Het is wel eens aangenaam de Scandinavische misdaadroman met al die o zo maatschappelijk betrokken speurneuzen af te wisselen met iets Amerikaans. Het is goed als de auteur van oorsprong een Engelsman is met duidelijk Angelsaksische wortels. Dat levert een flitsende actiethriller op waarin het net niet te veel uit de hand loopt.
Dit geldt in ieder geval voor James Patrick Hunt van wie een eerste vertaling is uitgebracht: De verraders. Regelmatig raakt een tekst op de achterflap kant noch wal, maar bij Hunt gebruikt zijn Nederlandse uitgever een citaat van diens collega George Pelecanos waar een lezer wat mee kan. Hij refereert aan het oeuvre van Elmore Leonard. Dat was een naam die ook bij mij opkwam, toen ik een eindje gevorderd was in de bikkelharde misdaadgeschiedenis die Hunt in De verraders uit de doeken doet.
Het begint meteen recht voor zijn raap. Twee politieagenten worden op een mistige novemberavond in een drukke buitenwijk van de stad St. Louis met een machinegeweer neergeknald.
De brute, dubbele moord maakt dat inspecteur George Hastings (zie je hier die Engelse roots van Hunt?, FM) aan het werk moet. Terwijl je hem volgt bij het onderzoek, ontvouwt zich een boeiende zaak rond allerlei criminele types die min of meer verwikkeld zijn in de moord.
Hunt schept voor zijn debuut – in Nederland tenminste - interessante personages, mensen van vlees en bloed die zich gedragen zoals je verwacht, schrijft gave dialogen en creëert een plot dat niet ongeloofwaardig wordt. En een misdaadroman die in 285 pagina’s een verhaal vertelt, is een verademing naast de boeken van onder anderen James Ellroy waarin het vrijwel nooit met minder dan 500 bladzijden kan.

Reacties op: Het Engelse broertje van ElmoreLeonard