Advertentie

Hebban vandaag

Column /

Zo Zondag #29: Bronja Hoffschlag

door Bronja Hoffschlag 5 reacties

In 'Zo Zondag' vertellen auteurs, uitgevers, redacteuren en andere boekenvakkers met een verhaal hun verhaal. Vandaag auteur Bronja Hoffschlag over een langlopend project dat dankzij een literair citaat eindelijk in een roman resulteerde.

Op een dood spoor

'In order to write the book you want to write, in the end you have to become the person you need to become to write that book.' – Junot Díaz

Het was december 2015 toen ik deze uitspraak tegenkwam op het internet. Ik zat op een dood spoor. Na twee psychologische thrillers en een thrillernovelle snakte ik naar iets compleet anders en toen ik deze quote onder ogen kreeg, wist ik opeens precies wat dat moest zijn. Dat ene project dat al zestien jaar op een plank lag, maar nog altijd regelmatig door mijn hoofd spookte. In die zestien jaar had ik af en aan research gedaan, mijn netwerk uitgebreid en de groeiende stapels aantekeningen en documenten even vaak opgepakt als teruggelegd, maar nu had ik opeens het gevoel dat de tijd begon te dringen. Mijn twee belangrijkste informatiebronnen waren inmiddels negenentachtig en eenentachtig jaar oud ('I ain’t gettin’ any younger here, girl!') en ik had er letterlijk mijn halve leven over nagedacht. Tijd voor actie.

Het basisidee had ik in de zomer van 1999 opgedaan in Engeland, toen ik een voormalig bodyguard van de Rolling Stones was tegengekomen op een feestje. Het gesprek kwam via de Stones en Marianne Faithfull op de Beatles en na een paar gigantische glazen bier, vroeg hij me: 'Je weet toch dat Paul een bedrieger is?'
Op dat moment dacht ik dat ik hem verkeerd verstaan had of dat ik hem niet goed begreep. Misschien betekende "imposter" niet alleen bedrieger, maar bedoelde hij dat Paul de belastingdienst had getild? Dat leek me het meest logisch, vooral toen hij in een latere zin het woord imposter verving voor "fraud". Ik haalde mijn schouders op. Tenslotte had ik op een eerder feestje al gehoord dat Sir Paul een aantal gestolen Monets aan zijn muur had hangen. Later vond ik dat verhaal terug in de autobiografie van Marianne Faithfull en bleek dat Paul de schilderijen alleen had kunnen kopen, omdat Mick Jagger het niet had aangedurfd.
'Zo, bedrieger dus?' zei ik.
De ex-bodyguard knikte. 'De echte Paul is dood.'
'Dood?' vroeg ik vertwijfeld. Was de oude man hier aan het woord of het bier?
'Auto-ongeluk,' meende hij. 'Toen hebben ze hem vervangen voor een lookalike.' De rest van de avond babbelde hij vrolijk verder. Wat hij vertelde was zo bizar dat het me de rest van mijn vakantie bijbleef en me zelfs begon te achtervolgen. Of misschien achtervolgde ik het verhaal. Dat kan ook. Thuisgekomen keek ik naar mijn talloze onafgemaakt schrijfsels, de vingeroefeningen van een zoekende tiener: een onsamenhangende collage van sfeertekeningen, dialogen en perspectieven. Ik was zeventien jaar, oud en belezen genoeg om een uniek verhaalconcept te herkennen wanneer ik erover struikelde, maar veel te jong om er meer mee te kunnen dat het te onthouden en te bewaren voor "later". Dat ik "later" precies twee keer zo oud zou zijn, had ik toen niet kunnen bedenken.  

Als ik in april 2017 eindelijk de laatste letter op papier zet, voelt het niet als een gesloten boek, maar alsof ik een heel leven heb afgesloten. Terwijl het manuscript bij de proeflezers en redactie ligt, kan ik wekenlang weinig anders doen dan handenwringen. Ik koop boeken – eindelijk tijd om te lezen! – maar merk al snel dat ik mijn hoofd er niet bij kan houden. Ik begrijp het niet. Bij mijn drie voorgaande boeken was het afscheid nemen van personages altijd een struikelblok. Ik had het moeilijk gevonden ze te laten gaan, maar bij P.I.D. zijn de meeste personages gebaseerd op bestaande mensen. Ik kan ze gewoon opbellen als ik ze mis. Toch is het moeilijk om iets te moeten loslaten dat mijn halve leven heeft beïnvloed.

Ceremonieel begin ik met afsluiten. Ik archiveer al mijn research, verbaas me een laatste keer over documenten die ik al honderd keer gelezen heb en zet alle elpees van de Beatles terug in de platenkast. Nu ik het laatste deel van de Project X trilogie af ga schrijven heb ik nog maar vier elpees nodig: Led Zeppelin I tot en met IV.

Nieuwsgierig naar P.I.D.?

Lees het eerste hoofdstuk


Bronja Hoffschlag (1981) woont in Rotterdam. Zij begon in haar tienerjaren met schrijven en experimenteren met taal, stijl en perspectieven. Na haar studie had zij een aantal uiteenlopende baantjes, totdat ze in 2008 als receptioniste bij een groot import- en exportbedrijf terecht kwam. In 2013 debuteerde ze met het eerste deel in de Project X trilogie: de psychologische thriller, De Dode Kamer, waarmee ze de Hebban Crimezone Debuutprijs 2014 won. Het vervolg, De Skinner Methode, verscheen in 2015. Ook schreef Hoffschlag de thrillernovelle Snuff (2014) en werkte zij als tekstschrijver mee aan het album Nightmares (2016) van de heavy metalband Burning.

Met P.I.D. debuteert ze in het literaire romangenre.


Eerdere afleveringen

Eva Kelder | Marijn Sikken | Steven de Jong | Auke Hulst | Henk van Straten | Frieda Mulisch | Robbert Welagen | Jeroen Windmeijer | Roderick Leeuwenhart | Tomer PawlickiMilou Klein Lankhorst | Carlo Groot | Murat Isik | Renee Kelder | Martyn van Beek | Gerrit Janssens | Hannah Jansen Morrison | Anke Laterveer | Guido Eekhaut | Sander Verheijen



Over de auteur

Bronja Hoffschlag

205 volgers
381 boeken
27 favoriet


Reacties op: Zo Zondag #29: Bronja Hoffschlag

 

Gerelateerd

Over

Bronja Hoffschlag

Bronja Hoffschlag

Bronja Hoffschlag (1981) woont in Rotterdam. Zij begon in haar tienerjaren met schrijven en experimenteren met taal, stijl en perspectieven. Na haar studie had zij een aantal uiteenlopende baantj...