De man die de taal van de slangen sprak neemt ons met de jonge en nieuwsgierige Leemet mee op zijn tocht op zoek naar de Opperkikker en naar zijn eigen volwassenheid. Hij leert zichzelf kennen maar ook het dorp waar hij werd geboren en kort na de dood van zijn vader door zijn moeder uit weggehaald werd, samen met zijn oudere zus. Hij heeft dan ook geen herinneringen meer van het dorp.
Zijn oom Vootele leerde Leemet de taal van de slangen waardoor een hele nieuwe wereld opende. Leemet wil het dorpsleven verkennen maar zijn moeder probeert dit zo goed en zo kwaad ze kan te vermijden. Je leest hoe Leemet zijn eigen gang leert gaan, en hoe dat soms ook wel eens niet gaat zoals gepland.

De schrijfstijl van Andrus vond ik in het begin een beetje wennen, waarschijnlijk omdat dit de eerste keer is dat ik een boek las van een Ests auteur. Naarmate het boek vorderde, werd ook mijn appreciatie voor de schrijfstijl groter. Het boek leest vlot, bevat humor en drama en vertelt op een fantasierijke wijze de geschiedenis van Estland maar ook Europa. Ik zou maar al te graag zelf zijn opgegroeid in de wereld van Leemet. Mede door de uitgebreide vertelstijl van Andrus, kon ik me die wereld heel duidelijk voorstellen. Andrus schrijft ook met veel humor en ik heb dus meer dan eens zitten glimlachen tijdens het lezen, ookal zijn de grappig omschreven dingen niet steeds bedoeld grappig te zijn.

Reacties op: Snelle weglezer