Advertentie

“Misschien is dit nu de echte liefde, de liefde van het onvoorwaardelijke soort. Tortelduiven blijven hun leven lang bij elkaar, maar als een van tweeën een pootje breekt, vertrekt de ander per direct. Bij mensen is het niet veel anders, vermoed ik, we geven het alleen niet graag toe.”

Peter Reukens is docent op een middelbare school. Steeds vaker reageert hij zich af op zijn hoogbegaafde studenten, en ook de rector valt op dat hij misschien ongelukkig of uitgeblust is. Geduldig zit hij de dag uit tot hij naar zijn vrouw Neeltje kan. Met de grootste zorg voedt, wast en vertroetelt hij zijn grote liefde, strevend naar een gewicht van 250 kg. Hoe zwaarder, hoe meer om van te houden, toch? Zijn obsessie met grote vrouwen startte reeds in zijn jeugd, toen hij fantaseerde over voluptueuze lichamen, "groot en glad als een zittende boeddha", met "armen als autobanden", en "billen die over het krukje dropen alsof ze smolten." Neeltje, aanvankelijk onzeker over haar gewicht, heeft met Reukens een lange weg afgelegd om de schaamte over haar lichaam te overwinnen. Desondanks is ze de laatste jaren niet meer buiten de deur gekomen. Op een avond krijgt hij telefoon van een vrouw die hem een gelukkiger leven belooft. Argwanend gaat hij akkoord en kort daarna begint zijn geluk effectief te keren en krijgt hij zelfs promotie. Maar wat is de prijs die hij voor dit geluk betaalt?

Het tweede verhaal focust op Peters buurman, Leo. Als drievoudig lottowinnaar gaat het hem voor de wind, en hij krijgt heel sterk het gevoel dat hij deze bronnen moet aanboren om een filosofisch werk te schrijven. Daar heeft hij echter wel een eigen stek voor nodig, zwaar tegen de zin van zijn vrouw Bella die het hem ondanks zijn vele eisen, bevliegingen en toenemend superioriteitsgevoel nog steeds naar de zin wil maken. Terwijl hij zich op zijn dromen stort en steeds meer afstand neemt, voelt Bella zich verwaarloosd. Door het raam ontdekt ze het bestaan van haar massieve buurvrouw die met de grootste liefde op al haar wenken wordt bediend. Ze ontwikkelt een obsessie voor Neeltje, die haar aantrekt maar waar ze tegelijk van walgt, en overdenkt haar eigen keuzes in de liefde.

“Liefde maakt blind, dat klopt, maar liefde heeft de blindheid ook nodig en eist haar op, ze houden elkaar in stand, de liefde en de blindheid. Veel te laat heb ik ingezien dat ik blind wilde zijn, zodat ik van hem kon blijven houden.”

De twee verhalen zitten uitstekend in elkaar en zijn opgevoerd om elkaar op precies de juiste momenten te raken. Interessante vergelijkingen dringen zich op, je ziet hoe mensen op verschillende manieren hun vrijheid inperken om gelukkig te zijn, en hoe ondanks grote plannen de drempel soms letterlijk nét te hoog kan zijn.

Sander Kok (1981) legt met zijn uitstekende debuut Smeltende vrouw de lat voor zichzelf wel heel hoog. Dit tragikomische werk leest als twee kortverhalen. Kok heeft een heerlijk vlotte pen, trekt grappige parallellen tussen zijn hoofdpersonages en komt met mooie observaties zoals "Eenzaamheid is een hond waarvan je de haren vindt lang nadat ze is vertrokken", "Schoonheid went. Van echte lelijkheid blijf je schrikken", maar het is vooral in de dialogen dat hij echt uitblinkt. Ze zijn luchtig en grappig, van tragisch tot beroerend tot soms ronduit onsmakelijk (denk maar aan de beschrijvingen van het liefdesspel tussen Reukens en Neeltje). Het introtekstje slaat de spijker op z'n kop: twee romans, één overkoepelend meesterwerk.

Reacties op: Uitstekend tragikomisch debuut

26
Smeltende vrouw - Sander Kok
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken