Verhalenwevers #18 De roep van het hout

op 11 februari 2018 door

Natascha van Limpt (1990) studeerde archeologie aan de universiteit van Leiden. Ze specialiseerde zich in de antropologie en archeologie van Midden- en Zuid-Amerika.
Na het afronden van haar studie stortte ze zich helemaal op de schrijverswereld. Ze volgde een opleiding tot redacteur en startte begin 2017 als freelance redacteur. Inmiddels voert ze redactiewerkzaamheden uit voor verschillende uitgeverijen en auteurs die hun boek in eigen beheer uitgeven. Met plezier helpt ze ook andere schrijvers hun droom te verwezenlijken.
In het voorjaar van 2016 verscheen haar debuut Schaduwen der Verdoemenis, het eerste deel van de Luotisade-trilogie, bij uitgeverij Zilverbron. Een jaar later kwam het tweede deel uit: Gruwelen des verraads. Het slotakkoord van de serie staat gepland voor het voorjaar van 2018.
Natascha is niet alleen auteur, maar ook een verwoed lezer. Sinds juli 2016 beheert ze de boekenblog Qreative Minds, waarvoor ze met zes andere meiden boeken recenseert, auteurs interviewt en af en toe een artikel schrijft. Je kunt Qreative Minds ook volgen op Hebban.

De roep van het hout

De woorden van Eshe spookten door Aska’s hoofd. ‘Ze denken allemaal dat ze zullen winnen als ze Soma in handen hebben. Terwijl er niets te winnen valt. Het helpt niet om steeds grotere golems te bouwen.’
Ze had gelijk – dat was haar eerste ingeving geweest. Toch begon ze weer te twijfelen. Wat was er van haar terechtgekomen als Noturis haar niet had gered? Dan was ze nog steeds een moordlustig monster geweest. Dat kon ze niet zomaar van zich afzetten. Tot nu toe had hij alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de dreiging van de golems werd ingedamd.
Als verdoofd keek ze toe hoe Eshe zich op de oude man stortte en hem sloeg waar ze kon. Aska kon wel raden wat er door haar heen ging. Haar boosheid omdat haar zoon zo lang van haar gescheiden was geweest, haar verdriet om haar verloren kind, haar pijn omdat de man van wie ze eens hield haar de rug toe had gekeerd… Het stapelde zich allemaal op tot een allesoverheersende wraaklust die ze op de oude steenvorser botvierde.

Drie van Noturis’ handlangers trokken de vrouw aan haar haren naar achteren. Ze gilde, schopte en sloeg. Al die tijd keek Aska verbijsterd toe, niet wetend of ze moest ingrijpen. De vrouw ging zo wild tekeer dat er steengruis van het plafond naar beneden kwam.
‘Hou op!’ schreeuwde Soma. Hij had de naald uit zijn arm getrokken en zich tijdens de commotie uit de greep van de spierbundel geworsteld. ‘We staan toch allemaal aan dezelfde kant!’
Eshe kalmeerde iets, net als de steenvorsers die haar vasthielden. Ze lieten haar niet los, maar worstelden niet langer met elkaar.
Aska merkte dat haar eigen ademhaling was toegenomen. Een knoop vormde zich in haar maag, die steeds strakker werd getrokken – ook toen de mensen om haar heen tot bedaren kwamen. Er stond iets vreselijks te gebeuren. Steengruis daalde ononderbroken op hen neer en ook anderen wierpen verontruste blikken op het plafond.
Eshe rukte zich los en stormde op haar zoon af. Ze omhelsde hem stevig. ‘Soma…’ fluisterde ze. ‘Ik was zo bang dat ik je niet meer terug zou zien…’

