Lees dit lied! Op een boerenbruiloft met Suske en Wiske

op 15 mei 2019 door

In april lazen we met zijn allen – of toch met velen – eens iets anders. En zo las ik Pieter Bruegel De biografie door Leen Huet. Het is een non-fictieboek dat het leven en werk van Pieter Bruegel ‘de Oude’ uitgebreid beschrijft. Het gaat echter over veel meer dan dat. Ook zijn tijdgenoten, de politiek en de religie van de 16e eeuw komen uitgebreid aan bod. 

e8fe4df3f5994e2ae90dbbf5c85ad862.jpgHet boek verscheen al in 2016, maar 2019 is eigenlijk ideaal om het te lezen, dit jaar herdenken we immers dat Bruegel 450 jaar geleden gestorven is, in 1569 dus. Of en hoe dit in Nederland beleefd wordt, weet ik niet, maar in Vlaanderen zijn er momenteel tal van tentoonstellingen, wandelingen, fietsroutes… om deze meester van de schilderkunst nog eens voor het voetlicht te plaatsen. Wie het boek in de maand mei leest, heeft er direct een link naar de actualiteit bij. 

Het hele boek overlopen, zou ons te ver leiden, dat lukte ook al niet in mijn recensie, maar er een paar leuke of interessante dingen uithalen die passen bij de liedjes, dat kan natuurlijk wel. 

Wie was Pieter Bruegel?

Een groot schilder natuurlijk, maar hij zal altijd ook wel een mysterieus man blijven. Op de vragen wie hij echt was en wat hij dacht, bijvoorbeeld over de katholieken versus de hervormers en dus ook over de Spanjaarden versus de geuzen, hebben we eigenlijk geen antwoorden. Ook zijn kunstwerken, die barsten van de symboliek, geven op dit vlak hun geheimen niet prijs.

Zelfs over zijn geboorteplek en -datum zijn we niet zeker. We weten natuurlijk wel dat hij schilderde in Brabant, en dat was in de 16e eeuw echt het hart van het Bourgondische en Habsburgse rijk. Brabant strekte zich toen nog over onze landsgrenzen uit (denk in grote lijnen aan de provincies die nu nog Brabant in hun naam dragen en aan de provincie Antwerpen). Er waren vier grote kernen: Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s Hertogenbosch. Misschien werd de schilder geboren in de buurt van Breda, in een dorp met de naam Breugel. Het kan ook dat zijn naam verwijst naar een geboorteplaats in Grote Brogel bij Bree in Belgisch Limburg. Eigenlijk weten we het niet. Wanneer hij is geboren, is ook niet duidelijk, dat zou ergens tussen 1521 en 1526 kunnen zijn – op de achterflap van het boek wordt ‘1525?’ vermeld.

Antwerpen

Wat weten we dan wel? Hij werd  meester in de Antwerpse Sint-Lucasgilde in 1551/1552. En we weten ook dat hij – naar goede 16e eeuwse gewoonte –  voor twee jaar op studiereis ging naar Italië om daarna weer te keren naar zijn thuisbasis Antwerpen.

Dat weten ze in die stad ook – ’t stad, zeggen ze daar – en tot een aantal jaar geleden kon je er ook een pintje gaan drinken – een bolleke Koninck is nog waarschijnlijker – in Café Breugel. En laat daar nu een lied over bestaan!

De Antwerpse bard, Wannes Van de Velde, ons jammer genoeg al ontvallen in 2008, zong over dit café op de hoek van de Breugelstraat met de Lange Leemstraat. Aan de muren hingen reproducties van zijn werken Jagers in de sneeuw, Bruiloftsmaal, Bruiloftsdans en Blinden. Ga niet naar het café op zoek, het bestaat niet meer, het werd afgebroken. Wil je in het Antwerpse toch klinken op de schilder, dan kun je terecht in Hoboken, in Mortsel, in Merksem, in Schoten… waar je kroegen vindt met namen als Café Breugel of Den Breughel. Het Café Breugel van Wannes Van de Velde mag er dan wel niet meer zijn, in dit lied blijft het gelukkig bestaan. En de reproducties? Die hangen nu in de parochiezaal van de Antwerpse Sint-Andrieswijk.

