Advertentie

De burger-conciërge Jacob, een man met een geschonden gezicht, woont in een kloostergemeenschap van mannen. Hij is een buitenstaander in die gemeenschap, een onaanzienlijke en hij heeft er vrede mee. Hij wenst niets meer, ja hier te blijven. ‘Ik lachte omdat ik net nog dacht niets te willen.’ Daarna, we zijn nog steeds op de eerste pagina, komt Henry Loman het verhaal al binnen: ‘een vermoeide man van middelbare leeftijd met overgewicht.’ Een politicus op een ministerie die wegens een schandaal moest vertrekken. Zijn komst brengt iedereen uit het evenwicht. Loman neemt Jacob in vertrouwen: Jacob, de laatste van wie iedereen het zou verwachten, de laatste die daar behoefte aan heeft.
Tijdens de werkzaamheden in de kapel, in de tuin en bij het onderhoud van het gebouw voeren Jacob en Henry een discours over zonde, vergeving en geloof. Een zelfonderzoek tegen het decor van Pasen, kerkelijk het hoogtepunt van het jaar. Wat ze ontdekken verwart beiden. Gerritsen brengt zo het motto van C.S. Lewis, voor in het boek tot leven. Een motto over een zelfonderzoek, waarbij ontstellende dingen aan het licht komen: ‘… een dierentuin vol begeerten, een gekkenhuis vol ambities, een kleuterschool vol angsten, een harem vol gekoesterde haatgevoelens.’ Als er dan nog een incident plaatst vindt, Henry is onverbeterlijk, volgt de climax.
Henry vertrekt aan het eind van het boek. Van Jacobs verlangen naar niets is niets over.
Esther Gerritsen voert een psychologisch drama op: sober, klein en actueel. Dat doet ze in een paar grote streken en uiterst secuur. Onze kleinheid tekent ze levensgroot uit. Gerritsen schreef een eigentijdse Elckerlijc.

Reacties op: Een eigentijdse Elckerlijc

349
De trooster - Esther Gerritsen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,50 Bestel het e-book € 7,99
E-book prijsvergelijker