Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Michel Faber treurt maar vindt het goede

Na twaalf jaar komt Michel Faber met een nieuw meesterwerk. Het zal meteen zijn laatste zijn, want na de dood van zijn vrouw heeft Faber geen inspiratie meer voor nog een roman. ‘Ik heb de verhalen verteld die ik wilde vertellen’. In 'Het Boek van wonderlijke nieuwe dingen' probeert de Schotse Nederlander het onmogelijke: een prikkelend sensationeel boek schrijven over het goede in de mens. Als dat maar goed afloopt.

Aan het eind van het evangelie van Marcus moedigt Jezus zijn discipelen aan: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen." De hoofdpersoon van Michel Fabers langverwachte nieuwe roman vat dat wel heel letterlijk op. Predikant Peter Leigh reist naar het eind van ons sterrenstelsel naar de planeet Oasis om de lokale bewoners de blijde boodschap van Jezus te brengen. Denkt hij. Maar al snel blijkt dat de creaturen andere ideeën over ‘het boek van wonderlijke nieuwe dingen’ (zoals zij de bijbel noemen) hebben. Komische intergalactische misverstanden volgen.

Voordat Hebban-lezers afhaken: misschien is Michel Fabers nieuwe roman qua genre wel een sciencefiction roman, toch valt hij je nauwelijks lastig met rare ruimtevaartuigen, tijdsreizigers en glibberige ruimtepakken. En zijn aliens zijn geen enge insecten die de aardbol willen vernietigen, het zijn, tja… Bovendien ligt de nadruk eerder op de relatie tussen predikant Peter en zijn vrouw Beatrice, die op aarde achterblijft. Ze kunnen alleen via beperkte mail communiceren, zodat de kloof tussen de echtelieden letterlijk en emotioneel steeds groter wordt.

Een groot gevoel van verlies doordrenkt het verhaal. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat tijdens het schrijven van Het boek van wonderlijke nieuwe dingen Michel Fabers vrouw aan kanker is overleden. Hij heeft in de New York Times aangekondigd nooit meer een boek te zullen publiceren. Zonder zijn zielsverwant heeft schrijven geen zin meer. Lezers van zijn eerdere bestseller Lelieblank, scharlakenrood mogen hoop koesteren, maar tijdens een interview in zijn tijdelijke Amsterdamse residentie maakt Faber daar korte metten mee. In zijn Schots-Australische Engels, doorspekt met af en toe opeens een Nederlandse kreet (hij groeide hier op maar vertrok op zijn zevende naar Australië) schrikt Faber er niet voor terug de diepte van zijn verdriet te laten zien.

Maar eerst een vraag over waarom hij achterin het boek de tekenaars van Marvel Comics bedankt.
"Toen ik zeven jaar oud was en in Melbourne op het vliegveld landde met mijn ouders, kochten ze een strip van Caspar het Spookje voor me. Afschuwelijke strip, maar ik vond het fantastisch. Ik raakte gefascineerd door strips in de Engelste taal. Ik begreep er niet veel van, maar die comics hebben me wel Engels geleerd. Blijkbaar had ik strips nodig om mijn verbeelding in gang te zetten. Het zorgde ervoor dat ik bij het lezen of schrijven van boeken of strips hoop en verwacht dat ze me verrassen, dat ze me een speciale ervaring opleveren. Als ik serieuze literatuur uit bijvoorbeeld Oost-Europa lees, dan is dat vaak nogal hard werken. Dat mogen mijn lezers nooit zo ervaren: ik heb een contract met ze, dat ze net zoiets spannends meemaken als een kind dat een strip leest. Niet dat ik een simpel verhaaltje vertel of goedkope effecten gebruik. Ik wil dat mijn verhalen een rustige en dramatische impact hebben."