In café Bruegel snijdt de jukebox
door het doedelzakkenleer
zingen zuipers in gekraakt Amerikaans
De gravuren aan de muren
tonen koel en eigenwijs
hetgeen de meester ons vertelde in het Vlaams
en in andere vreemde talen
Spaans, Arabisch en Sanskriet
z'n penselen boorden gaten in de tijd

Meester Bruegel kom maar binnen
in de lichten van de kroeg
laat de wereld nou maar slapen
zet je bij de ploeg

Boven de flipperautomaten
stappen jagers door de sneeuw
met een meute magere honden aan hun zijde
En de bruiloft met de vlaaien
hangt geduldig in de rook
zoals een haring in een haringrokerij
Zo vervagen traag de boeren
die daar dansen hand in hand
met bewegingen bevroren in de tijd

Meester Bruegel kom maar binnen
in de lichten van de kroeg
laat de wereld maar vergelen
zet je bij de ploeg

In de maat van de seizoenen
vloeit de tijd als een rivier
langs de tafels en de glazen en de wijn
En de gloed van café Brueghel
is een baken in 't getij
veilige haven zonder spleen en zonder pijn
't is de schijn van een illusie
die al lachend zal vergaan
onder 't schetteren van jukebox en schalmij

Meester Brueghel kom maar binnen
in de lichten vn de kroeg
laat de blinden maar verzuipen
zet je bij de ploeg

Dulle Griet

a6364deef16389ca83a37c79e7811f68.jpg

In zijn Antwerpse periode schilderde Bruegel onder meer Dulle Griet. En dat kwam goed uit, zo ging ik in april niet alleen vreemd met non-fictie, ik haalde er ook een paar strips van Suske en Wiske – Seefhoek vooruit! – bij. Misschien herinneren jullie je nog dat ik wat hulp kreeg bij het zoeken naar de juiste exemplaren.

In De Dulle Griet beleven Suske en Wiske een heel avontuur wanneer professor Barabas de Dulle Griet van het schilderij van Bruegel levend maakt om haar vragen te stellen over het hoe en waarom van het oorlogvoeren. Een makkelijk interview met Griet is het niet geworden, ze liet zich ook van haar dulle – kwaaie – kant zien en zelfs het onschuldige Schanulleke was in groot gevaar. 

8568a1bba146afe47f0bf62d30e91cbc.png

Weet je trouwens dat Schanulleke eerst Schalulleke heette? Dat is Antwerps voor een lente-ui, maar de naam bleek niet geschikt toen de reeks ook uitkwam in Nederland. Het popje kreeg meerdere namen, en in meerdere albums werden daar ook verschillende voorgeschiedenissen over verteld, maar het werd uiteindelijk Schanulleke. Meer weten

Veel van Bruegels werk hangt in het buitenland, maar Dulle Griet is te bewonderen in Antwerpen. Net als Suske en Wiske kunnen we terecht in Museum Mayer van den Bergh, maar wij kunnen het recent gerestaureerde werk in al zijn vernieuwde kleurenpracht gaan bekijken. En er valt heel veel te bekijken.

Leen Huet geeft dit werk uit 1563 een ereplaats in haar boek. Ze vertelt niet alleen over hoe het schilderij in Antwerpen terechtkwam dankzij Fritz Mayer van den Bergh en dat hij daarmee ook Bruegel herontdekte in de 19e eeuw. Ze beschrijft dit werk ook heel grondig. Dulle Griet is een woeste, rovende vrouw met harnas die als een reuzin in een angstaanjagend tafereel rondloopt. We zien de muil van de hel, plunderende vrouwen, soldaten, monsters, vreemde wezens en rare gebouwen. We kijken naar een omgekeerde wereld waarin een vrouw de baas is. Het doet denken aan carnaval, een thema dat Bruegel graag schilderde. Het doet ook denken aan Jeroen Bosch. Zijn tijdgenoten beschouwden hem ook als dusdanig: de nieuwe Bosch. Wij associëren Bruegel vooral  met boeren en het boerenleven, maar zijn tijdgenoten beschouwden hem vooral als een schilder van de hel (Huet, pag. 23):

de ultieme omgekeerde wereld omdat niets er ooit nog goed kan komen

Dulle Griet komt allesbehalve overeen met het gangbare beeld van een vrouw als goede echtgenote en moeder. Dit is het beeld van een vrouw die angst en afkeer opwerkt - en dat deed zelfs Bosch hem niet voor.

