Advertentie

Joseph O’Neill heeft zijn nieuwe roman, De Hond, gesitueerd in Dubai. Het idee kwam al bij hem op tijdens de afronding van zijn vorige roman, Laagland. Over Dubai had hij al zoveel mensen horen praten en bovendien waren vrienden van hem naar deze stad vertrokken en bleken daar ontzettend veel geld te verdienen. Door dit alles raakte O'Neill door deze stad gefascineerd.

De Hond is een roman over de toename van globalisering, waarin volgens de schrijver, de identiteit van een gemeenschap steeds meer wordt bepaald door de mensen die er werken, dan door de mensen die er wonen en leven. In deze roman leidt dit tot een kille zakelijkheid en ‘holle’ persoonlijke relaties die via de gekozen stijl scherp worden benadrukt. Het grote nadeel van de gekozen stijl is, is dat het ook een grote stempel op de leesbaarheid drukt, waardoor het lezen van de roman een behoorlijk doorzettingsvermogen van de lezer vergt.

De Hond is geschreven in de ik-vorm. De verteller, van wie we de naam niet te weten komen, accepteert een baan als gevolmachtigde voor de belachelijk rijke Libanese familie Batros. Dit aanbod komt de verteller goed uit, daar hij zo aan zijn wraakzuchtige ex-vriendin in New York kan ontsnappen. In Dubai is zijn hoofdtaak “om een oogje te houden op onze holdings, trusts, investeringsportefeuilles, enz.” Daarnaast is hij een veredelde babysitter van de puberende zoon van de oudste Batros broer. Hij verdrijft zijn tijd met het zetten van handtekeningen op papieren waarvan hij de inhoud eigenlijk niet begrijpt. Buiten zijn werk heeft de verteller contact met zijn duikmaatje Ollie, en voor zijn sexuele behoeftes met Mila, een “sexprofessional” bij wie hij een dame voor één nacht kan bestellen.

Verder beleeft de ik-persoon niet zo veel en dit lege bestaan, dat langzaam doorhobbelt, wordt door de schrijver slim geaccentueerd door geen hoofdstukken te gebruiken. De monotoonheid van het leven wordt zo alleen maar sterker benadrukt. Ook emotionele empathie, met echte personen, is de verteller vreemd, wat de schrijver met een prachtig voorbeeld bewijst; een ruzie met mevrouw Wilson is voor de verteller reden om met een pot linzen te gooien. Nadat zij woedend is vertrokken, is zijn enige reactie op het voorval: “Ik veegde de rommel op. Toch voelde ik nog wekenlang soms een linze onder mijn voet. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn voeten in uitstekende conditie waren.” Bovendien toont de schrijver, met een subtiele beschrijving van een inrichting van de entreehal, dat Dubai vooral voor zakelijk en eigenlijk niet voor persoonlijk contact is gebouwd: “Beneden in de entreehal…waar twee zwartleren stoelen speciaal zijn neergezet voor mensen die willen converseren. Een opvallend privégesprek is erg populair in Dubai.”

De schrijver benadrukt de leegheid van het bestaan echter vooral door de gedachten van de verteller te beschrijven. Op zich een goede stijlkeuze maar doordat de ik-persoon veel alleen is en dus veel met zichzelf communiceert, leidt dit tot vele gedachtesprongen. Om deze sprongen te vangen maakt de schrijver veelvuldig gebruik van haakjes. Hierdoor eindigen sommige zinnen met ))))) en bovendien worden zinnen zo ellenlang, waardoor ze in veel gevallen een hele pagina beslaan. Dit maakt het lezen van de roman geen gemakkelijke opgave voor lezers die meer genieten van een fraaie inhoud dan van een fraaie stijl.

Reacties op: Taai verhaal over gevolgen globalisering