Maar vroeger dacht je daar toch heel anders over? Wat is er veranderd?
"Toen ik mijn vrouw Eva ontmoette, discussieerden we daar heel fel over. Waarom schrijf ik boeken? Zij ging meer uit van de lezer, ik stond op voor literatuur om de literatuur. Ik zei tegen haar dat ik schreef voor de god van de literatuur. Hij leest wat je hebt geschreven, zegt of het oke is of niet, en dan belandt je werk in het pantheon van goddelijke litetuur. Zij vond dat bullshit. Mensen lezen het, boeken hebben geen enkele waarde op zichzelf. Als niemand ze leest, dan bestaan ze niet. Door haar kon ik mijn werk aan de buitenwereld tonen. Zij zorgde dat ik mijn werk veel toegankelijker maakte, ze wilde dat mijn boeken de lezer omhelzen. Het gaat er niet om allerlei moeilijke referenties naar andere moeilijke boeken in je werk te stoppen. Mijn lezers zijn geen elite die hard moet werken om mijn boek te lezen. Ik ben een serieuze schrijver, wiens werk vele filosofische lagen bevat, maar de doorsnee lezer moet het boek boeiend vinden. Anders heb ik mijn job niet goed gedaan. Zij was de eerste lezer van mijn proza en wist perfect, wanneer ik de lezer verloor, waar ik iets extra moest toevoegen om ze vast te houden. Daardoor is mijn laatste een serieus boek geworden dat tegelijkertijd de opwinding en sensatie van het genre fictie teweegbrengt bij de lezer."

Neem je niet een risico juist die sciencefiction fans met dit boek teleur te stellen? Er komen geen rare tijdsmachines of enge aliens in voor.
"Dat risico neem ik. Ik hoop dat genoeg lezers verder komen dan pagina 1 en dan gegrepen worden door het verhaal. Toen ik Under the Skin (Onderhuids) schreef met een vrouwelijke alien die op een boerderij werkt, had ik kunnen schrijven over haar transport vanaf een andere planeet, met vlammen en zo. Dat voelde nogal kunstmatig, omdat die vrouw helemaal niet nadacht over dat ruimteschip, maar over haar klotebaan: het slachten van menselijke wezens. In mijn nieuwe roman geldt hetzelfde, de personages vinden de ruimtereis saai, het is een middel voor hun doel. Daardoor geef ik een signaal af wat voor soort boek dit is. Geen gimmicks, geen magic."

Predikant Peter moet contact leggen met de aliens van de planeet Oasis. Waarom heb je er mensachtige wezens van gemaakt? Waarom geen stofwolk of geluidsgolf?
"Ik vraag al veel van de lezers met mijn aliens. Eva informeerde of ik mijn hoofdpersoon niet naar Noord-Korea kon laten gaan om daar het gospel te verspreiden. Maar ik wilde het zo alien mogelijk, om de metafoor van afstand maximaal groot en duidelijk te maken. Als ik die ‘inboorlingen’ ook nog als mist of een geluidsgolf had gemaakt, dan was ik te ver gegaan. Bovendien verwacht je brein bij het zien van een mensachtig figuur, dat je ermee kunt communiceren. Als dat niet blijkt te kloppen, ervaar je een gevoel van shock. Daar zocht ik naar. Waarom naar een andere planeet? Hier op aarde zijn we toch ook vreemdelingen voor elkaar, die niet kunnen communiceren? De hel, dat zijn de anderen? Je hebt gelijk. Al die tijdsdimensies en planeten doen er niet toe. Het belangrijkst is dat mijn lezers zich druk maken over mijn personages. Als mijn werk een politieke lading heeft, dan is het wel dat we moeten leren om te gaan met het feit dat de ander wezensvreemd is van onszelf. Ook de buurman. Als we maar een beetje zouden beseffen hoezeer we allemaal op een andere planeet leven... Er zit niet anders op dan die verschillen te negeren. Ik heb het niet over blanken versus Aziaten, moslims of wat dan ook, maar over jou en je buurvrouw. Als we ons echt zouden realiseren hoe totaal anders die ander is, zouden we doodsbang worden. Ik probeer mensen dat te laten begrijpen en daardoor meer compassie voor elkaar en voor onze onderlinge verschillen te laten krijgen. Zodra je iemand anders als alien bestempelt, of untermensch, dan kunnen de gevolgen gruwelijk zijn."

Toch is dit geen pessimistisch boek. De aliens slachten de mensen niet af.
"Dat zou je verwachten bij sciencefiction. Maar in dit boek zijn mensen vooral aardig tegen elkaar. Ze hebben geen lugubere plannen. Het kwaad is veel opwindender, maar ik wilde kijken naar het goede in de mens. Natuurlijk heeft het ruimtepersoneel zo zijn problemen, maar ze proberen de locals niet te exploiteren."

