Advertentie

Hebban vandaag

Listmania /

Leven we in een dystopie?

door Martijn Lindeboom 6 reacties
We leven in interessante tijden (en dat iemand toewensen is niet voor niets een Chinese vervloeking): oorlogsretoriek, massale privacyschending, demagogische leiders en dreigende klimaatverandering. Leven we al in een dystopie?

Maar wat is een dystopie nou eigenlijk precies? In het boek Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction? omschrijven we het zo:

Het dystopische subgenre speelt in een onaangename wereld, het omgekeerde van een utopie. Soms ontstaat een dystopie na een apocalyps, maar dat hoeft niet. Vaak gaat dit genre over extreme sociale controle, onderdrukking, segregatie, wanhoop en dehumanisatie.

Klinkt wel bekend, of niet? Daarmee zou je haast denken dat dystopische fictie speciaal voor deze tijd geschreven is, maar het fenomeen is veel ouder. Het kwam vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw op als reactie op utopische ideeën (o.a. de Russische revolutie) en ook op echt bestaande dystopieën zoals Nazi Duitsland en de Sovjetunie onder Stalin.

De klassiekers

Als oervader van de dystopie kunnen we het boek Wij van Jevgeni Zamjatin aanwijzen, gepubliceerd in 1921. Het speelt in De Vereende Staat, een maatschappij waarin alle inwoners 'nummers' zijn (letterlijk) en iedereen in glazen huizen en gebouwen woont in een stad die van de natuur afgeschermd wordt met een groene muur (en een krachtveld, zo lijkt het). Binnen die muur is alles precies gecontroleerd, van wie welke taken wanneer uitvoert, tot wie met wie seks mag hebben (gereguleerd door uitgifte van rozerode biljetjes) en of er kinderen verwekt mogen worden. Het leven van D-503, de bouwmeester van een glazen ruimteschip, wordt danig in de war gestuurd als hij I-330 (de medeklinkers zijn voor mannen, de klinkers voor vrouwen... lastig) ontmoet, die een revolutionair lijkt te zijn. De beschermers - de Stasi van de Vereende Staat - spelen een sinistere rol en wat gebeurt er nou buiten die groene muur?

Komt dit verhaal je bekend voor? Dat kan kloppen, George Orwell heeft dit boek gelezen en meerdere aspecten van 1984 echoën de ideeën van Zamjatin, al is Orwells dystopie een stuk onaangenamer in de toepassing van de onderdrukking. Niet alleen is het geweld van de Gedachtenpolitie veel extremer dan die van de beschermers, ook het basisidee is cynischer. In Wij leven de nummers redelijk welvarend samen in hun glazen wereld, maar in 1984 houden de drie superstaten (Oceanië, Eurazië en Oostazië) elkaar in een voortdurende staat van oorlog en armoede, teneinde de macht vast te kunnen houden. Verder is het systeem van Big Brother veel verder uitgewerkt, compleet met de Nieuwspraak-taal die dissidentie uit moet roeien en de voortdurende omkeringen van betekenis en verregaande censuur.

1984 stamt uit 1948 (gepubliceerd in 1949) en putte uit ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog en verhalen uit de Sovjetunie. Tussen de wereldoorlogen, dus ver voor 1984, verscheen in Nederland de novelle Blokken van F. Bordewijk, die qua aanpak veel weg heeft van Wij: beide Staten steunen op wetenschappelijke structuren, zoals wiskunde en geometrie. Blokken is verder ook bijzonder omdat het boek geen protagonisten en zelfs bijna geen personages bevat. Dat maakt het minder toegankelijk, maar wel qua stijl en onderwerp erg strak vormgegeven.

Andere noemenswaardige klassiekers in het dystopische genre zijn Heerlijke nieuwe wereld van Aldous Huxley (1932) en Dat gebeurt hier niet (1935) van Harry Sinclair Lewis.

