Meer dan 4,0 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid

Hebban vandaag

Interview /

Bram Bakker: 'Laat zo min mogelijk van jezelf zien'

door ElvinPost 5 reacties
In het pakkende en bij vlagen ontroerende 'Gevoelsarm: een psychiater verlaat zijn vak' schrijft Bram Bakker over zijn lange carrière als psychiater en over waarom hij het voor gezien houdt. Bakker voelde zich bekneld door de vele regeltjes en richtlijnen en gaat het vanaf nu anders doen. Met een team van gelijkgestemden is hij bezig De Balanskliniek op te zetten. Daar zal zorg worden verstrekt op een andere manier dan in de reguliere GGZ, meer persoonlijk en zonder ellenlange vragenlijsten. Daarnaast heeft Bakker nog een andere ambitie: ‘Het is al twintig jaar mijn stille wens om ooit nog een roman te schrijven.’

Door Elvin Post

Gevoelsarm

Auteur: Bram Bakker

‘De cowboy in de psychiatrie’ (de Volkskrant) wil geen psychiater meer zijn. Waarom verbreekt hij zijn haat-liefde verhouding met het vak en al zijn collega’s? Bram Bakker was een bekende criticaster van de psychiatrie, maar benadrukte ook steeds dat het een fantastisch vak is. Gaat de Nederlandse psychiatrie hem missen? Of zal hij deze vergaande stap ergens de komende jaren zelf gaan berouwen?

In het laatste jaar dat Bakker als geaccrediteerd psychiater werkzaam was, ontstond ook de behoefte zich veel persoonlijker over de belangrijke thema’s in zijn werk te uiten. Want wat deden de complexe situaties die hij tegenkwam met hem als mens? Welke prijs vroeg de betrokkenheid bij de mensen waar het allemaal om zou moeten draaien en hoe past zijn levensverhaal daarbij?

Tientallen verhalen schreef hij over deze worsteling, teksten die nu voor het eerst worden gepubliceerd. Het is een terugblik op meer dan twintig veelbewogen jaren in de psychiatrie. Niet boos of gefrustreerd, maar met mildheid, compassie en veel rustiger dan hij ooit was.

Hoe voelt het om geen psychiater meer te zijn?

Primair als een bevrijding. Als een last die van mijn schouders is gevallen.

In Gevoelsarm: een psychiater verlaat zijn vak lezen we dat je je besluit nam tijdens een wandeling in de duinen met een vriend. Op welk moment schoot voor het eerst het idee om te stoppen door je hoofd?

Na iedere vijf jaar moet je je registratie verlengen bij het medisch specialisten register. Dat is altijd weer een tangbevalling, want dan moet je nascholingspunten halen, je moet je werkplek laten checken, je moet bewijzen dat je intervisie hebt gedaan. Het is een serieuze klus. Twee jaar voordat het afliep begon bij mij dat gevoel van twijfel. Een jaar later heb ik de knoop doorgehakt om niet al dat huiswerk nog te gaan doen.

In je boek beschrijf je een aantal dingen die je dwars begonnen te zitten aan het psychiater zijn. Is deze nascholing daar een van? En wie bepaalt hoe je moet worden nageschoold?

Je kiest nascholing omdat je er punten voor krijgt. Je kiest niet de nascholing waar je behoefte aan hebt. Het moet geaccrediteerd zijn, de beroepsvereniging moet hebben gezegd: deze nascholing vinden wij goed genoeg. Als jij een yogacursus gaat doen als psychiater, wat heel interessant en belangrijk kan zijn, dan is dat niet geaccrediteerd. Dus krijg je geen punten. Omdat je niet eindeloos de tijd hebt om te na- en bijscholen, ga je na- en bijscholing kiezen die punten oplevert. Maar dat is niet perse de na- en bijscholing waar je beter van wordt. Dat maakte dat ik er weerstand tegen had.

Iets anders wat je dwarszat, zo valt te lezen, was het voorschrijven van antidepressiva 'omdat de richtlijnen dat zo willen'. Voor degenen die je boek nog niet lazen: kun je uitleggen wat je hiermee bedoelt?

De beroepsvereniging heeft een richtlijn waarin staat dat als iemand een depressieve stoornis volgens de criteria van het DSM heeft, de eerste stap in de behandeling is: schrijf een bepaald antidepressivum voor. Er wordt altijd gesuggereerd dat je vrij bent om van een richtlijn af te wijken, maar dat is niet echt zo. Ik heb er zelf ervaring mee gehad. Iemand klaagt erover bij het tuchtcollege en je krijgt een tik op je vingers.

'Een depressie is niet hetzelfde als een longontsteking en antidepressiva zijn niet als antibiotica. We doen alsof, maar het is niet zo.'

Stel: iemand is depressief en bij jou onder behandeling. Je hebt geen medicatie gegeven en hij of zij maakt een eind aan zijn leven. Dan kunnen nabestaanden – begrijpelijk – denken: hadden hier geen pillen voorgeschreven moeten worden? Als ze ervan overtuigd zijn dat het had gemoeten en dat het hun familielid het leven had kunnen redden, dan krijg je een klacht. Dat snap ik ook. Maar dan sta je heel slecht met een verhaal van: 'Ik ben afgeweken van wat de meeste psychiaters doen - antidepressiva voorschrijven - en om die en die reden heb ik het niet gedaan.' Het tuchtcollege zal niet echt geïnteresseerd zijn in waarom je ervan bent afgeweken. Ze zullen zeggen: 'Tja, als alle collega’s dat altijd doen, dan is het heel raar dat u dat niet hebt gedaan'.

Maar je hoort ook verhalen van mensen die depressief zijn en verkeerde medicatie krijgen waarvan ze nóg depressiever worden… over zoiets kan toch ook worden geklaagd?

De cultuur is pillen schrijven. De verkeerde pillen voorschrijven valt minder op en leidt minder tot klachten dan géén pillen voorschrijven. Daarbij is het zo: als ik als psychiater iemand medicatie voorschrijf en daar wordt over geklaagd, dan zit ik altijd goed. Want ik kan heel goed verdedigen dat ik pillen schrijf: alle collega’s schrijven pillen. De spanning zit erin dat je in situaties denkt: ik wil geen medicatie voorschrijven, terwijl de ongeschreven wet in de beroepsgroep is: geef vooral pillen. Daar kreeg ik als persoon steeds meer moeite mee. Pillen kunnen best een beetje bijdragen in iemands proces, maar ze zijn nooit dé oplossing. Een klassieke vergelijking is antibiotica bij longontsteking. Daar ben ik erg voor en jij ook als je slim bent, want als je longontsteking hebt, dan kunnen antibiotica heel goed helpen en is daarna je longontsteking over. Maar een depressie is niet hetzelfde als een longontsteking en antidepressiva zijn niet als antibiotica. We doen alsof, maar het is niet zo.

Het onderdrukt iets, maar is geen oplossing?

Als je het heel ondiplomatiek zegt, dan praat je niet over geneesmiddelen als het over psychische klachten gaat, maar over lapmiddelen. Het kan helpen om paracetamol te nemen als je veel hoofdpijn hebt, maar als je van je hoofdpijn af wilt, is het toch handig om te weten waar die hoofdpijn vandaan komt. Als jij de hele dag erg somber bent, dan kan je best een antidepressivum gaan slikken, maar die somberheid zal pas verdwijnen als je begrijpt welke factoren eraan hebben bijgedragen.

Ook de klassieke en ongelijke verhouding dokter-patiënt begon je tegen te staan, schrijf je in je boek. Waarom is ooit besloten dat je als psychiater niets over jezelf mag delen terwijl iedereen weet dat elke relatie die er toe doet is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en openheid van twee kanten?

Dat is een heel goede vraag. Ik ben opgevoed met: je stelt je correct en beleefd en beschaafd en vriendelijk naar iemand op, maar je laat jezelf als persoon niet zien in het contact met de patiënt. Dat wordt 'professionele distantie' genoemd. Het allerbelangrijkste wat mij vanaf dag een in het beroep heeft tegengestaan, is dat er geen enkel bewijs is dat dit de beste houding is. Sterker nog: hoe vaker ik vanuit mijn persoon reageerde, hoe meer mensen dat waardeerden.

In je eerste jaren in de psychiatrie maakte je een zelfmoord mee die je niet zag aankomen. Hoe zorg je ervoor dat je, zoals je in Gevoelsarm schrijft, 'dapper blijft' na zoiets en niet vanuit angst gaat behandelen?

Dat is nou zo’n onderwerp wat je in intervisie en na- en bijscholing zou willen bespreken en waar je begeleiding in kan gebruiken.

'Hoe vaker ik vanuit mijn persoon reageerde, hoe meer mensen dat waardeerden.'

Dat gebeurt niet?