Brussel

3d7eb8f173e512881f26c57aeda4b114.jpg6aacbe3bda20532b0fec0e926b2ae44c.jpgIn 1563 huwt Bruegel met Mayken Coecke en hij verhuist hij van Antwerpen naar Brussel. De schilder zorgde voor wat extra inkomen door een populair thema te verwerken in een schilderij: De toren van Babel. Een tweede, maar andere en kleinere versie die hij van het thema maakte, hangt sinds 1958 in het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. We kennen allemaal het verhaal over de spraakverwarring, maar in Bruegels tijd kreeg dat nog een extra betekenis. Er waren lutheranen, calvinisten en katholieken. Allemaal christenen, maar niemand begreep elkaar nog, iedereen was overtuigd van zijn eigen gelijk. Dit tumult leidde in 1566 tot de Beeldenstorm – waar Brussel als enige stad in de Nederlanden aan ontsnapte – en net in die periode maakte Bruegel de werken met boerentaferelen waar hij in onze tijd zo bekend voor staat.  

d7f906f4fe5529a2741e5e3a848f2de9.png9f1d2c98bd589a4f189741ae7e175944.jpg

In Het Spaanse spook worden Suske en Wiske in de setting en tijd van het schilderij Het Bruiloftsmaal geflitst. De Spaanse bezetting was volop aan de gang en de hertog van Alva was naar onze streken gestuurd om de beeldenstormers te bestraffen. Misschien is het niet vreemd dat Bruegel net toen idyllische taferelen afbeeldde van feestende mensen ver weg van het oorlogsgeweld…  Wie het werk wil zien, moet naar het Kunsthistorisches Museum in Wenen, maar een kopie van de hand Pieter Brueghel de Jonge hangt dichterbij, in het Museum voor Schone Kunsten in Gent (foto) - hij heeft trouwens erg veel kopieën naar zijn vaders werk gemaakt, de vraag ernaar was erg groot

Wannes Van de Velde laat Pieter Bruegel eeuwen later zijn stad nog eens bezoeken in dit lied. Een herrezen Bruegel vindt de weg naar zijn wijk en zijn woning in de Hoogstraat terug. Kijk en luister hier naar Pieter Brueghel in Brussel.

In dit lied valt spijt/kritiek te horen over hoe het Brussel is vergaan. De Spanjaarden zijn verdwenen, maar veel Vlaams (Brabants) valt er niet meer te horen in de stad, die is ondertussen verfranst.

Pieter Breughel de Oude
Zou opstaan uit de dood
Voor de wereld te aanschouwen
Was bloed nog zo rood als karmijn?
Zou er nog oorlog zijn?

Aleerst ging hij naar Brussel
Naar zijn atelier
En hij nam zijn bussel penselen
En wat houtskool mee
Naar zijn Brabantse stee

Hij was nog niet vergeten
Waar dat zijn woonhuis was
Het was wel wat versleten
De memel woonde in zijn kast
Kapot was 't vensterglas

Eerst vroeg hij aan de mensen:
"Is Spanje hier nog baas?
Leeft ge naar eigen wensen
Zijn ze nog even dwaas in ons land
Of kregen ze verstand?"