Koude oorlogsdromen en overlap met sciencefiction

Terwijl de Tweede Wereldoorlog opgevolgd werd door de Korea- en de Vietnamoorlog en de Koude Oorlog, bleven ook dystopieën goed verkopen. Daar kwam bij dat de Golden Age van de sciencefiction met avontuurlijke, optimistische verhalen overging in de meer psychologische en gedeprimeerde New Wave (en later ook de Cyberpunk). Dat leverde veel (post)apocalyptische ideeën en boeken op en ook de nodige dystopieën. Naast onderdrukking, zoals bij de klassiekers in verschillende vormen behandeld werd, kwamen nu ook andere schrikbeelden naar voren, zoals overbevolking, vervuiling, sociale ontrafeling en onbeheersbare technologische ontwikkeling.

Ray Bradbury voert in Fahrenheit 451 (1953) een wereld op waar boeken verboden zijn en TV het enige medium is. Als er toch boeken ontdekt worden, gaan de brandmannen aan de slag. De titel slaat op de temperatuur waarop papier ontbrandt (233 graden Celsius). Bradbury heeft aangegeven het boek geschreven te hebben in reactie op de McCarthy communistenvervolging in de jaren vijftig en de ontlezing door de opkomst van massamedia.

In A Clockwork Orange (1962) gaat Anthony Burgess diep in op zinloos ultrageweld en 'heropvoeding' van overtreders met de akelige Ludovico techniek. Make room! Make room! (1966) van Harry Harrison behandelt de gruwelijke gevolgen van extreme overbevolking (nog harder uitgewerkt in de verfilming Soylent Green). Vervuiling is het ontwrichtende probleem in Doemwereld (The sheep look up) 1972 van John Brunner, die een duister, maar visionair beeld van de huidige wereld oproept.

De werelden van sciencefictionpionier Philip K. Dick hebben meestal een duister randje, maar zeker Dromen androïden van elektrische schapen? (1968) - verfilmd als Blade Runner - en Schimmige beelden (1977) - pseudo-animatie A scanner darkly - zijn echte dystopieën. Het Blade Runner-boek speelt in een desolaat San Fransisco van de toekomst, waar dodelijke, op mensen lijkende androïden huishouden, en de politie die op ze jaagt er keiharde methoden op nahoudt. In A scanner darkly draagt de hoofdpersoon een pak dat voortdurend afbeeldingen van andere mensen op de buitenkant laat zien, om zo onherkenbaar te zijn. Hij gaat undercover - zonder pak - om zichzelf te bespieden, terwijl hij verslaafd raakt aan substantie D, die ook wel Sluipdood genoemd wordt.

Stephen King publiceerde in 1982 onder de naam Richard Bachman de korte roman Vlucht naar de top (The running man), die speelt in een door media beheerste nabije toekomst. De hoofdpersoon doet mee aan het tv-programma The Running Man, waarin je door het hele land opgejaagd wordt door bountyhunters van het tv-station, geholpen door politie en het publiek. Een soort Big Brother of Utopia, maar dan de dood voor degene die het eind niet haalt. Laat je niet afschrikken door de verfilming met Arnold Schwarzenegger: het boek is zoveel beter dan de film, dat je het niet eens zult herkennen.

Met Zenumagiër (Neuromancer) trapte William Gibson in 1984 zijn 'Sprawl'-trilogie af en knalde het Cyberpunk-genre de wereld in. Oppermachtige corporaties, doorontwikkelde technologie, urbanisatie en aan permanente eenzaamheid grenzende individualisatie van de maatschappij kenmerken Gibsons wereld.

Ten slotte mag uit deze periode Het verhaal van de dienstmaagd (The Handmaids Tale) uit 1985 niet ontbreken. Margaret Atwood laat een toekomstig Amerika zien, waarin vrouwen gereduceerd zijn tot slaven en broedmachines. Atwood voert het thema in alle aspecten van het verhaal door: zelfs het verhaal van hoofdpersone Offred wordt door mannen gebracht.

YA distopian craze

Waar aanvankelijk vooral mannelijke schrijvers actief waren in het dystopische genre, grepen de vrouwen na de millenniumwissel de macht en dan specifiek in het Young Adult-segment.

Suzanne Collins trapte met De Hongerspelen (The Hunger Games) in 2008 de YA dystopiatrend af, snel opgevolgd door Veronica Roth met de 'Divergent'-serie en James Dashner met de 'Labyrintrenner'-boeken. Naast het beschrijven van een onaangename wereld, onderdrukkende overheden en angst voor de toekomst, spelen in deze boeken ook actie en terugvechten een belangrijke rol. In veel oudere dystopieën probeerden de personages te vluchten, te ontsnappen of in opstand te komen, maar meestal hadden ze daarin weinig kans. In deze nieuwe dystopische verhalen is er meestal een georganiseerd verzet en gloort er hoop aan het eind van de tunnel: het is mogelijk om de onderdrukkers te verslaan. Ook is er veel meer ruimte voor romantiek.

De verfilmingen van deze boeken zijn bijna meer spectakel- en actiefilms dan dystopieën, zoals bijvoorbeeld de deprimerende films 1984, Soylent Green en A scanner darkly wel waren.

Nieuwe dystopieën en True fiction

In de Young Adult-categorie waren dystopieën de afgelopen jaren een dominante trend. In het oudere segment was dat minder, maar ook daar verschenen veel boeken met nare en duistere toekomstbeelden. In sciencefiction ging het daarbij vaak over het opraken van natuurlijke hulpbronnen. Paolo Bacigalupi schrijft bijvoorbeeld in The Windup Girl over een wereld waar de olie op is en alleen genetisch gemanipuleerde gewassen nog kans maken om geoogst te worden. De 'calorie companies' handelen niet alleen in voedsel, maar ook in energie, die opgeslagen wordt in gigantische springveren. Het boek speelt zich af in door enorm hoge dijken beschermd Bangkok, want de wereld is ook nog een keer overstroomd door klimaatverandering. In River of Gods van Ian McDonald is juist het water op in de binnenlanden van een in vele losse staten versplinterd India.

In het Nederlands is de dystopische Archipel die Auke Hulst opvoert in Slaap zacht Johnny Idaho een sterk voorbeeld. Hij heeft de economische, sociale en interpersoonlijke trends van nu uitvergroot naar een wereld waar verschillende eilanden worden bewoond door verschillende lagen van de bevolking: Downside, Midlevel, Upside en Executive.

Diezelfde Hulst nam, naar aanleiding van Brexit en Trump en in aanloop naar de Nederlandse verkiezingen, het initiatief tot de bundel Als dit zo doorgaat (in dezelfde vormgeving als Fahrenheit 451). Veruit de meeste van de verhalen daarin behoren tot het dystopische genre: angstaanjagende toekomstvisies, extrapolaties van de trends die we in onze interessante tijden zien.

Met een vergelijkbare insteek is uitgeverij Lebowski in 2016 begonnen met het heruitgeven van een aantal dystopische klassiekers, onder de noemer 'True Fiction, formerly known as sciencefiction'. Voor de Hebbanisten die met de Challenge meedoen, hebben we daarvan een minichallenge samengesteld.

Van de glazen huizen van Zamjatin tot de ruïnes van Collins en Roth en van de Gedachtenpolitie tot internetsurveillance: de dystopie is nog steeds een fascinerend en dankbaar onderwerp. Niet alleen om te waarschuwen voor de toekomst, maar vooral ook als commentaar op onze huidige situatie. Niet voor niets is de verkoop van 1984 en andere dystopische klassiekers het afgelopen jaar met tientallen procenten gestegen. Laten we hopen dat we over dystopieën kunnen blijven lezen in plaats van dat we er echt in moeten wonen.



Over de auteur

Martijn Lindeboom

408 volgers
638 boeken
21 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Leven we in een dystopie?

 

Gerelateerd

Overig

Minichallenge: True Fiction van Lebowski

op 23 augustus 2017 door Hebban Crew 7 boeken 3 volgers 0 reacties