Puur genieten van Suikerspin samen met Angèle

op 26 januari 2019 door

Erik Vlaminck is echt wel één van mijn favoriete auteurs op dit moment. Zijn laatste roman was De zwarte brug uit 2016, hoewel er nog een aantal publicaties van hem volgden, onder andere 2 bundels van brieven van Dikke Freddy, de korte novelle Wattman waarop een toneelstuk werd gebaseerd en het heel dunne boekje Kleretijd, een kruising tussen een novelle en archiefstukken uit het boerendorp Lillo, en schreef hij ook een bijdrage voor de verhalenbundel Zo zondag voor de Wablieft-reeks. Eén van zijn meest succesvolle romans was Suikerspin uit 2008, een verhaal waarvan een aantal bekende personages in de roman Brandlucht (2011 ) en de novelle Miranda van Frituur Miranda (2013) terug opduiken.

Vlaminck is een rasechte verhalenverteller, theatermaker en momenteel voorzitter van de organisatie Pen Vlaanderen.  In zijn volkse verhalen gebruikt hij ook het Vlaamse idioom en typische Vlaamse uitspraken die goed passen bij de personages die hij ten tonele voert. Het was dan ook wel spannend dit boek samen te lezen met Angèle, een Nederlandse recensente hier op Hebban. Toen ik 2 pagina’s had gelezen van het boek, vroeg ik me af of Angèle er wel voldoende van zou begrijpen eerlijk gezegd...  ;-) Ik vond deze keer onze buddyread dus best spannend omdat ik Vlaminck zelf zo graag lees en benieuwd was naar wat een nog niet met hem bekende Hebban-recensente met een buitenstaander-blik van dit boek en het taalgebruik zou vinden! Ik laat jullie graag mee uitzoeken wat Angèle er van vond!

 ae1548b81618b2512980d6eaad0b1065.jpg

Waarover gaat dit boek?

Het is 1908. De eigengereide kermisexploitant Jean-Baptist Van Hooylandt weet de hand te leggen op een Siamese tweeling, die hij op Vlaamse kermissen tentoonstelt in een ‘rariteitenkabinet’, een fenomeen dat in die tijden nog wel eens op kermissen opdook. Het mensonterende bestaan waartoe hij de zusjes Joséphine en Anastasia dwingt, laat diepe sporen na. Honderd jaar later zijn de gevolgen nog altijd merkbaar in de lotgevallen van het nageslacht van Van Hooylandt. Ook komen de kleinzoon van Van Hooylandt, Arthur, en diens zoon Tony Van Hooylandt om beurten aan bod in het boek, zodat er ook een link met hun levens zoveel jaren later in het heden wordt gelegd.

ae1548b81618b2512980d6eaad0b1065.jpg

 

Hoe Angèle dit boek en zijn personages beschreef:

Suikerspin van Erik Vlaminck is beslist geen ‘gesuikerd’ verhaal, niet van ‘wie zoet is, krijgt lekkers’. Het tegendeel. Het is ruw, rauw, hard en schrijnend. Ook wie zoet en aardig is, krijgt in deze aangrijpende roman veel narigheid op zijn bordje. Dan denk ik bijvoorbeeld (ik ga van heden naar meer in het verleden) aan Tony Van Hooylandt. Hij is een zachtaardige jongeman, een vriendelijke schoolmeester, altijd bezorgd om zijn vader Arthur Van Hooylandt; Tony doet al het mogelijke om zijn vader van wie hij denkt dat hij ze niet allemaal meer op een rijtje heeft, te helpen, maar wordt intussen door zijn vriendin bestolen, bedrogen en ten slotte berooid achtergelaten.

Een ander voorbeeld van iemand die op een voetstuk gezet zou moeten worden, maar toch niet ontkomt aan een brute verkrachting, is Anna Lambaerts. Zij komt uit de wereld van kermisreizigers. Wanneer zij erachter komt wat een buitengewoon slechte behandeling de Siamese tweeling, Joséphine en Anastasia, krijgt, doet zij al het mogelijke om het lot van de tweeling te verzachten. Zij voedt hen bij met goed eten, zorgt ervoor dat de meisjes betere behuizing krijgen, zachtere bedden waardoor hun rugpijn enigszins verlicht wordt, en zij houdt ‘de zogenaamde voogd’ Jean-Baptist Van Hooylandt in de gaten. Hierin wordt zij bijgestaan door vader Henri die zich het ellendige lot van de tweeling ook zeer aantrekt. Vader Henri en dochter Anna zouden als zij nu geleefd hadden, zeker een lintje gekregen hebben voor hun onbaatzuchtige hulp aan noodlijdenden.

Last but not least: Joséphine, die dank zij de uitermate wrede behandeling van Jean-Baptist niet ouder werd dan 19 jaar, is de intelligente helft van de Siamese tweeling. Zij kan lezen en schrijven wat op zich al bijzonder was in de tijd waarin zij leefde (1893-1912), haar zusje komt niet verder dan wat lachen en af en toe meezingen. Waarom ik Joséphine tot de categorie helden reken, is dat zij ondanks al het leed dat haar aangedaan wordt, haar geloof weet te behouden. Wanneer buiten haar wil om de gedachte in haar opkomt hoeveel gemakkelijker haar leven zou kunnen zijn als ze gescheiden wordt van haar zusje (Joséphine is degene met gevoel in de buik en benen; zij zou kunnen lopen als ze niet door de tegendraadse beweging en het gewicht van haar zusje wordt tegengehouden.), voelt zij zich schuldig en een zondares. Het liefst zou ze gebiecht hebben!

