Advertentie
    Marvin O. Hebban Recensent

Paul Krüzen, in 1967 geboren in het fictieve dorpje Mariënveen bij de Duitse grens, is enig kind van Aloïs en van Alice Klein Haarhuis. Hij kan niet zo heel goed mee op school. Hij leeft er een eenvoudig kinderleven buiten de dorpskern op de boerderij van zijn ouders. De veranderingen in zijn leven beginnen wanneer hij een jaar of acht is en een Rus met een vliegtuigje uit de Sovjet-Unie ontsnapt. De Rus stort neer achter de boerderij maar overleeft en wordt tijdelijk in het gezin opgenomen. Als de Rus echter weer vertrekt, vertrekt Pauls moeder met hem mee. Ze laat haar gezin koudweg achter voor haar eigen geluk. Pauls vader is gedwongen de zorg voor Paul op zich te nemen, iets waar hij zich nooit eerder mee bezighield. Bijna vijftig jaar later woont Paul nog steeds met zijn vader op de boerderij. Zijn moeder zag hij nooit meer terug, zijn vader is al achteraan in de zeventig en Paul zorgt nu voor hem. In het boek vertelt Paul over zijn vader, maar ook over zijn vriend Hedwiges, net als hijzelf ongehuwd. Hij vertelt over de komst van Chinezen in het dorp, over de ouderwetse winkel van Hedwiges, over hun gezamenlijke uitstapjes naar een bordeel over de grens, en over Rita, niet alleen de patrones van de hopeloze gevallen maar ook de naam van Pauls favoriete prostituee. Tussen zijn negenenveertigste en vijftigste verjaardag nemen nogal wat dingen in het leven van Paul een ongunstige wending en daar is de lezer getuige van.

Tommy Wieringa (1967) groeide op in Geesteren nabij de Duitse grens, dat als decor voor Mariënveen diende. Diverse plaatsen uit het boek bestaan onder een andere naam ook gewoon echt. De gebeurtenissen uit het boek zijn ook deels autobiografisch. Wie in de buurt van Geesteren woont of woonde, zal daarom veel van wat in het boek wordt geschreven, herkennen. Voor de anderen blijft er een mooie vertelling over, niet noodzakelijk herkenbaar, maar toch ook weer wel. De plaats en personen worden fictief, maar zeker voor wie 40 jaar of ouder is en opgroeide buiten de stad, blijft de herkenning enorm groot. Wieringa schrijft immers over een verandering die iedereen heeft meegemaakt: dorpen die als nooit tevoren uit hun voegen barstten en het landschap opslorpten, technologische veranderingen die razendsnel plaats hebben gevonden, een wereld die millennialang was ingedeeld in een stukje Azië, een stukje Afrika, een stukje Europa, strikt afgebakend met weinig interactie tussen de bevolkingsgroepen, en die nu steeds meer een mengelmoes wordt van rassen en culturen. Sommigen gaan hier enthousiast mee om, anderen gelaten, nog anderen met angst of tegenzin. Maar hoe dan ook zal een lezer Paul Krüzens observaties deels ook als de zijne herkennen.

Paul, zijn vader, zijn dorpsgenoten, allen praten ze nogal kortaf, met een typische lokale tongval, die door de auteur treffend wordt weergegeven.

“Dat wordt niet wat,” mompelde Aloïs. Of: “Wat bi-j laat.” Of nog: “Wat vi-j lekker?”


Veel langer worden de meeste gesprekken niet. Maar stille waters hebben diepe gronden en dat is met name zeer erg op Paul van toepassing. Zijn zinnen zijn kort maar hij denkt er des te meer bij. Paul komt soms over als een wat zielig persoon, als een van de weinigen die niet is losgeraakt van zijn geboortegrond en de ouderwetsheid ervan, maar aan de andere kant is hij ook de volhouder, diegene die standhoudt terwijl de boel rondom hem ineenzakt.

Een halve eeuw Paul Krüzen in net geen 300 bladzijden vervat, dat is De Heilige Rita, een boeiende, rijkgevulde roman, een beetje grappig soms, een beetje tragisch op andere momenten. Een beetje toekomstkijken, een beetje terugkijken. Een beetje hoopvol, een beetje nostalgisch. Je moet al heel erg met je kop in het zand geleefd hebben als je in dit boek niet iets terugvindt dat je herkent en dat je aanspreekt.

Reacties op: Herkenbare observaties

1449
De heilige Rita - Tommy Wieringa
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners