Advertentie

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm

op 13 augustus 2017 door

Frank Norbert Rieter is opgeleid als literatuurwetenschapper, maar werkzaam als manager. Wie bekend is in het fantasyschrijfwereldje zal zijn naam vast al kennen, want je vindt zijn verhalen al jaren terug bovenin het klassement van de schrijfwedstrijden. Maar het echte succes kwam toen hij, geïnspireerd door Thomas Olde Heuvelt, besloot aan de Coffee Company Short Novel Award mee te doen: hij won de wedstrijd en daarmee een uitgeefcontract.
Daarop volgde de publicatie van zijn roman De dundenker bij Xander uitgevers. Met De dundenker boort Rieter zijn eigen niche aan. Het is een slipstreamroman die zich in een parallel universum afspeelt met eigen wetmatigheden en karakteristieken.
De dundenker is niet de eerste publicatie van Frank Norbert Rieter. Eerdere publicaties verschenen in eigen beheer onder de naam Leviathan. Zo verschenen Het lichte hart van de Mastodont en De tweede man. Beide romans spelen zich af in hetzelfde verhaaluniversum als De dundenker.
In Onze loodgieter vertelt Rieter het waargebeurde verhaal van zijn loodgieter die een pelgrimsreis naar Mekka ondernam. Een veelzijdig auteur dus!
Rieter besteedt veel aandacht aan de psychologische lagen in zijn verhalen, en dat proef je dan ook terug in deze aflevering van Verhalenwevers.

‘Wat willen ze?’ vroeg Eshe, maar ze luisterde niet naar het antwoord dat Claudius gaf want het was  duidelijk wat ze wilden. Ze hadden genoeg van de puinhoop die de wereld was geworden. Ze hadden genoeg van het slachtofferschap. Ze hadden genoeg van de schaarste.
En uit dat beeld van al die rode hemden sprak uniformiteit. En uniformiteit gaf de illusie van saamhorigheid. En saamhorigheid, in welke vorm dan ook, was het antwoord op alle problemen. Saamhorigheid gaf macht. En macht was de grote witwasser. Macht was een drug, de instigator voor een roes waardoor je stopte met nadenken en stopte met je zorgen maken. Een drug die je al je zorgen liet vergeten.
Eshe kon alle lessen over saamhorigheid en macht nog zo opdreunen. Alle stanza’s van de strijd die ze ontvlucht was. Om in Breza te ontdekken dat alle lessen waar geweest waren. Alle wetmatigheden over landen in beroering en hoe mensen in hun drang naar strijd en heilplaatsen zoeken – een recursief proces. Stanza zeventien.
Ze schudde de herinnering van zich af.
Claudius zweeg. Hij keek haar inschattend aan. Die blik kende zij van hem. Altijd afwegend of wat de ander zou doen voldoende in zijn eigen plannetjes zou passen.
Eshe tartte zijn blik. Ze keek hem zonder met haar ogen te knipperen aan. Fel tuurde zij met opengesperde ogen. Eshe wist wat zij deed. Zo kon hij haar ziel lezen. Zij had niets te verbergen – hij wist het en hij zou herinnerd worden aan wat hij had gedaan. Hoe hij in zijn eigen leugens verstrikt was geraakt. En dat zij hem nooit zou vergeven.
Hij zou als eerste wegkijken, wist ze, maar tot haar verbazing hield hij het spelletje lang vol. Hij neeg naar voren. De spieren rond zijn ogen waren ontspannen.
‘Ik ben er niet goed in,’ zei hij. ‘Maar ik wil graag de waarheid vertellen. Ik heb je hier niet heen gehaald om je opnieuw te bedriegen. Niet om je opnieuw pijn te doen. En zelfs niet om iets goed te maken.’
Hij keek weg. Sloot even zijn ogen.
‘Wat wil je dan?’ vroeg Eshe. Ze vreesde zijn antwoord. Soma. Ongetwijfeld zou hij misplaatste vadergevoelens etaleren. Zijn verantwoordelijkheid proberen te nemen.
‘Zelfs het lot van Soma interesseert me niets,’ zei Claudius.
Eshe verstarde. Voor haar stond de Claudius die ze kende. Koud en berekenend. Technocratisch. Maar hij was opener en eerlijker dan ze hem ooit had meegemaakt. Zijn liefdeloosheid – ze haatte hem erom, maar nu hij het uitsprak ebde haar woede even weg, als de zee die zich terugtrok en het strand zichtbaar liet. Over zee waren ze ooit gekomen. Bijna van dorst omgekomen, spoelden ze aan. Zoveel water, zoveel dorst. Zoveel liefde, zoveel haat.
‘Hij is alles waar ik voor leef,’ zei Eshe. ‘Mijn Soma.’
‘Daar reken ik op,’ zei Claudius. ‘Want jij gaat hem vinden en terughalen.'
Zeker zou ze hem vinden. Eshe wilde niets liever en het was precies wat ze zichzelf had voorgenomen. Maar dat het was wat Claudius van haar vroeg maakte haar voorzichtig. Wat was het addertje onder het gras?
Claudius vervolgde zijn zin alsof hij niets merkte van haar aarzeling. 'Jij gaat ervoor zorgen dat wat hij in zich draagt niet verloren gaat.’
Ze vermoedde meteen waar hij het over had – hoe lang het ook geleden was.
‘Geloof je daar nog steeds in,’ zei ze schamper. ‘De kracht van zaden! Van alles wat we achter ons gelaten hebben… Weten de Witten dat jij je oude geloof nog steeds niet hebt afgezworen?’ Ze liet haar ogen dwalen over de vloer van marmeren platen. Strak en voegloos gelegd, waardoor geen mos of onkruid kans kreeg om te groeien.
Claudius schudde zijn hoofd. ‘Het heeft niets met geloof te maken. Ik zie het inmiddels als stromingen. Innovatie en sublimatie. Transformatie en adaptatie. De Witten hebben doorgebouwd op de neofiele traditie van maakbaarheid. Hout als grondstof, dood materiaal dat je kan vervormen en naar je hand zetten. Wij – ja, ik zeg bewust wij – hebben hout altijd gezien als levend materiaal. We werkten in de neofobe traditie van de bio-dynamica. Wij hebben op hout geklopt omdat we wisten dat er geest in zat. Wij hebben de sappen horen stromen. Met geloof heeft het niets te maken. Het heeft zelfs niets van doen met onze oude stanza’s. Wat ik voorsta is een nieuwe orde. Een synthese van twee tradities.’
Eshe had er genoeg van. Het was zoals het vroeger al was. Hij sprak veel, maar zei weinig. Even had hij de schrale waarheid laten zien, maar meteen werd wat hij zei door woorden verbloemd. Vol vuur gesproken, maar inhoudsloos.
‘Wat wil je nou eigenlijk zeggen?’
Claudius zuchtte. ‘Ik zal het je laten zien.’ Hij greep naar zijn been en rolde zijn broekspijp op. De houten prothese werd zichtbaar. Er viel in eerste instantie niets aan te zien. Maar toen hij haar helemaal had blootgelegd, werd de aanhechting bij de knie zichtbaar. Waar ooit een moeizame verbinding was ontworpen met leren banden en houten gespen, was nu het hout met het vlees vergroeid. Wortels en scheuten draaiden zich in spieren en pezen. Het geheel vormde een hechte, functionerende massa.
Eshe hield haar adem in. De versmelting van hout en vlees. Ze had dat ook in de golem gezien; hoe Aska daarin gevangen was. Hoe het een harnas had geleken, maar ze met het hout vergroeid was.
Soma – had ze gezegd. Dat Soma haar dat had aangedaan.
Claudius klopte op zijn been. ‘Er zit leven in.’
Eshe draaide zich van hem af. De mannen met bogen, hoog op de muur, hielden zich stil alsof zij standbeelden waren. De hitte die de stenen van het paleis overdag opnamen gaven een constante warme straling af, ook in dit kille uur, terwijl de wind sneed. Eshe keek in de verte. Daar lag het stedelijke gebied, de industriële zone, waar rookpluimen uit opstegen. Vuur van de brandende fabriek? Of gecontroleerde haarden voor het harden of buigen van houten platen?
Waar verschool zich in dat landschap het leger van bloedhemden – van parasieten?
Eigenlijk maakte het haar niet uit wat Claudius precies voorstond, wat zijn gewrochte plannen waren. Na al die jaren wilde hij blijkbaar weer even wat zij ook wilde. Soma vinden. En hem behouden thuisbrengen.
‘Wat kan ik doen?’ vroeg Eshe.
Claudius legde zijn hand op haar schouder. ‘De zaden,’ zei hij. ‘Het is allemaal begonnen met de zaden.’
De warmte van zijn hand en de broeierige hitte van de plavuizen van het paleis raakten Eshe onaangenaam. De zee van haat die zich even had teruggetrokken spoelde weer over het strand. ‘Denk niet dat ik ooit vergeet wat je gedaan hebt.’
‘Nee,’ zei Claudius. ‘Dat mag je nooit vergeten. Niets van wat ik heb gedaan.’ En hij kuste haar zachtjes op haar achterhoofd.

Het scherende geluid van een pijl klonk door de lucht. Nog geen kreet, slechts een gestokte ademtocht. Eshe handelde uit een reflex. Sneller dan haar gebrek aan training van de afgelopen jaren rechtvaardigde. En terwijl ze handelde dacht ze aan de dag dat Claudius en zij de zaden aten tijdens een ritueel in het lang verlaten en verzonken Ulm. De vraag schoot door haar hoofd en boorde zich pijnlijk in haar bewustzijn, zonder cynisme, zonder ontkenning. Wat was het effect van die zaden geweest? Op haar, op Claudius, op hun vrucht? Was dat waar hij op doelde met zijn verhandeling? Maar lang gunde zij zich geen tijd om een antwoord te formuleren want haar lichaam was instinctief in beweging gekomen. Weg van de pijlenregen, weg van het gevaar.

Hoe zal het verder gaan met Eshe, Soma en Claudius? Wij vinden het erg lastig om daar weer twee weken op te wachten, jullie ook? Val je nu middenin het verhaal en wil je weten hoe het begon, dan vind je hier alle voorgaande afleveringen van het vervolgverhaal:

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers 3# Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool



Reacties op: Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Frank Norbert Rieter

Frank Norbert Rieter

Ik ben schrijver. Van romans, theaterteksten, moordspellen, gedichten, songtekst...