Anna, Henri, Joséphine en Anastasia, mensen die een beter lot verdiend hadden!

Reactie van Nathalie:

Het is zo mooi dat je deze fijne karakters er direct uithaalt, Angèle! Ook voor mij waren deze personages diegenen waar ik het meest mee sympathiseerde natuurlijk. De sterke personages zijn duidelijk ook de vrouwen in deze roman, Anna die zo veel mogelijk doet wat in haar macht ligt om een beetje menslievendheid te tonen in een tijd waarin Siamese tweelingen toch nog een soort goddelijke lotsbestemming opgeplakt kregen en tegelijkertijd heel weinig kansen, ziet de beide meisjes ondanks alles als personen. En Joséphine die op haar beurt ondanks alles soms wat hoop en moed laat doorschemeren op een beter leven.  Laat ons niet vergeten dat het eerste pleeggezin de meisjes toch ook een hele tijd in verzorging en een redelijk goede opvoeding  voorzagen, waarvan vooral Joséphine ook nut van had.  Dat ze dan in een verschrikkelijke situatie terechtkwamen omdat deze 2 volwassenen er vandoor gingen (Waarom eigenlijk? Naar het buitenland?), is natuurlijk des te schrijnender.

De spil(n) in het web die de tweeling in zijn macht heeft, is wel het slechtste karakter dat ik al heb meegemaakt in de boeken van Erik Vlaminck, denk ik: Jean-Baptist Van Hooylandt. Natuurlijk sleurt hij zijn zware jeugd mee in zijn leven, maar de onmenselijkheid, het onvermogen tot empathie, dat hij zijn gehandicapte broer zowel als de tweeling uitbuit en kapot maakt, komt zo tot uiting in deze afschuwelijke figuur dat je blij bent als hij door anderen wordt achter gelaten en hem in zijn eigen sop laten gaar koken.  Zijn nakomeling Arthur Van Hooylandt behoort ook niet tot de meest sympathieke mensen die je je kan voorstellen, toch is hij ietsje menselijker en herkenbaarder volgens mij; ook is hij wat minder achterlijk dan zijn grootvader, door langer school te kunnen lopen is hij natuurlijk net wat slimmer kunnen worden. Hoe zou Angèle eigenlijk over die mannen denken?

ae1548b81618b2512980d6eaad0b1065.jpg

Angèle: Degene die de wereld om zich heen verziekt tot misselijkmakend toe, die iedereen die op zijn weg komt, misbruikt en kapot maakt, is Jean-Baptist Van Hooylandt. En uitgerekend de man die zoveel leed op zijn geweten heeft, wordt niet gehinderd door een geweten en krijgt bij leven nog niet eens zijn verdiende loon! Hij heeft een ellendige jeugd, is het tiende kind in het gezin, wordt op zijn achtste aan het werk gezet in een uitermate ongezonde omgeving wat hij door louter toeval vaarwel kan zeggen omdat de kermisreiziger Romers met zijn vader weet te regelen dat hij hem mee kan nemen. Van de kermisreiziger leert hij het vak ‘fenomenen’ showen. Ook weer door een ‘gelukkig’ toeval komt hij in het bezit van de woonwagen en lastwagen van de vermoorde Romers. Vanaf dat moment is niemand meer veilig voor Jean-Baptist, niet zijn eigen ongelukkige broertje, niet de vrouw met de baard, en helemaal niet de Siamese tweeling.

Deze gewetenloosheid en bijna achterlijkheid lijken ook bezit genomen te hebben van Arthur van Hooylandt. Nooit en te nimmer is het bij hem opgekomen dat zijn grootvader honderdtachtig graden anders is dan hij altijd gedacht heeft en denkt. Hij vertoont zonder het te weten hetzelfde gewetenloze en misdadige gedrag als zijn grootvader Jean-Baptist. En als hij de kans zou krijgen zou hij ook tot een moord in staat zijn op degene die hem een loer gedraaid heeft. Zijn geweer is al geladen.