Dat gebeurt niet. Alle collega’s die ik in de loop der jaren heb gesproken die dat meemaakten, werden toch primair een beetje angstig. Ik heb ook mensen meegemaakt die het twee, drie keer in korte tijd meemaakten. Die trokken het daarna niet meer om met suïcidale mensen te moeten werken. Hun angst voor nog een keer werd te groot. Het is een heel belangrijk onderwerp. Van huisartsen weten we: ze hebben drieduizend patiënten en er zijn er vier of vijf waarvan ze helemaal gek worden en door wie ze een burn-out krijgen. Nou, zo weten we van psychiaters dat het de suïcidale patiënt is die voor burn-outs zorgt. Niet het sombere oude dametje dat een beetje vergeetachtig is. Die vreet niet aan jou. Maar jonge mensen die met heftige problemen komen en zeggen: 'Ik dool iedere avond langs het spoor…' Die gaan onder je huid zitten.

Praten over zelfdoding helpt, en kan bij hulp- en preventielijn 113. Telefoonnummer 0900-0113 of www.113.nl

In de stukken die je de afgelopen periode op Facebook deelde, en waaruit het kloppende hart van Gevoelsarm bestaat, stel je je erg kwetsbaar op. Het voelt alsof je ergens van bent bevrijd. Klopt dat?

Ja. Ik kon er pas aan beginnen toen ik had besloten dat ik die registratie zou laten verlopen. Tussen het besluit daarover en het moment dat het zover was, heb ik op Facebook die stukken geschreven, in het volle besef dat je dat als psychiater niet doet. Een psychiater hoort eigenlijk sowieso niet op Facebook te zitten.

Hoort het niet of mag het niet? Gaat dat er ook over dat je niet teveel van jezelf mag delen?

Ja, dat zijn die ongeschreven regels. De achterliggende gedachte is: ze raken in verwarring als ze teveel van jou persoonlijk zien. Toen ik net aan de opleiding begon, werd ik naar huis gestuurd omdat ik een t-shirt aan had van de triatlon. Mijn baas op de angstpoli, waar ik toen werkte, zei: 'Dat is veel te persoonlijk.' Ik moest een ander t-shirt gaan aantrekken. Inmiddels is dit iets minder extreem geworden. Maar in de basis is nog steeds de opvatting: laat zo min mogelijk van jezelf zien.

Er werd enorm goed op je Facebook-stukken gereageerd. Hebben de vele reacties je verbaasd?

Ja. Ik deed het vooral voor mezelf, maar de enorme respons leidde er toe dat ik dacht: ik ga ermee door. Het moedigt je aan om steeds een stapje verder te gaan. De stukjes die ik schreef waren niet maximaal persoonlijk toen ik begon.

Wanneer ontstond het idee om er een boek van te maken?

Ik wilde voor mezelf mijn afscheid als psychiater markeren. Ik had al drie jaar geen boek geschreven, terwijl ik vroeger ieder jaar een boek schreef. Mijn gedachte was: dan moet er rond het moment dat ik afzwaai een boek komen. Het eerste idee was: ik schrijf een boek over hoe ik denk dat het beter kan. Dus over hoe ik mijn leven wil gaan vullen op het moment dat ik geen psychiater meer ben. Maar door die Facebook-stukken, en de respons daarop, dacht ik: laat ik dan maar een boek maken over datgene wat ik in het vak zo heb gemist: de aandacht voor het persoonlijke, het gevoel, de emotie aan beide kanten.

'Ik had nog steeds al die privésores liever niet meegemaakt, maar behalve een hoop pijn en verdriet heeft het wel iets opgeleverd.'

Je schrijft ergens: 'Ook in de geneeskunde komt er nu geleidelijk wat meer aandacht voor het persoonlijke verhaal van het individu. Het is mijn overtuiging dat psychische klachten het best als een integraal onderdeel van het persoonlijke verhaal benaderd kunnen worden. Waarom heb ik nu ineens last van de gebeurtenissen uit mijn jeugd, terwijl ik er me jarenlang niet eens van bewust was? Als ik dat begrijp dan heb ik er eigenlijk direct al minder last van.' Dit klinkt allemaal heel logisch. Waarom varen veel GGZ-instellingen, de veelbekritiseerde jeugdzorg bijvoorbeeld, toch vooral op ellenlange vragenlijsten wat betreft het stellen van diagnoses en veel minder op dat persoonlijke verhaal?

