H15) met een achtervolgende enorme zwarte theepot en
• een kiesschijf van toffee (H19) met een vogel…
En tenslotte nog een paar mooie citaten waarin de filosofie van Murdoch duidelijk wordt. Hoe deze uit te leggen?
Ik zag ook flarden van de existentialistische filosofieën van haar tijdgenoten Sartre en Camus.
• Deel I – H3 – blz 42 – “Ja, maar jij bent een vrij man”, zei Isabel. “Wij zijn hier allemaal gevangenen. Wij zijn net als de mensen in een gravure”. En lees ook de volgende zinnen….
• Deel II – H10 – blz. 125 – “Maar terwijl ik, met een automatische beweging, alle verwijten tegen mezelf richtte, dacht ik: ik kan dit zo duidelijk zien omdat ik zelf lang geleden al mijn eigen hoop om gelukkig te zijn heb opgegeven. Zij heeft nog altijd een gelukkige toekomst”.
In deel III lezen we of deze gedachten werkelijkheid worden.
En het volgende citaat toont duidelijk Murdochs geweldige schrijfstijl. Eenvoudig doch beeldend.
Edmund bij het dode lichaam van zijn moeder.
Deel I – H1 – blz. 21 – “Zij was mijn zelfverachting”. Die hele alinea/bladzijde is trouwens prachtig.
VIJF STERREN, ondanks mijn soms dubbele mening.
Zeist, 1 maart 2026
Wil
PS Ik las Het Italiaanse meisje in de laatste prachtig uitgegeven versie van Uitgeverij Cosimo, Antwerpen - 2025
Oorspronkelijke uitgave dateert uit 1964 - The Italian Girl - Chatto & Windus, London
1
Reageer op deze recensie