Nathalie: ‘Hoe zou de verteller eigenlijk zo goed op de hoogte zijn van dit verhaal’, vraag je je soms wel eens af bij een roman toch? Net als in De zwarte brug laat de auteur zichzelf opdraven op een hooglijk amusante zelf-relativerende manier op de momenten waarop hij onderzoek doet naar zijn verhaal. Maar zou Angèle hem herkend hebben net als ikzelf; ik herken ditzelfde procedé namelijk al uit De zwarte brug en zijn roman fleuve Het schismatieke schrijven (6-delige romanreeks) ? Ik ben eens benieuwd… (geamuseerd)

ae1548b81618b2512980d6eaad0b1065.jpg

Angèle: Tegen de tijd dat hij (Arthur) platzak, berooid en zonder enige toekomst is en zijn leeggehaalde draaimolen nog de ganse dag laat draaien, komt een “creatuur ineens ongevraagd in zijn hangar”. “Een pierewaaier met een nagemaakte stoppelbaard waar meer scheerwerk aan is dan aan een volwassen beukenhaag, en met grijs haar tot over zijn oren en, zoals gezegd, met een gebleekte Texasbroek aan zijn gat. Aan zijn grijzigheid te zien was hij, juist zoals ik, kort na de oorlog gemonteerd.” Een boekenschrijver die onderzoek doet naar Jean-Baptist Van Hooylandt. Na wat over Erik Vlaminck gelezen te hebben, was ik er zeker van dat de schrijver hier zich zelf laat opdraven in zijn roman. Knappe vondst!

Het is deze boekenschrijver (de schrijver laat Arthur het volgende over “die bosaap van een schrijver” denken: “Weer dat dwaze gezicht. Zoals ik al zei, geleerd misschien wel maar zeker niet slim.” Prachtig geval van ironie! Hier blijkt het grote talent Vlaminck.) die met een kopie van het gazettenartikel over de dood van de tweeling in 1912, langzamerhand bij Arthur een vermoeden doet opkomen dat zijn grootvader niet de held was die hij dacht. En wanneer Arthur door toedoen van deze bosaap uiteindelijk de hele waarheid verneemt over zijn grootvader Jean-Baptist, zijn we op de laatste bladzijde aangekomen.

Nathalie: Net als in andere boeken van hem dient Vlaminck je inderdaad een mokerslag toe op de laatste bladzijde van zijn boek…  Net als in De zwarte brug, en de prachtige novelles Angelique en Miranda van Frituur Miranda houdt de auteur je in spanning over hoe alles nu werkelijk in elkaar steekt en laat hij de mooi uitgetekende verhaallijnen prachtig in elkaar vloeien. Zijn verhalen tonen ook altijd verschillende sociale situaties waarin de personages leven: dit keer doet hij het verhaal van de volkse kermiswereld uit de doeken, met zowel uitspattingen aan de verkeerde kant als de solidariteit waarvan Anna Lombaerts en haar vader, en nog anderen getuigen.

ae1548b81618b2512980d6eaad0b1065.jpg

Angèle: Vlaminck heeft in deze roman tot het einde toe de spanning erin weten te behouden op een zeer geraffineerde manier. Door steeds te wisselen van perspectief en sprongen heen en terug te maken in de tijd is de roman zowel boeiend als spannend; trieste en gruwelijke gebeurtenissen worden afgewisseld met tragikomische situaties. Was het niet zo dat je het boek af en toe moet laten rusten omdat het je allemaal te veel wordt, zou je het in een adem uitlezen.

Ik heb enorm genoten van Vlamincks krachtige stijl, van zijn mooie en verrassende taalgebruik. Zijn proza is helder en duidelijk met schitterende uitdrukkingen en afgewisseld met rauwe taal. Er wordt geen blad voor de mond genomen. Ook heel mooi is dat er in de roman een link gelegd wordt naar ander werk van de schrijver. En zeer prijzenswaardig dat hij met een goedgeschreven boeiende roman de lezer tevens een dwarsdoorsnede van een bepaalde tijd, van bepaalde tradities en van sociale omstandigheden heeft getoond.

Nathalie: Ik heb zelf ook weer genoten van dit onvervalste Vlaminck-boek en kon me er weer helemaal in onderdompelen. Het taalgebruik van de schrijver verrast me nog altijd als ik zijn boeken weer open sla, door de volkse stijl, die krachtig en kenmerkend is, en soms ook wel herkenbaar voor mij (hoewel ik zelf zo niet spreek welteverstaan). Niet altijd even gepolijst, maar wel de enige juiste in de verhalen die hij neerzet met kleurrijke en levendige volkse personages, die op je ribben gaan plakken, en waarvan je wilt weten hoe het hen verder vergaat. Hij typeert ook weer op een ogenschijnlijk zo gemakkelijke manier de samenleving waarin hij dit boek laat afspelen, daar ben ik het ook helemaal met Angèle over eens!

 

Dit was dus weer een zeer geslaagde buddyread te noemen. Mijn volgende buddyread is met zowel Hetty als Wil. Met ons drieën gaan we het boek Archipel van de hond of in het Frans L’archipel du chien lezen van de succesvolle Franse schrijver Philippe Claudel.

Wil en Hetty: mag ik jullie vragen jullie stukje (min. 250 woorden) met jullie leeservaring naar mijn nieuwe e-mailadres te sturen: villanathalie2019@gmail.com ? Dan komt het ook weer helemaal in orde!

 



Reacties op: Puur genieten van Suikerspin samen met Angèle

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Erik Vlaminck

Erik Vlaminck

Erik Vlaminck (Kapellen, 2 juli 1954) is romanschrijver en theatermaker. Hij leidde de Antwerpse SchrijversAcademie en de Vlaamse Auteursvereniging en hij is lid van de Koninklijke...