Dat heeft te maken met het feit dat op een gegeven moment is besloten – en dan moet je echt goed tot je laten doordringen dat het een beslúít was – dat de reden voor de klacht niet relevant is voor de behandeling. Dus we varen op de toestand van het moment. Of je mishandeld bent, of verwaarloosd, of verkracht, of alle drie is voor de behandeling niet relevant. Het meest pijnlijke voorbeeld: in 2004 of 2005 ging ik in een eetstoorniskliniek werken. Ik las toen dat van alle jonge vrouwen met anorexia de helft een verleden heeft van seksueel misbruik. Dat was bekend – een feit. Toen dacht ik, heel naïef: dan zijn er vast twee behandelingen. De behandeling 'anorexia gewoon' en de behandeling 'anorexia met seksueel misbruik'. Dat bleek niet zo te zijn. Waarom niet? Omdat er geen onderzoek was gedaan waarin twee behandelingen waren vergeleken of waarin de behandeling van die twee groepen was vergeleken. In alle onderzoeken werden ze op één hoop gegooid. Dus kregen ze allemaal dezelfde behandeling.

Uit Gevoelsarm blijkt ook dat je de laatste jaren flink met je eigen persoonlijkheid bent geconfronteerd. Daar ben je heel open en eerlijk over, en soms best hard naar jezelf. Het lijkt er tegelijkertijd op dat je, doordat je meer inzicht hebt gekregen in jezelf, nog beter in staat zult zijn dan voorheen om anderen te helpen, en ook: om beter voor jezelf te zorgen door misschien wat minder hooi op je vork te nemen. Of zie ik dat verkeerd?

Kijk, ik heb zelf niet gekozen voor een echtscheiding, dode vrienden, zelf erg ziek worden… om even een paar van de belangrijkste markeerpaaltjes te noemen. Je kiest er niet voor en als je er middenin zit, is het allemaal niet fijn. Maar het betrekken van het proces waar je zelf doorheen gaat in hoe je je werk doet, dat heeft mij denk ik een betere behandelaar gemaakt. Ik ben daardoor gegroeid. Ik had nog steeds al die privésores liever niet meegemaakt, maar behalve een hoop pijn en verdriet heeft het wel iets opgeleverd.

Misschien was je nu nog gewoon psychiater geweest als je die dingen níét had meegemaakt.

Ja. Daar kan ik heel duidelijk van zeggen dat mijn dode vrienden er het meest aan hebben bijgedragen. Mijn vrienden Gerrit* en Joost (Zwagerman, EP) gingen heel kort na elkaar dood. De een had ALS, de ander maakte een eind aan zijn leven. Iedere dag dat ik er even geen zin in heb, denk ik aan hen en dan denk ik: wat zeur je nou? Ik denk dan ook: het had mij ook kunnen overkomen en in vergelijking met hun leef ik in extra tijd. Laat ik die extra tijd dan zo goed en nuttig en prettig mogelijk doorbrengen en vooral geen dingen blijven doen die niet overeenkomen met wat mijn hart me ingeeft.

*Over deze vriendschap schreef Bakker in 2018 het boek Gerrit, een jongensvriendschap.

Iedereen verdient een maatpak, schrijf je. Nu je geen psychiater meer bent, wil je via De Balanskliniek mensen op maat gaan behandelen. Kun je dat kort toelichten voor mensen die dit lezen, wellicht niet aan hun trekken zijn gekomen in de GGZ, en op zoek zijn naar hulp?

Als je je inschrijft op een datingsite, dan verdwijnt je profiel in een computer. Met een druk op de knop rollen er de mensen uit die matchen met jouw profiel. Dat is niet bepalend voor of het een gelukkig huwelijk wordt, want je moet elkaar ontmoeten en er moet nog in het echt blijken of het klikt. Vaak gaat het mis, maar je kunt een heel goede voorselectie doen. Als we die techniek al hebben, waarom gaan we dan niet mensen vragen wat ze zoeken, een platform bouwen waar een groot aanbod is aan hulp en mensen kunnen kijken naar: wat wil ik? Denk aan Airbnb.

'De enige stille wens die ik al twintig jaar heb, is om nog een keer een roman te schrijven. Dat wil bijna iedere non-fictie schrijver.'

Als stap twee gaan we de hulpverleners vragen ook iets over zichzelf te vertellen. En dan wordt het spannend, want je zoekt eigenlijk een date voor je hulpvraag. Je zegt bijvoorbeeld: 'Ik ben op zoek naar een man. Het maakt niet uit of hij getrouwd is, maar ik vind het fijn dat hij óók kinderen heeft, want het probleem dat ik heb, staat in verband met mijn kinderen. Ik zit in een vechtscheiding.' Natuurlijk kan je geluk hebben en sowieso bij iemand uitkomen die ervaring heeft met een vechtscheiding, maar als jij terechtkomt bij een psycholoog van drieëntwintig die niet eens aan kinderen dénkt, dan is dat voor allebei jammer.