De mensen wilden Breughel
Zijn Brabants niet verstaan
Dus is hij stil en treurig
Naar een café gegaan
Die daar in zijn jeugd al had gestaan

Hij vroeg in 't zuiver Brabants
De kastelein om drank
Maar de patron die zei:
"Pardon je ne comprend pas Flamend
Emmerdant, dans le coeur du Brabant"

Pieter Breughel de Oude
Die dacht 't is weer zover
Dat ze hier de Geus nog brouwen
Da 's fijn, maar dat het in het Frans nu moet zijn
Dat vind ik een groot chagrijn

Het Spaans is nu verdreven
Uit ons klein vaderland
Maar nu hebben we verkregen
Het Frans aan de Marollenkant
Dat is boven mijn verstand

Piet Breughel is dan droevig
Terug naar zijn graf gegaan
Nadat hij op zijn kamer
Een heel klein maar een fijn schilderij
Vol kleur had doen ontstaan

En daarop stond geschilderd
Een Vlaming in 't gevang
Het gevang van zijn complexen
De sleutel ligt erbij aan zijn zij
Doe open maakt hem vrij

Herinneringen aan het roemrijke Vlaamse verleden komen ook aan bod in De Krimson-crisis van Suske en Wiske. Grote figuren, onder wie kunstenaars, komen onze helden helpen in hun gevecht tegen Krimson die van alle mensen volgzame, onnadenkende en willoze robots wil maken. Ook Pieter Bruegel kreeg een gastrolletje. Dit erg Vlaams-getinte album is trouwens het enige dat niet vertaald werd in het Frans: de Franse strip 215 bevat twee kortverhalen.

Viel het jullie op: Pieter Breughel in Brussel? Dat we zijn naam soms met 'eu' schrijven in plaats van met 'ue' heeft wellicht te maken met hoe we zijn naam uitspreken. Maar Pieter Bruegel had eerst een extra ‘h’ in zijn naam en liet die vallen in 1559. Het was belangrijk jaar voor hem en volgens Leen Huet vereenvoudigde hij zijn naam omdat het zijn handtekening krachtiger maakte. Later veranderden  zijn twee zonen, Pieter II en Jan, die ook succesvolle schilders waren in Antwerpen, hun familienaam opnieuw in Brueghel. Vandaar natuurlijk de verwarring, maar de naam van ‘de Oude’ schrijven we zonder 'h' en met 'ue'.

Uitsmijter

Hoger staat het al, Bruegel werd in de 19e eeuw herontdekt. Blijkbaar werd Rubens eeuwenlang beschouwd als de grootste meester in de schilderkunst in de Nederlanden. Hij overschaduwde iedereen die voor hem kwam. Gelukkig maar dat dit veranderd is, want onze kleine landjes hebben op het vlak van schilderkunst toch altijd al veel te bieden gehad.

Op het eind van het boek wijdt Leen Huet een heel hoofdstuk aan Bruegel als inspiratiebron voor latere kunstenaars. Niet alleen Suske en Wiske komen aan bod, ook grote schrijvers zoals Baudelaire en Van Ostaijen, maar ook filmmakers en musici.

cfc05a938e999c907b916c546142c23e.jpg36e6949b51d02dcb81e4eeb66ac94446.jpgOok vinden we Bruegels werk terug op onder meer op het album Fleet Foxes van Fleet Foxes (De spreekwoorden) en op Greatest Hits van Black Sabbath (De triomf van de Dood). Op de binnenkant van Bridges to Babylon van The Rolling Stones zou De toren van Babel staan – wie me die link kan bezorgen, maakt me blij.

En jij?

Lees je wel eens non-fictie? Of stripverhalen? Ken je het werk van Pieter Bruegel de Oude? En/of doe iets in het teken van de herdenkingen naar aanleiding van zijn overlijden 450 jaar geleden? Enne, welk van de twee liedjes van Wannes Van de Velde vind je het mooist? 

Tot een volgend lied

Zoek je eerdere liedjes? Kijk dan in onze inhoudstafels van 2018 en 2019.

Tekst: Ine

Banner: Natalie van den Dobbelsteen

Bronnen:

  • Leen Huet Pieter Bruegel De biografie, uitgeverij Polis, 2016, 435 blz.
  • Wikipedia en Wikimedia Commons
  • YouTube
  • Eigen afbeeldingen
  • muzikum.eu (liedjesteksten)



Reacties op: Lees dit lied! Op een boerenbruiloft met Suske en Wiske

Meer informatie

Gerelateerd