Noturis kwam overeind. Zijn neus bloedde, zijn rechteroog zat dicht en Eshes nagels hadden diepe krassen in zijn gezicht achtergelaten. Hij spuugde een klodder bloed op de grond en veegde langs zijn gehavende lippen. ‘Soma is hier niet tegen zijn wil, mevrouw. Hij is hier zelf naartoe gekomen. Ik begrijp uw schrik, maar…’
‘Hij wilde niet dat zijn bloed werd afgenomen,’ viel Aska hem in de rede. Ze kon zich niet langer stilhouden. Er raasde ontzettend veel twijfel door haar heen, maar Soma’s hele houding sprak uit dat er nu dingen gebeurden waar hij niet achter stond. Hij was schuldig aan het feit dat er nu overal houten golems rondliepen, maar ze wilde niet toestaan dat hij met de wetenschap moest leven dat er dankzij zijn bloed ook sténen golems werden gemaakt. Ze kende haar vriend beter dan wie dan ook. Dat schuldgevoel zou hem verteren. ‘Je mag hem niet dwingen.’
De oude man lachte schamper. Hoewel ze dankbaar was dat hij haar van de ergste kwalen had genezen, vlamde er een woede in haar op die haar deed knarsetanden. Hoe waagde hij het om haar uit te lachen, alsof haar woorden geen enkele betekenis hadden! Het was alsof het hele ondergrondse complex met haar mee gromde. Er klonk een knarsend geluid en de grond trilde.
‘Onze tijd raakt op.’ Hij gebaarde om zich heen. ‘De golems trekken door het land en laten een spoor van vernieling achter. Alleen een tegenstander die niet louter uit vlees en bloed bestaat, is in staat om hen het hoofd te bieden. We hebben je nodig, knul. Ik vrees dat ik je niet kan laten gaan. Daarvoor hangt er te veel van je af.’

Mannen verdrongen zich voor de deur, zeker zes. Een van hen stapte naar voren en duwde een mes van obsidiaan tegen de keel van Eshe. De kleur trok weg uit het gezicht van de vrouw.
Aska voelde haar hart in haar keel bonzen. Ze moest iets doen… Maar wat? Ze wierp een schichtige blik door de ronde ruimte. Behalve brandende fakkels aan de wanden was er niets. Kon ze daarmee dreigen? Met vuur? De gedachte dat ze dicht bij vuur moest komen, verkrampte haar binnenste. Ze durfde er niet meer bij in de buurt te komen. Niet meer sinds de dag dat ze bijna was verbrand in de werkplaats.
‘Doe haar niets!’ riep Soma. ‘Ik zal het doen.’ De spieren in zijn gezicht verstrakten. ‘Maar reken maar dat je hier spijt van krijgt.’
Noturis plaatste de spuit weer in Soma’s arm. ‘Spijt is een klein offer als dat betekent dat onze wereld gered wordt.’
Aska kon niets doen. Niet zonder Eshe in gevaar te brengen. Haar ogen schoten door het schemerige vertrek, maar het mes was zo dicht bij Eshes keel dat elke beweging haar einde kon betekenen. Wel trilde de grond nog steeds en nam het kreunen van de aarde toe. Het zorgde ervoor dat Noturis’ medestanders nerveus aan hun kleding trokken, maar het hield hen niet tegen.
Niets hield hen tegen.
Soma keek strak vooruit. Naar zijn moeder, wier lippen trilden van onmacht.

Het was voorbij. De steenvorser sloot het laatste buisje af. Plotseling voelde Aska dat haar huid verhardde, dat haar zintuigen scherper werden.
Een frisse wind streek langs haar gezicht, tussen haar vingers – nee, het waren nu takken – door. De doordringende geur van verse aarde en vermolmd hout drong haar neusgaten binnen.
‘Dood ze,’ klonk een stem, krakend als een oeroude woudreus. ‘Dood ze allemaal.’
Het was de roep van het hout, een stem waar honderden zich achter geschaard hadden. Er waren golems in haar buurt – tallozen. Ze kon geen enkele weerstand bieden aan hun roep. Ze was geen individu meer, ze was een van velen. Een van hen.
‘Dood ze.’
‘Dood ze.’

Het verhaal nadert zijn einde... Zal het goed aflopen met Eshe, Soma, Aska en Claudius? Lees volgende keer verder in Verhalenwevers!

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers #3 Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm Frank Norbert Rieter

Verhalenwevers #6 Soma's tweestrijd J. Sharpe

Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes Anthonie Holslag

Verhalenwevers #8 De droomwever Nielse Hofmans

Verhalenwevers #9 Ygdrasils meesterboom Pen Stewart

Verhalenwevers #10 In het rijk van de steenvorsers Johan Klein Haneveld

Verhalenwevers #11 Het hout onder je huid Oli Veyn

Verhalenwevers #12 Het beste medicijn Stephan van Hugten

Verhalenwevers #13 Van steen Cornelie Moolhuizen

Verhalenwevers #14 Door de barsten in de rotswand Tom Kruijsen

Verhalenwevers #15 Een falende godin Petra Doom

Verhalenwevers #16 Zaad van storm en furie Adinda Volkers

Verhalenwevers #17 Dochter van hout en hart Cathinca van Sprundel



Reacties op: Verhalenwevers #18 De roep van het hout

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Gesponsorde boeken