Is dit model mogelijk voor de hele geestelijke gezondheidszorg? Of is die zo aan regeltjes gebonden dat er niet snel iets wezenlijk zal veranderen?

Ik kan niet voorspellen hoe het zal gaan. Maar wij gaan ons niets van de GGZ aantrekken. We gaan proberen er een wereld naast te zetten – er een model naast te zetten, het balansmodel in plaats van het medisch model uit de GGZ. We gaan uit van een ander model, een andere werkwijze, en we houden niet onze hand op bij de zorgverzekeraar, wat om te beginnen betekent dat er mensen zijn die niet kunnen komen omdat ze het geld niet hebben. Dat is heel pijnlijk, en iets waar we in een later stadium over moeten doordenken, maar er is wel de vrijheid om te kiezen wat jij goed vindt. Dat gaan we doen. Als dat succes heeft, dan komt er natuurlijk een zorgverzekeraar die zegt: 'Kan ik zaken met jullie doen? Want jullie zijn klantvriendelijker en vooral sneller en doeltreffender dan de GGZ.' Maar ik ga niet nu eerst mijn hand ophouden. Ik ga eerst zorgen dat het er staat. Ik hoop dat mijn laatste kunstje gaat worden dat het 'balansdenken' het denken in hersenziektes gaat vervangen. Of dat het er in ieder geval náást komt.

Is er daarnaast nog iets wat je graag zou willen doen?

Ik wil nog wel trainingsprogramma’s gaan ontwikkelen, ik wil nog iets met e-learning gaan doen… ik blijf ook schrijven, al is dat bijna meer een hobby dan een beroep. De enige stille wens die ik al twintig jaar heb, is om nog een keer een roman te schrijven. Dat wil bijna iedere non-fictie schrijver. Kijk naar Auke Kok, een heel bekende en goede schrijver, of Frénk van der Linden, een topjournalist… in dat rijtje zal ik mee moeten.

Waar zou die roman over moeten gaan?

Dat boek moet gaan over twee hoogopgeleide mensen die met heel goede bedoelingen een huwelijk starten en kinderen krijgen en uiteindelijk toch die relatie verkloten. Ze managen hun gezin als een bedrijfje. Ze verdelen de taken goed en besteden veel aandacht aan hun eigen carrière, geven elkaar ook de ruimte daarin, maar raken elkaar kwijt in die manier van leven. Het wordt natuurlijk een autobiografische roman. Ik wil hem ook schrijven omdat ik denk dat het een andere manier is om mensen een spiegel voor te houden. Het beste boek wat ik de laatste jaren heb gelezen, is Kruispunt van Jonathan Franzen. Als je dat leest, dan ben je eigenlijk aan het na- en bijscholen. Dat is zo’n geniale en gedetailleerde beschrijving van een gezin, en van de disfunctionele relaties binnen dat gezin. Als ik heel, heel ver in de schaduw kan staan bij iemand als Jonathan Franzen… ja, dat is een droom.

Tot slot: in een ontroerende passage in je boek beschrijf je een autoritje met je dochter Luna. Jullie luisteren naar muziek en kiezen om beurten een favoriet nummer. De afspeellijst die daardoor ontstaat wordt door je dochter ‘Papa & Luna’ gedoopt. Is dat geluk in zijn puurste vorm?

Het is denk ik de maximale verbinding met je eigen bloed. Dichterbij gaat het niet komen. Ik weet niet of wat je kunt ervaren in het contact met een geliefde op de een of andere manier vergelijkbaar is… dat is vaak de magie van iets dat je niet kan plaatsen. Terwijl het in de familierelatie, denk ik, een verlangen is wat iedereen herkent. Ik denk wel dat het een goed voorbeeld is. Ik had zo trouwens ook situaties kunnen beschrijven met mijn zoons waarbij ik dat gevoel heb gehad.

Ook van Bram Bakker

Auteursafbeelding: © Hester Doove



Over de auteur

ElvinPost

46 volgers
21 boeken
11 favoriet
Auteur


Reacties op: Bram Bakker: 'Laat zo min mogelijk van jezelf zien'

 

Gerelateerd

Over

Bram Bakker

Bram Bakker

Bram Bakker (Zwolle, 1963) werd opgeleid tot psychiater in de toenmalige Val...


Gesponsorde boeken