Maar goed is saai!
"Dat maakt het inderdaad moeilijk. Gangsters zijn de helden van deze tijd. Ze doden en terroriseren anderen. Nogal alarmerend. Ik vind het niet interessant het kwade aura van slechteriken op te hemelen. Sinds de dood van mijn vrouw probeer ik expliciet mijn tijd door te brengen met goede mensen. Aardige mensen, die niet fucked up zijn. Er moet plaats zijn op deze wereld voor literatuur over goede welwillende mensen."

Je bent zelf een atheïst, of agnost. Waarom dan een heel boek schrijven over een diep religieus personage die de bijbel wil verkondigen?
"Ik weet dat veel literatuurlezers atheïst zijn, net als ikzelf. Ik wilde geen saaie missionaris, ik wilde dat de lezer Peter aardig zou vinden. Ik heb echt mijn best gedaan om een christen van hem te maken, geen hardcore gelovige. Dat laatste zou ook niet werken, je moet tolerant zijn om de bijbel aan een ander volk door te geven. Zelf ben ik met de bijbel opgegroeid, dus ik ken het boek goed en kan het hier gebruiken. Peter is er vol van, het boek geeft hem als ex-junkie een opdracht in het leven. Het maakt het geloofwaardig dat hij naar een exotische stam afreist om het evangelie te verkondigen. Ik ben daar niet per definitie op tegen. Laten we wel zijn: als ik in Londen uitga, iemand stopt iets in mijn drankje waardoor ik verkracht in de goot beland, dan loopt iedereen je voorbij. Maar een christen zal je waarschijnlijk helpen. Heel veel mensen helpen vanuit hun geloof vreemdelingen, van soepkeukens tot daklozenopvang. Het is te makkelijk om dat geloof af te zeiken, als het zo’n positieve impact heeft op mensen. Maar ik blijf dat hele geloofsysteem weird vinden."

In de New York Times heb je gezegd dat je stopt met schrijven. Waarom?
"Ik wil dat elk boek totaal anders is. Ik kan mezelf niet veranderen, dus doe ik het met mijn boeken. Nu heb ik de boeken geschreven die ik wilde schrijven. Er is genoeg Michel Faber materiaal voor de lezers. Ik heb veel genres ‘gedaan’. Alleen thrillers niet, want het aanbidden van het kwade, van misdaad spreekt me niet aan en ik vind het genre te schematisch, te simpel. Mijn talenten zijn niet onbeperkt, ik heb gedaan wat ik kon. Ik ben trots op mijn boeken en hoop dat mensen niet alleen mijn romans maar ook mijn korte verhalen lezen. Een opvolger van Lelieblank, scharlakenrood komt er niet. Zo’n schrijver ben ik niet. Ik ga ook niet over mijn jeugd schrijven. Niet omdat ik iets tegen autobiografische romans heb, maar ik heb een erg slecht geheugen. Sommige auteurs zijn chroniqueurs van hun eigen leven, ik zou dat moeten verzinnen. Het jongetje dat uit Nederland naar Australië vertrok: ik kan je er niets zinnigs over vertellen. De data ontbreken in mijn brein. Knausgard? Niet mijn ding. Een auteur die dertig jaar later vertelt wat hij als elfjarige qua ontbijt kreeg voorgeschoteld: ik hoef het niet te lezen. Anderen vinden het wel leuk, die moeten het maar doen. De boeken die ik wil schrijven of lezen? Mijn laatste boek is een intens verdrietig boek, geschreven tegen de achtergrond van het verlies van mijn vrouw. We verliezen alles, onze geliefden, ook de beschaving en ooit onze planeet. Dat onvermijdelijke verlies moeten we accepteren. Alles verdwijnt, maar dat besef moet ons niet laten stoppen met leven. Laten we de korte tijd die we op aarde hebben, koesteren. Een moeilijke uitdaging, maar het moet."

Lees ook de recensie van Het boek van wonderlijke nieuwe dingen, geschreven door Pippa Ravensteijn.



Over de auteur

Dirk Koppes

58 volgers
4 boeken
0 favorieten


Reacties op: Michel Faber treurt maar vindt het goede

 

Gerelateerd

Over

Michel Faber

Michel Faber

Michel Faber is een Schotse schrijver van Nederlandse herkomst. Hij werd in...