Advertentie

‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’, luidt een wereldberoemde uitspraak van ene Goethe. Oftewel wie zich weet in te houden, toont zich een (groot)meester. Dat predikaat komt de Fin Matti Rönkä in ieder geval toe voor Grensgeval waarmee hij in Nederland debuteert als schrijver van misdaadromans.
Onbekend is – in ieder geval bij mij – of Viktor Kärppä de vaste hoofdpersoon is of wordt in zijn spannende boeken. Maar in deze eersteling weet zijn schepper het verhaal in ieder geval in slechts 198 pagina’s te vertellen. Er is altijd een baas boven baas, z’n Duitse collega Andrea Maria Schenkel kan het af in nog minder bladzijden. Edoch in de wereld van de misdaadroman waarin het heel vaak niet korter kan dan 400 bladzijden, haal je bij Rönkä in ieder geval opgelucht adem. Immers er verschijnt zoveel in het genre, aan misdaadboeken zul je niet snel gebrek hebben.
Ondanks, of is het dankzij de lengte, is Rönkä’s debuut, een volwassen misdaadroman. Met mooie personages, rake dialogen en een keurig uitgewerkte plot. Zo is daar alleen al de hoofdrolspeler, Viktor Kärppä, die zich op Sherlock Holmesiaanse wijze als een ander voordoet, medewerker van een juridische firma of journalist van een schandaalblaadje, om slechts enkele voorbeelden te noemen.
Onderwijl is hij in Grensgeval stevig aan het onderzoeken wat er geworden is van de verdwenen echtgenote van een antiquair. Dat is niet zonder gevaar voor eigen leven, want hij begeeft zich in de kringen van criminelen of hij stuit op mensen die onuitgenodigd bij hem thuis opduiken, als het moet midden in de nacht.
Met zijn eerste in het Nederlands vertaalde boek laat Rönkä zien dat hij een aanwinst kan zijn, misschien is, op het gebied van de misdaadliteratuur. Mij smaakt het in ieder geval naar meer.

Reacties op: Een onorthodoxe ‘Finse’ speurneus