Soft porno is al jaren een begrip; je kunt het woord zelfs in de Dikke Van Dale vinden. Voor soft crime geldt dat niet. Ik ben het in ieder geval nog in geen enkel lexicon tegengekomen. En toch is er wel wat voor te zeggen soft crime als een officieel subgenre binnen de misdaadliteratuur te erkennen. Iets tussen hard boiled en subtiele psychologie in. Zoals het werk van Mark Billingham.
Billingham debuteerde in 2001 met de roman Slaapdood. Hij introduceerde hierin hoofdpersoon Tom Thorne, inspecteur bij de afdeling Ernstige delicten van de Londense politie. Thorne is in veel opzichten een doorsnee politieman, maar soms laat hij zich kennen als een speurder die niet vies is van minder orthodoxe methoden. Als het erop aan komt, zijn alle middelen geoorloofd; zolang ze de waarheid maar aan het licht brengen. Van dit type kent de Britse misdaadliteratuur wel meer uitstekende voorbeelden. Toch zou ik Billinghams speurder niet meteen in één adem willen noemen met illustere collega’s als John Rebus, Jack Cafferey of Thomas Lynley. Thorne draagt namelijk veel minder bij aan de thematiek. Hij is meer een Leitmotiv, een personage dat de auteur houvast biedt bij het opbouwen van zijn oeuvre en een anker is voor de lezers. Je voelt je in een boek met een vaste hoofdpersoon sneller thuis dan in werk van auteurs die dat niet doen. Het is dan wel belangrijk dat het personage binnen de roman een verhaal op zich is en dat is dus bij Tom Thorne nauwelijks het geval.
In de misdaadroman Het verbrande meisje heeft hij geen boeiend heden of verleden. Het enige dat hem, behalve zijn situationele eigengereidheid als personage typeert, is zijn afkeer van mensen die regelmatig grenzen overschrijden voor het profijt. En daarmee hebben we het hoofdthema van de roman te pakken. De titel Het verbrande meisje verwijst naar de dood van Jessica Clarke. Twintig jaar geleden werd zij op het schoolplein in brand gestoken door ene Gordon Rooker. Weliswaar overleefde zij de aanslag, maar haar verminkingen maakten verder leven tot een kwelling en uiteindelijk pleegde ze zelfmoord.
Op een dag krijgt oud-inspecteur Carol Chamberlain, die destijds Rooker arresteerde, een duister telefoontje. Een onbekende mannenstem zegt: ‘Ik heb haar in brand gestoken…’ Betekent dit dat Rooker ten onrechte veroordeeld is; dat de werkelijke dader nog steeds rondloopt en dat zij gefaald heeft? Omdat zij inmiddels niet meer in actieve dienst is, belt zij Tom Thorne en vraagt hem de mogelijkheid te onderzoeken dat Rooker inderdaad niet verantwoordelijk is voor het verminken van Jessica Clarke. In het verhaal dat dan volgt, staat een ordinaire oorlog tussen twee bendes centraal. En daarin gebeurt alles wat we ook al van het NOS Journaal kennen: er wordt gebluft, gedreigd; afrekeningen vinden plaats en zijdelings, met een kleine verhaallijn, wordt verwezen naar de actualiteit van mensensmokkel. Dover revisited.
Ik heb me met Het verbrande meisje niet verveeld, maar het is zeker geen adembenemende roman. Daarvoor kabbelt het verhaal teveel. Ik mis stroomversnellingen en woeste baren. Zinderende spanning aan het eind van een zoektocht naar de werkelijke pyromaan. Dat bedoelde ik toen ik het werk van Billingham onder de noemer soft crime bracht. De roman zit goed in elkaar, maar voor een vier-sterrenwaardering verwacht ik meer doorleefde emotie. Die vond ik nu alleen in de verhaallijn over Carol Chamberlain, die een rijker personage is dan hoofdpersoon Tom Thorne en dat kan niet de bedoeling zijn.
Daarom kijk ik uit naar Billinghams eerste roman waarin blijkt dat Thorne een vreselijke jeugd heeft gehad of zo door de ellende, die hij beroepshalve meemaakt, geblokkeerd is geraakt, dat hij geen relaties meer durft aangaan. Zoiets. En dat die persoonlijke problematiek geleidelijk vervlochten raakt met het hoofdthema van de roman. Als Billingham zich als auteur blijft ontwikkelen, komt zo’n roman er vast nog wel een keer.

Reacties op: Verbrand meisje wekt te weinig medelijden